Mathis Vermoortele (9) is de zoon van Jochen Vermoortele (37) en Wendy Deleu (35) uit de Prinsenhofstraat in Sint-Juliaan (Langemark). Hij heeft nog een broer Noah (6). Jochen is metaalbewerker bij Erogal in Oostnieuwkerke. Wendy werkt als kinderverpleegkundige in het Jan Ypermanziekenhuis in Ieper. "Mathis werd geboren met drie teentjes en een klein voetje", vertelt Jochen. "Zijn enkel had maar één beentje, terwijl er normaal twee beentjes moeten inzitten om de voet te stabiliseren. Dat werd pas opgemerkt in de verloskamer."
...

Mathis Vermoortele (9) is de zoon van Jochen Vermoortele (37) en Wendy Deleu (35) uit de Prinsenhofstraat in Sint-Juliaan (Langemark). Hij heeft nog een broer Noah (6). Jochen is metaalbewerker bij Erogal in Oostnieuwkerke. Wendy werkt als kinderverpleegkundige in het Jan Ypermanziekenhuis in Ieper. "Mathis werd geboren met drie teentjes en een klein voetje", vertelt Jochen. "Zijn enkel had maar één beentje, terwijl er normaal twee beentjes moeten inzitten om de voet te stabiliseren. Dat werd pas opgemerkt in de verloskamer."Jochen en Wendy stonden dus voor een hartverscheurende keuze: het onderbeen amputeren of een beenverlenging. "Al snel werd duidelijk dat amputatie de beste oplossing was", zegt Jochen. "De dokters hadden uitgerekend dat het verschil tussen zijn twee benen op volwassen leeftijd 17 centimeter zou bedragen. Dat wil zeggen dat die beenverlenging heel die afstand zou moeten overbruggen. Om de zoveel tijd zou Mathis opnieuw onder het mes moeten voor erg pijnlijke operaties."Toen Mathis anderhalf jaar oud was - in november 2011 - volgde de amputatie. Een maand later kreeg hij zijn eerste prothese en diezelfde dag zette hij al zijn eerste stappen. "De dokters raadden ons aan om de amputatie zeker te doen voor hij vier jaar was, omdat kinderen dan niet beseffen dat ze ooit een been gehad hebben. Daardoor zal Mathis nooit last hebben van fantoompijnen."Ondertussen is Mathis een flinke kerel van negen jaar - "bijna een tiener", lacht hij - en is sport zijn lust en zijn leven. "Al sinds hij heel klein was", zegt Jochen. "Hij heeft altijd gezwommen en aan atletiek gedaan, maar vorig jaar had hij een half jaar miserie. Hij begon x-benig te lopen, waardoor hij last begon te krijgen van de knie, de heup, de rug... Eerst dachten de dokters dat het lag aan zijn stomp, maar het bleek om zijn prothese te gaan. De grote teen in de prothese, die van carbon gemaakt is, was gebroken. Je kon dat echter niet zien, dus hebben we een hele tijd moeten zoeken vooraleer we de oorzaak vonden."Door het gesukkel met zijn prothese laat Mathis nu even het zwemmen en de atletiek links liggen en gaat hij volledig voor volleybal. "Bij een teamsport legt hij minder druk op zichzelf. Mathis verliest niet graag. In een groep kan hij verlies gemakkelijker verteren. De resultaten waren nochtans goed. Ondanks zijn beperking liep hij vaak in de top tien. Tijdens een zwemloop - eerst 100 meter zwemmen en dan nog eens 1,5 kilometer lopen - kwam hij als derde uit het zwembad en werd hij van de 42 kinderen uiteindelijk nog tiende. De meeste tijd verloor hij dan nog omdat hij zijn been moest aandoen, terwijl de andere kinderen konden doorlopen."Ook fietsen lukt heel goed met zijn prothese. Twee weken geleden nam hij nog deel aan de kermisduatlon in Langemark, maar liefst 14 kilometer lang. "Het lopen deed hij met de blade, fietsen met de gewone prothese", zegt Jochen. "Het wisselen van de protheses gaat wel gemakkelijk via een kliksysteem. 14 kilometer was wel veel en er was veel wind, en dat nadat hij bijna niet getraind had. Het lopen had hij goed aangepakt, al was het wel pompen of verzuipen tijdens het fietsen."Lopen, zwemmen, fietsen, volleybal... Mathis doet het allemaal heel graag, maar zijn lievelingssport, voetbal, kan hij niet competitief beoefenen. "We hebben contact opgenomen met de Belgische voetbalbond", zegt Jochen. "Trainen mag, maar wedstrijden spelen niet, omdat zijn prothese niet verzekerd wordt. Een prothese kost heel veel geld en bij slecht weer zou die snel kapot gaan.""Misschien zal hij later nog terugkeren naar atletiek en zwemmen", zegt Jochen. "Nu laten we hem zijn gang gaan. Hij mag zelf beslissen wat hij wil. Dit jaar heeft hij gekozen voor volleybal. De liefde voor het lopen blijft wel, maar ik denk dat de grote druk voor die trainingen misschien wat te veel voor hem werd. Nu heb ik de indruk dat het wat rustiger is in zijn hoofd. Hij loopt liever een wedstrijdje of een duatlon dan dat hij veel gaat trainen. Vroeger was het wel de ambitie om aan triatlons deel te nemen en eventueel hoge ogen te gooien als paralympiër. Daarom moest hij de basis leggen van het zwemmen en de atletiek. Fietsen doet hij sowieso graag. Dit jaar houdt hij wel een time-out. Als ouders hopen we dat hij weer de microbe van de atletiek en het zwemmen te pakken krijgt, maar we gaan hem niet pushen."