De coronamaatregelen beginnen bij sommigen te wegen op het gemoed. Dat beseft ook de overheid, die sinds gisteren opgeleide vrijwilligers van het Rode Kruis in het callcenter van het noodnummer voorzag. Zij verlenen psychosociale bijstand aan mensen die er behoefte aan hebben. Traumapsycholoog Erik de Soir pleitte bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid om een task force met academici op te richten. Die moet de hulpinitiatieven evalueren en bijsturen "Net zoals die ook bestaat voor de virologen, epidemiologen en vaccinologen", zegt hij. "Dit mag niet het werk zijn van één of twee mensen."

"Richt een task force op met academici, die de hulpinitiatieven evalueren en bijsturen"

"Als supervisor bij het Fire Stress Team krijg ik veel vragen vanuit ziekenhuizen en zorginstellingen. Iedereen schiet momenteel in gang, er is heel veel creativiteit, maar alles begint door elkaar te lopen. Er zijn bijvoorbeeld professoren die een digitaal platform ontwikkelen, waar je kan aanduiden welke hulp je zoekt , waarna je meteen naar de juiste persoon wordt gestuurd. Ik verzamel alles wat er verschijnt over de zorghulp in binnen- en buitenland en help die daarna verspreiden via de psychosociale managers van de FOD Volksgezondheid. Al een hele week zijn mijn echtgenote en ik aan het schrijven aan folders, brochures en zelfs een kinderverhaal. Die zijn intussen al beschikbaar in een tiental verschillende talen en worden gebruikt in heel Europa."

Traumapsycholoog Erik de Soir, samen met zijn echtgenote en rouwexperte Lies Scaut. (GF)

We kennen u als traumapsycholoog, vooral voor hulpverleners. Hoe kunnen we hen helpen?

"Alleen al met de vragen van onze collega's en ziekenhuizen kunnen we onze hele dag vullen. De vragen zijn veelvuldig, maar veelal identiek: wat als onze mensen het moeilijk krijgen, wat met de werklast, wat met de vele uren die ze kloppen... Ook voor ons is dit nieuw, want normaal vangen we hulpverleners in groep op na één gebeurtenis. We hebben een test ontwikkeld waarmee de zorgkundigen zichzelf kunnen evalueren. Zit ik in het groen en is het oké met mij? Zit ik in het geel en moet ik opletten? Of zit ik in het rood en moet ik naar de hulpverlening stappen? Dit instrument evalueert de dosis trauma, vermoeidheid en neerslachtigheid. Dit kan na elke rotatie, na elke dienst uitgevoerd worden. Permanent. We moeten deze mensen lange tijd op de been houden. Op televisie zien we telkens dezelfde virologen. Dezelfde gezichten zien, is geruststellend, maar kunnen zij dat drie maanden volhouden? Vergelijk het met de mensen van Artsen Zonder Grenzen in Afrika, die soms dagelijks veertig kinderen zien sterven. Ook zij hebben niet de kans om er 's avonds eens over te spreken. Het moet een militaire dril worden."

"Op televisie zien we telkens dezelfde virologen. Dezelfde gezichten zien, is geruststellend, maar kunnen zij dat drie maanden volhouden?"

Hoever staat de verdeling van deze test intussen?

"De ziekenhuizen die rechtstreeks contact met ons opnamen, hebben de checklist intussen gekregen. De test werd ook doorgestuurd naar het psychosociale team van de FOD Volksgezondheid, die deze verder kan verspreiden. We willen dit voor iedereen beschikbaar stellen. Sommige ziekenhuizen gaan er meteen mee aan de slag, anderen gebruiken de test op eigen maat. De werking van een groot en klein ziekenhuis kan je niet met elkaar vergelijken, maar de principes blijven wel hetzelfde."

Heeft u een beeld hoe het intussen met onze zorgverleners is gesteld?

"Slechts gedeeltelijk, vooral van de mensen die zichzelf bij ons gemeld hebben. Maar de tijd ontbrak om dit te meten. We zijn ook nog maar een week bezig. In Italië zijn ze al weken bezig, en moeten ze mentaal omgaan met honderden doden per dag. En laat ons ook niet proberen om vanaf het begin álles te doen. Maar laat ons nu eerst kijken hoe we de eerste slagen incasseren: we gaan van 3 naar 10, naar 30 en intussen 67 doden."

Vanuit de bevolking ontstaat het idee om witte lakens aan het raam te hangen en applaus te geven. Helpt dit de verpleegkundigen?

