Ik schrijf dus ik ben. Het is zoiets. En dus schrijf ik in deze tijden liever dan ooit.

Maar de buurman belt aan beneden. Raar, in deze tijden belt niemand aan, blijven we allen in ons kot. Ann beneden hoorde om een of andere reden de bel niet, blijkbaar. Nu moet ik weer helemaal van mijn schrijverskamertje wel 25 treden naar beneden naar de voordeur.

"Men komt morgenvroeg groenafval ophalen, heb je nog?", vraagt David. We delen zo'n groencontainerke op wieltjes, vandaar. "Geen tijd om te snoeien, man," zeg ik bijna triomfantelijk. "Ik wérk nog... Ik schrijf. Dus ik bén...!"

Neen, ik heb niet zo'n groene vingers. Maar ik draag mijn lot als een man, ga toch nog eens kijken in de tuin of er vanavond na al mijn geschrijf toch nog iets moet gedaan worden. Maar bedenk alvast dat Vogelbescherming Vlaanderen heeft opgeroepen nog geen groen aan te raken 'om de broedende vogels niet te verstoren...'

Deze coronacrisis brengt écht mensen en dieren dichter bij elkaar

Maar al wilde ik op 1,5 meter van het groen blijven, ik ben alweer te laat. Ann zit al in de tuin, dáárom hoorde ze dus de bel niet. Haar kluslijstje voor elke dag (ik herhaal: voor élke dag! Dat ze dan ook afwerkt!) heeft alweer toegeslagen. Een mand vol snoeiwerk. Ik, lief: "Die draag IK wel naar voor..."

En alle steentjes opgeruimd. We hebben mooie, witte (nu nog wat groene) steentjes in de tuin, die moet je niet maaien. Het was nodig, ons gek hondje Dora, sprint ze in haar gekste buien allemaal overhoop. Overigens: geen kwaad woord meer over Dora. Drie dagen geleden beklaagde ik er mij hier nog over dat ze pertinent weigerde mij ook maar één signaal van hechtingshormonen te schenken. Gisteravond naderde ze plots eerst tot op minder dan 1,5 meter, pikte dan het snoepje uit mijn hand en GAF DAN EEN POOTJE! Duidelijk per ongeluk, ze keek wel zeer beduusd. Maar ik voelde: deze coronacrisis brengt écht mensen en dieren dichter bij elkaar.

Als dit allemaal voorbij is, gaan we zingen en dansen! Weet je wat? We halen dan Tomorrowland in onze tuin! © BELGA

An had trouwens ook al de grote tuintafel helemaal afgeschuurd. Lekker in de zon. Ik zeg: "Wanneer zouden we rond deze prachtige tafel, door jou ongetwijfeld prachtig gedekt, weer eens kunnen samenzitten met wel zes vrienden?" Ann knikt: "Bij het schrobben dacht ik precies hetzelfde."

Ik denk: we zijn hard aan het schrobben aan ons nieuw leven. En ik ben altijd gulzig geweest. Als dit allemaal voorbij is, nodigen we geen zes vrienden uit maar nog veel meer. En we gaan zingen en dansen! Weet je wat? We halen dan Tomorrowland in onze tuin!" Ann haalt mij stilletjes uit mijn dromen. "Zou het nog... dicht bij de vrienden...? Nog deze lente?" Ik roep het bijna uit. Ja...! Jààà...! JAAAAA! En trek dan weer naar boven, naar mijn schrijfkamertje. Ik schrijf dus ik ben. En ik ben vandaag nog steeds hoopvol.

Ik schrijf dus ik ben. Het is zoiets. En dus schrijf ik in deze tijden liever dan ooit.Maar de buurman belt aan beneden. Raar, in deze tijden belt niemand aan, blijven we allen in ons kot. Ann beneden hoorde om een of andere reden de bel niet, blijkbaar. Nu moet ik weer helemaal van mijn schrijverskamertje wel 25 treden naar beneden naar de voordeur."Men komt morgenvroeg groenafval ophalen, heb je nog?", vraagt David. We delen zo'n groencontainerke op wieltjes, vandaar. "Geen tijd om te snoeien, man," zeg ik bijna triomfantelijk. "Ik wérk nog... Ik schrijf. Dus ik bén...!"Neen, ik heb niet zo'n groene vingers. Maar ik draag mijn lot als een man, ga toch nog eens kijken in de tuin of er vanavond na al mijn geschrijf toch nog iets moet gedaan worden. Maar bedenk alvast dat Vogelbescherming Vlaanderen heeft opgeroepen nog geen groen aan te raken 'om de broedende vogels niet te verstoren...'Maar al wilde ik op 1,5 meter van het groen blijven, ik ben alweer te laat. Ann zit al in de tuin, dáárom hoorde ze dus de bel niet. Haar kluslijstje voor elke dag (ik herhaal: voor élke dag! Dat ze dan ook afwerkt!) heeft alweer toegeslagen. Een mand vol snoeiwerk. Ik, lief: "Die draag IK wel naar voor..."En alle steentjes opgeruimd. We hebben mooie, witte (nu nog wat groene) steentjes in de tuin, die moet je niet maaien. Het was nodig, ons gek hondje Dora, sprint ze in haar gekste buien allemaal overhoop. Overigens: geen kwaad woord meer over Dora. Drie dagen geleden beklaagde ik er mij hier nog over dat ze pertinent weigerde mij ook maar één signaal van hechtingshormonen te schenken. Gisteravond naderde ze plots eerst tot op minder dan 1,5 meter, pikte dan het snoepje uit mijn hand en GAF DAN EEN POOTJE! Duidelijk per ongeluk, ze keek wel zeer beduusd. Maar ik voelde: deze coronacrisis brengt écht mensen en dieren dichter bij elkaar.An had trouwens ook al de grote tuintafel helemaal afgeschuurd. Lekker in de zon. Ik zeg: "Wanneer zouden we rond deze prachtige tafel, door jou ongetwijfeld prachtig gedekt, weer eens kunnen samenzitten met wel zes vrienden?" Ann knikt: "Bij het schrobben dacht ik precies hetzelfde."Ik denk: we zijn hard aan het schrobben aan ons nieuw leven. En ik ben altijd gulzig geweest. Als dit allemaal voorbij is, nodigen we geen zes vrienden uit maar nog veel meer. En we gaan zingen en dansen! Weet je wat? We halen dan Tomorrowland in onze tuin!" Ann haalt mij stilletjes uit mijn dromen. "Zou het nog... dicht bij de vrienden...? Nog deze lente?" Ik roep het bijna uit. Ja...! Jààà...! JAAAAA! En trek dan weer naar boven, naar mijn schrijfkamertje. Ik schrijf dus ik ben. En ik ben vandaag nog steeds hoopvol.