Tim Deweerdt uit Kortemark put moed en vindt troost in zijn duivenkot

foto JS
foto JS
Johan Sabbe

Het zal u wellicht verbazen, maar in zijn vrije tijd heet gemeenteraadslid Tim Deweerdt Mevrouw Deweerdt & Zonen . Neen, niet als travestiet, zoals u misschien denkt, maar als… duivenmelker.

De echte Mevrouw Deweerdt , Tims oma, leeft overigens nog. Ze heet Liz Mertens, is 96 en al dertig jaar de weduwe van Emiel Deweerdt, Tims opa en destijds óók duivenliefhebber. Liz had tot 2012 haar thuis op de plaats in de Lichterveldestraat waar kleinzoon Tim nu woont. En vooral: waar zijn duivenkot staat. Want zoals hij zelf zegt: “Elke dag heb ik nood aan de nabijheid van mijn duiven. Zonder die dieren zou ik geen rust en standvastigheid vinden. Al zeker niet in tijden van corona.”

Op de oppositiebanken

Tim (37) is de vader van Cas (9) en Zita (6). Hij is master in de sociologie én de algemene economie, diploma’s die hij respectievelijk in 2005 en 2007 aan de Gentse universiteit heeft behaald. Hij studeerde er samen met de huidige Torhoutse burgemeester Kristof Audenaert. Ook Tim doet aan politiek, maar hij vaart onder een andere vlag. Kristof behoort tot de CD&V, Tim zit in Kortemark op de oppositiebanken als gemeenteraadslid voor de fractie SP.A Content. Zijn vader Bernard (65), die getrouwd is met Annie Demeulenaere (63), heeft als OCMW-secretaris van Houthulst jarenlang de politiek in die gemeente van nabij gevolgd en is er op het einde van zijn loopbaan zelfs nog even algemeen directeur geweest. Hij woont met zijn vrouw omzeggens achter het huis van Tim en is een al even gepassioneerde duivenliefhebber als zijn zoon. Mét een eigen duivenkot, al is hij vaak op het erf van Tim te vinden. Ook Tims oom Freddy Deweerdt en diens zoon Filip dragen de duivensport in het hart.

Liefde voor de duif

Tim geeft les in het GO!-onderwijs in Blankenberge, vooral gedragswetenschappen en geschiedenis. Als het op school al eens tegenzit, laten zijn duiven hem thuis weer op zijn positieven komen.

“Wat ben ik blij dat ik een duivenkot heb. Nochtans schaamde ik me daar in de beginjaren van mijn secundair onderwijs een beetje voor. Welke jongen van 14 is er nu gepassioneerd door duiven? Op die leeftijd speelde ik voor het eerst met een klasseduif op een vlucht vanuit Barcelona. Dat was in 1997. Ik heb het dier helaas nooit meer teruggezien. Dat verlies kwam hard aan, maar zo leerde ik dankzij de duivensport omgaan met tegenslagen.”

“Elke dag heb ik nood aan de nabijheid van mijn duiven”

“Toen we destijds met onze duiven op de grote fond vluchten van rond de 1.000 kilometer belangrijke prijzen wonnen, bleef mijn vader daar nuchter bij. Hij zei: als het erop aankomt, is de liefde voor de duif groter dan de kick van de eerste prijs . Begin jaren 2000, toen de internetveilingen van duiven populair werden, speelden we erg goed. Er werd aan onze mouw getrokken om te verkopen. We hadden er misschien grof geld mee kunnen verdienen, maar mijn vader en oom hielden de boot af. Ze zeiden: je hebt dan wel de centen, maar je bent je passie kwijt . Toen was ik nog te jong om dat te begrijpen, maar nu snap ik het wél. In mijn duivenkot vind ik troost waar nodig en put ik moed als het eens minder met me gaat.”

De dood van een vriend

“Ik breng een groot deel van mijn vrije tijd in en om mijn duivenkot door. En bij onze duivenvereniging De Vliegersclub in café In de Welkom aan de Staatsbaan. Alleen al een duif kunnen vástnemen , doet iets met me. Dat is een vorm van affiniteit die niet te beschrijven valt. Mijn vader kent dat gevoel trouwens ook. We zijn beiden goed in relativeren. We spelen nog op de aloude manier: met een duivenklok of constateur. Niet elektronisch dus.”

“Twee weken geleden is Frank Rondelez overleden, de voorzitter van onze SP.A-afdeling. Hij was een goede vriend geworden. Zijn dood heeft me sterk aangegrepen. Het zijn bizarre tijden, ook om te sterven. Je krijgt door de coronacrisis nauwelijks de kans om andere mensen écht te ontmoeten, om je gedachten te verzetten en om over je verdriet te praten. Op zulke momenten prijs ik me jandorie gelukkig dat ik een eigen duivenkot heb.”

“Kort na Franks dood heb ik enkele van onze beste duiven gekoppeld. Pas over enkele jaren weet ik of dat succes heeft gekend. Net dat werken op termijn, en niet de instant voldoening , biedt perspectief. Het zegt me dat je nooit mag opgeven. Dat je elke dag opnieuw moet zaaien, maar niet om meteen te willen oogsten”, besluit Tim. (Johan Sabbe)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.