"Ik heb me altijd geïnteresseerd voor de militaire geschiedenis en vooral voor WO I in het bijzonder", begint Erwin zijn verhaal. "Ik was de derde generatie beroepsmilitair: mijn grootvader was onderofficier bij de artillerie en werd in WO II krijgsgevangen, mijn vader was onderofficier bij de tankbrigade en lag in Duitsland gelegerd waar ik geboren ben. Ik ben van 1975 tot 2010 onderofficier geweest bij de artillerie en mijn broer is onderofficier geweest bij de tankbrigade. Meer op je vader en grootvader lijken beroepshalve, is haast onmogelijk (lacht)."
...

"Ik heb me altijd geïnteresseerd voor de militaire geschiedenis en vooral voor WO I in het bijzonder", begint Erwin zijn verhaal. "Ik was de derde generatie beroepsmilitair: mijn grootvader was onderofficier bij de artillerie en werd in WO II krijgsgevangen, mijn vader was onderofficier bij de tankbrigade en lag in Duitsland gelegerd waar ik geboren ben. Ik ben van 1975 tot 2010 onderofficier geweest bij de artillerie en mijn broer is onderofficier geweest bij de tankbrigade. Meer op je vader en grootvader lijken beroepshalve, is haast onmogelijk (lacht).""Mijn echtgenote Mia was verpleegster in Maria's Rustoord maar toen we in 1980 zijn gehuwd, verhuisde ze mee naar Soest waar ik al drie jaar gelegerd lag. Zij werd er verpleegster in het militair hospitaal. In 1991, toen de kazernes in Duitsland sloten, kwam ik naar Lombardsijde en vanaf 1994 werkte ik in de kazerne van Ieper tot ik in 2010 ben gestopt met de actieve dienst als militair.""De militaire geschiedenis interesseerde me al heel lang en dat werd nog intenser toen ik naar Ieper kwam. Heel wat weekends en vrije tijd gingen op aan deze materie. Ik volgde cursussen, raakte betrokken bij herdenkingen van WO I en specialiseerde me als slagveldgids. Vooral speciale verhalen over gesneuvelde soldaten spraken me aan en wilde ik delen met andere mensen. Zo ontdekte ik in Heuvelland het graf van de 56-jarige majoor William Redmond. Die man was Iers maar vocht in het Britse leger. Hij wilde bewijzen dat mensen konden strijden voor de Ierse zaak en tegelijk zij aan zij met Britse soldaten vechten tegen een gemeenschappelijke vijand. De eerste herdenking waaronder ik mijn schouders stak, was in 1997 bij het 80-jarig overlijden van majoor William Redmond.""Omstreeks de eeuwwisseling volgde ik een cursus 'toeristische gids' en meer bepaald als slagveldgids. In de kazerne wist men dat ook en men vroeg mij meer en meer om rondleidingen te geven aan Belgische eenheden en zelfs internationale gasten. Ik herinner mij dat ik eens Canadese reservisten moest gidsen en die vroegen mij of het geen probleem was dat hun bevelhebber zou meekomen. Bleek dat dit de Engelse prins Edward was.""Door de jaren heen heb ik heel veel herdenkingen mee helpen organiseren en dit steeds als vrijwilliger. Ook heb ik altijd het volledige plaatje voor ogen gehouden en me niet enkel op Engelse soldaten gericht. Schotse troepen in WO I of soldaten uit Wales, ik had oog voor alle militairen van het Gemenebest die vochten in WO I.""Ik werkte met veel militairen en ex-militairen samen en die zagen mijn naam dan ook vaak opduiken bij allerlei herdenkingen. Het is een kleine wereld. Ik vermoed dat mijn nominatie in die wereld moet te zoeken zijn. Maar ik weet het niet zeker want je weet zelf niet dat je genomineerd bent. De onderzoeksprocedure duurt bovendien minstens achttien maanden en er moeten aanbevelingsbrieven uit verschillende hoeken komen. Ik weet pas enkele dagen dat ik op 6 april een MBE of Member of British Empire-medaille overhandigd krijg van de Britse ambassadeur in Ieper. Ik ben 20 jaar bezig in oorlogsherdenkingen en heb dat nooit gedaan om er iets voor terug te krijgen. Maar ik voel me wel vereerd dat ik een MBE-medaille ontvang en men aan de andere kant van het Kanaal mijn inzet waardeert."