Het menselijke contact is verslavend, geeft hij toe. Ook hij zal het missen. En het fiscale kader, de vele regeltjes en wetten spelen hem parten. "Mochten we het ons kunnen veroorloven, we zoeken hulp voor in de zaak. Maar dat wordt allemaal onbetaalbaar. Toen ik begon, kon je rondkomen als je vijftig pintjes verkocht. Veel hadden we niet nodig. We waren hippies. Maar je moet dat nu niet meer proberen."
...

Het menselijke contact is verslavend, geeft hij toe. Ook hij zal het missen. En het fiscale kader, de vele regeltjes en wetten spelen hem parten. "Mochten we het ons kunnen veroorloven, we zoeken hulp voor in de zaak. Maar dat wordt allemaal onbetaalbaar. Toen ik begon, kon je rondkomen als je vijftig pintjes verkocht. Veel hadden we niet nodig. We waren hippies. Maar je moet dat nu niet meer proberen." Ze doen het nog altijd met zijn tweetjes. Een tijdlang deden ze een beroep op studenten. "Maar personeel is onbetaalbaar geworden", zegt José. En zonder hulp is het niet vol te houden. Want hoe lenig ze ook zijn, het lijf spartelt al eens tegen, maken Tine en José desnoods met gebaren duidelijk. Je zou het hem lang niet nageven, met zijn hippe, veelkleurige hemdjes en de zwier waarmee hij pintjes serveert, maar de man wordt in oktober 72. Zijn Tine mag dan met haar 64 een groen blaadje zijn, ook zij voelt de botten al eens kraken. "Het verwondert me dat mensen de vraag stellen waarom we ermee ophouden", zegt ze. "Alsof je het aan ons niet ziet." Neen dus. "Dan komt dat omdat het café nogal donker is", lacht ze. "Geloof me, deze job pleegt roofbouw op je lichaam." En zeggen dat José al 50 jaar bier schenkt. "Ik stond al jaren achter de toog in De Drie Duiven, hier om de hoek in de Veldstraat, voor ik in april 1970 voor eigen rekening begon. Van opleiding ben ik eigenlijk IT'er. Ja, natuurlijk bestonden er toen al computers. Al rollen informatici over de vloer als ik zeg dat de CPU, de Central Processor Unit, van de firma waarvoor ik toen werkte, een gigantisch bedrijf met vijftig of zestig vrachtwagens, slechts 16K bedroeg." Even lonkte hij naar een job bij IBM, maar "die branche betaalde dan weliswaar heel goed, bij die Amerikaanse giganten was je een slaaf." Niets voor een kind van de flowerpower. José was een hippie en hij begon met De Kilo, in de Pluimstraat. "Later heb ik De Groten Bak gehad, in de Kapittelstraat en dan het Bierhuis op de Veemarkt. Dat was eigenlijk Groeningelaan 2 en nu zitten we in Groeningelaan 15. Met Den Boulevard. Dat zijn ze alle vier."Tussendoor liet hij Kortrijk even aan de Leie liggen en opende een winkel aan zee. De autoloze zondagen deden zijn zaak geen deugd en omdat hij het in eigen stad niet bruin kon bakken, ging hij aan de slag in het bekende pottenbakkersbedrijf Noseda. "Topkwaliteit", zegt hij. "Bij elke brocanteur in de streek ga je nog werk zien staan van Noseda." Het duurde niet lang of zijn vroegere klanten wisten ook dat hij terug in Kortrijk was. "Gevolg was dat ik constant volk over de vloer had. Ik dacht: net een café, alleen verdien ik er niets aan. En zo ben ik herbegonnen. Ik deed dat eigenlijk het liefst van al. Café houden is toch een beetje een roeping. De rest was allemaal niet voor mij."Tine haar oogjes fonkelen als ze haar man bezig hoort. "Zal dat nu weer zo zijn als je er mee stopt? Ga je weer herbeginnen?" José schudt van neen. Ze zijn intussen ook meer dan 30 jaar een koppel. Als jong meisje kwam Tine al eens in De Kilo. "Niet vaak", zegt ze. "Op café gaan, zomaar zonder reden, dat mocht ik toen nog niet. Er moest iets te doen zijn. En er was daar nooit iets te doen. Ze zaten er gewoon aan de toog. De ruiten waren zwart geschilderd, dus dat was zeer verdacht. Maar achter die ruiten zaten er alleen maar brave mensen, allemaal hippies."Het was pas veel later toen ze geregeld een handje ging toesteken in het café van José dat ze naar elkaar toegroeiden. "En toen ben ik verliefd geworden op mijn baas. Meer ga ik daar niet over zeggen", schatert ze. "Het is toch niet voor de Story hé?" Sinds '88 zijn ze een koppel. Al die tijd werken ze samen. "Volgens het principe van de Belgische Staat," zegt José laconiek. "De scheiding der machten. Alleen passen wij dat principe wel nog toe, in tegenstelling tot de staat. Ik ben meestal bezig achter de toog en selecteer ook de bieren." Het rijke assortiment aan bieren is net een van de vele troeven van de zaak. Daarbij veel brouwsels uit eigen streek. "Het is leuk dat we de lokale brouwers kunnen steunen", zegt Tine. "We hebben nooit risico's gemeden. Het was hier verboden te roken een jaar voor het rookverbod inging. En klassieke bieren en frisdranken kon je hier nooit krijgen. Maar op de kaart staan alle dranken mooi beschreven en wie dan nog de keuze niet kan maken, krijgt tal van hints of een proevertje van José."Tine stond tot voor kort in de keuken en was ook te vinden op het terras om de glazen op te halen. De hele communicatie is ook haar deel. Naar de buitenwereld toe toont ze zich vaak