"Absoluut. Het is een beproefde methode van bevolkingen die collectief getroffen worden. Mij doet het vooral denken aan de Amerikaanse veteranen die terugkeren van een oorlog en als helden onthaald worden. Dan worden ook vlaggen en gele linten uitgehangen. Nu zijn onze onderbetaalde hulpverleners de helden en de witte lakens onze vlaggen. Laat ze hangen, alstublieft! Dit durft heel snel te verwateren. Onze hulpverleners moeten hun inspanningen volhouden zolang de crisis duurt, laat ons de ondersteuning van de hulpverleners ook volhouden.

"Alle fases die we vandaag doorlopen, kennen we van de aanslagen in Brussel en Zaventem"

Vandaag zijn we 22 maart 2020, vier jaar na de aanslagen in Brussel. In hoeverre kunnen we deze twee met elkaar vergelijken?

Alle fases die we nu doorlopen, hebben we toen ook meegemaakt. Eerst was er de vertraagde reactie van sommige leidinggevenden en de bevolking. Na de aanslagen in verschillende grootsteden in Europa waren we wel bezig met terreurdreiging, maar we wisten er niet veel over. De terroristen waren een onzichtbare vijand. Net zoals het virus. De dreiging beseften we pas ná de aanslagen bij ons, na het zien van de slachtoffers en het veranderende straatbeeld vol patrouillerende militairen. Ook nu dachten velen dat het hier niet zo erg zou zijn. En dan heb je de reactiefase. Mensen gaan in overlevingsmodus. Daarin zitten we nu, door thuis te blijven. Ook dat raakten we toen gewoon. In de winkel anderhalve meter afstand houden en even buiten staan wachten met onze kar, is het nieuwe normaal. En straks komt de afbouwfase. Eenmaal de dreiging wegvalt, komen we snel weer in onze oude gewoontes terecht. Toch zal de angst nog een tijdje nawerken. Er zal nog iets komen, het is niet voorbij, zullen we denken. We moeten stapsgewijs weer naar een normaal leven toewerken. Maar nu, vier jaar later, hebben we allemaal iets van: de terreur hebben we nu wel gehad."

Eerste alarmsignalen bij kwetsbare gezinnen

Hoe gaat het met de mentale gezondheid van de bevolking? "Op dit moment zien we de opgelopen schade in de gezinnen nog niet", zegt psychotherapeute Lies Scaut, de echtgenote van Erik de Soir. "Wel krijgen we al de eerste alarmsignalen uit de kwetsbare gezinnen. Bij wie het al moeilijk ging voor de uitbraak van het virus of bij gezinnen met huiselijk geweld, of waar de kinderen onder toezicht van de bijzondere jeugdzorg of de jeugdrechter stonden, zal het alleen nog moeilijker worden. Zij leven nu non-stop op elkaars lip. Laat die gezinnen niet in de steek, zorg voor opvolging zodat ze ook in de weken die volgen veilig blijven."

De coronamaatregelen beginnen bij sommigen te wegen op het gemoed. Dat beseft ook de overheid, die sinds gisteren opgeleide vrijwilligers van het Rode Kruis in het callcenter van het noodnummer voorzag. Zij verlenen psychosociale bijstand aan mensen die er behoefte aan hebben. Traumapsycholoog Erik de Soir pleitte bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid om een task force met academici op te richten. Die moet de hulpinitiatieven evalueren en bijsturen "Net zoals die ook bestaat voor de virologen, epidemiologen en vaccinologen", zegt hij. "Dit mag niet het werk zijn van één of twee mensen.""Als supervisor bij het Fire Stress Team krijg ik veel vragen vanuit ziekenhuizen en zorginstellingen. Iedereen schiet momenteel in gang, er is heel veel creativiteit, maar alles begint door elkaar te lopen. Er zijn bijvoorbeeld professoren die een digitaal platform ontwikkelen, waar je kan aanduiden welke hulp je zoekt , waarna je meteen naar de juiste persoon wordt gestuurd. Ik verzamel alles wat er verschijnt over de zorghulp in binnen- en buitenland en help die daarna verspreiden via de psychosociale managers van de FOD Volksgezondheid. Al een hele week zijn mijn echtgenote en ik aan het schrijven aan folders, brochures en zelfs een kinderverhaal. Die zijn intussen al beschikbaar in een tiental verschillende talen en worden gebruikt in heel Europa."We kennen u als traumapsycholoog, vooral voor hulpverleners. Hoe kunnen we hen helpen?"Alleen al met de vragen van onze collega's en ziekenhuizen kunnen we onze hele dag vullen. De vragen zijn veelvuldig, maar veelal identiek: wat als onze mensen het moeilijk krijgen, wat met de werklast, wat met de vele uren die ze kloppen... Ook voor ons is dit nieuw, want normaal vangen we hulpverleners in groep op na één gebeurtenis. We hebben een test ontwikkeld waarmee de zorgkundigen zichzelf kunnen evalueren. Zit ik in het groen en is het oké met mij? Zit ik in het geel en moet ik opletten? Of zit ik in het rood en moet ik naar de hulpverlening stappen? Dit instrument evalueert de dosis trauma, vermoeidheid en neerslachtigheid. Dit kan na elke rotatie, na elke dienst uitgevoerd worden. Permanent. We moeten deze mensen lange tijd op de been houden. Op televisie zien we telkens dezelfde virologen. Dezelfde gezichten zien, is geruststellend, maar kunnen zij dat drie maanden volhouden? Vergelijk het met de mensen van Artsen Zonder Grenzen in Afrika, die soms dagelijks veertig kinderen zien sterven. Ook zij hebben niet de kans om er 's avonds eens over te spreken. Het moet een militaire dril worden."Hoever staat de verdeling van deze test intussen?"De ziekenhuizen die rechtstreeks contact met ons opnamen, hebben de checklist intussen gekregen. De test werd ook doorgestuurd naar het psychosociale team van de FOD Volksgezondheid, die deze verder kan verspreiden. We willen dit voor iedereen beschikbaar stellen. Sommige ziekenhuizen gaan er meteen mee aan de slag, anderen gebruiken de test op eigen maat. De werking van een groot en klein ziekenhuis kan je niet met elkaar vergelijken, maar de principes blijven wel hetzelfde."Heeft u een beeld hoe het intussen met onze zorgverleners is gesteld?"Slechts gedeeltelijk, vooral van de mensen die zichzelf bij ons gemeld hebben. Maar de tijd ontbrak om dit te meten. We zijn ook nog maar een week bezig. In Italië zijn ze al weken bezig, en moeten ze mentaal omgaan met honderden doden per dag. En laat ons ook niet proberen om vanaf het begin álles te doen. Maar laat ons nu eerst kijken hoe we de eerste slagen incasseren: we gaan van 3 naar 10, naar 30 en intussen 67 doden."Vanuit de bevolking ontstaat het idee om witte lakens aan het raam te hangen en applaus te geven. Helpt dit de verpleegkundigen?"Absoluut. Het is een beproefde methode van bevolkingen die collectief getroffen worden. Mij doet het vooral denken aan de Amerikaanse veteranen die terugkeren van een oorlog en als helden onthaald worden. Dan worden ook vlaggen en gele linten uitgehangen. Nu zijn onze onderbetaalde hulpverleners de helden en de witte lakens onze vlaggen. Laat ze hangen, alstublieft! Dit durft heel snel te verwateren. Onze hulpverleners moeten hun inspanningen volhouden zolang de crisis duurt, laat ons de ondersteuning van de hulpverleners ook volhouden.Vandaag zijn we 22 maart 2020, vier jaar na de aanslagen in Brussel. In hoeverre kunnen we deze twee met elkaar vergelijken?Alle fases die we nu doorlopen, hebben we toen ook meegemaakt. Eerst was er de vertraagde reactie van sommige leidinggevenden en de bevolking. Na de aanslagen in verschillende grootsteden in Europa waren we wel bezig met terreurdreiging, maar we wisten er niet veel over. De terroristen waren een onzichtbare vijand. Net zoals het virus. De dreiging beseften we pas ná de aanslagen bij ons, na het zien van de slachtoffers en het veranderende straatbeeld vol patrouillerende militairen. Ook nu dachten velen dat het hier niet zo erg zou zijn. En dan heb je de reactiefase. Mensen gaan in overlevingsmodus. Daarin zitten we nu, door thuis te blijven. Ook dat raakten we toen gewoon. In de winkel anderhalve meter afstand houden en even buiten staan wachten met onze kar, is het nieuwe normaal. En straks komt de afbouwfase. Eenmaal de dreiging wegvalt, komen we snel weer in onze oude gewoontes terecht. Toch zal de angst nog een tijdje nawerken. Er zal nog iets komen, het is niet voorbij, zullen we denken. We moeten stapsgewijs weer naar een normaal leven toewerken. Maar nu, vier jaar later, hebben we allemaal iets van: de terreur hebben we nu wel gehad."