bijzonder creatief in zowel woord als beeld. De aankleding van het café, dat uitpuilt van kunstwerkjes, hebbedingen en andere parafernalia draagt eveneens haar stempel. "O, pas op," protesteert ze, "dat is ook het werk van José. De vele beeldjes, de hele collectie dronkaards, is van hem." José knikt. "Maar het is waar Tine, geef toe, je bent heel creatief. Je bent toch echt een artieste?" In de laatste maand dat het café open is, lanceert ze nog een project. "Mensen plakken al jaren post-its en bierkaartjes tegen de muren in de kelder. Daar zitten heel mooie teksten tussen. Die ga ik allemaal in een groot plakboek kleven. Eigenlijk was dat Facebook avant la lettre. In plaats van op papier, mogen de mensen de laatste maand op de muren krabbelen. Een stukje poëzie of een tekening. Kunst in de Kelder zal het heten. Want het café stopt dan wel, het wordt een voormalig café. De toeristen die hier straks in ons huis komen slapen, gaan dat zien. En wij gaan er ook iets aan hebben. Eigenlijk is dat het mooiste cadeau dat je ons kan geven. Want ik ga daar niet flauw over doen, ik ben bang om straks in een vergeetput te belanden. Het is zoals bij een hond en een kat. Als je ze eten en drinken geeft, ben je hun maat. Met mensen is dat niet anders. Ja, ik ga de bladzijde omdraaien, de stekker uittrekken en iets nieuws doen. Maar het zal niet hetzelfde zijn als een café. Een café is intenser. En zwaarder ook. Mijn lijf doet langs alle kanten pijn", zegt ze en ter illustratie legt ze haar handen in haar onderrug. Niet alleen in de kelder hangen er boodschappen van klanten. Ook in het café. Zo prijkt er boven de toog al jaren een mooie zin van ene Maaike: 'Als je hier bent, ben je thuis, al moet je dan nog naar huis.' Die huiselijke sfeer wordt door iedereen geprezen. Maar voor Tine heeft dat ook nadelen. "Bijna elke dag komen hier mensen binnen die de voordeur opensteken en niet beseffen dat ze in ons huis zitten. Eigenlijk zijn we veel ruimte kwijtgeraakt toen we van ons huis een café maakten. Mijn café zei het me al een tijdje: 'Ik wil opnieuw een huis worden.' En dat gaat lukken." Al zullen er nu nog mensen binnenkomen, wanneer ze onder meer via Airbnb gastenkamers aanbieden. "We gaan nog altijd ons huis delen, maar niet meer zo intensief", zegt Tine.Intussen is ook de stoet van mensen die nog een laatste keer bepaalde zeldzame bieren willen drinken en vooral het unieke café en en zijn befaamde uitbaters willen zien, al begonnen. "Ze komen vertellen wanneer ze hier voor het eerst geweest zijn en wat deze plek voor hen betekend heeft. Er komen nu plotseling heel veel mensen die we jaren niet gezien hebben. Het gerucht doet vlug de ronde in zo'n klein stadje. En de sociale media doen hun werk", zegt Tine. José wrijft zich over zijn bekende bakkebaarden en zucht: "Het zou triestig zijn, mochten ze hier plots aan de deur staan en merken dat het gedaan is. Mensen moeten de kans krijgen om afscheid te nemen. Je moet weten, dit is voor veel mensen de plek geweest waar ze hun vrienden terugvonden. Waar ze eens hun ei kwijt konden. Alle dagen zijn gelijk. Mensen zitten soms een beetje verveeld met bepaalde dingen. En dan kunnen ze er eens over praten. Zonder dat de muziek hen van hun sokken blaast."Voor anderen is het nog veel meer. Ze hebben een persoonlijke geschiedenis met de plek. "Het was een echt date-café", stelt Tine vast. "Vooral in de winter viel dat op. Dan zag je de ene binnenkomen en kort daarna kwam de andere binnen. Je zag beiden onrustig rondkijken, tot ze elkaar gevonden hadden en toen begon een gesprek dat bijwijlen op een examen leek. Of een interview. Was het bingo, dan zag je ze terug. Anderen zag je nooit meer. Vaak waren er mensen die hier elkaar leerden kennen en terugkwamen als ze kinderen hadden."Wie weet zullen er sommigen zijn die binnenkort kinderen maken in Boulevard 15. "Why not?" zegt Tine, die binnenkort lessen Engels volgt om haar buitenlandse gasten nog beter te woord te kunnen staan. "We hebben een gastenboek, daar kunnen ze alles in kwijt."29 september is de laatste dag. Dan zal het café veel te klein zijn. "Mocht hij kunnen kiezen, hij slaat die dag liever over", geeft Tine mee, terwijl ze José aankijkt. Hij knikt van ja. Emotionele taferelen zijn niet aan hem besteed. "Iemand suggereerde al om de sluiting in de Expohallen te laten plaatsvinden", zegt Tine terwijl ze met de ogen rolt. "Wellicht zouden ze vollopen", reageert José. "Maar dat kan niet de bedoeling zijn. Het is juist om die huiselijkheid dat mensen hier willen zijn." Ze hopen op wat medewerking van de weergoden. "Want we hebben geen budgetten voor tenten." Net voor ze ons uitzwaait, vertelt Tine buiten hoe twee kinderen onlangs een handtekening van José wilden. "Geen dom idee", gekscheert ze. "Volgens mij moet dat gouden standbeeld hier wat verder binnen afzienbare tijd plaats ruimen voor een beeld van José. En dan kunnen die jongens zeggen dat ze nog een krabbel hebben van toen de man nog niet van steen was."