Tienjarigen Matz en Matto hebben een passie voor motoren

Matto en Matz. (foto CLL)
Christophe Lefebvre

Is het de lucht of de vruchtbare grond? Daar bestaat nog twijfel over. Wat wel zeker is, is dat Matz Debels (10) uit Lauwe en Matto Vertongen (10) uit Avelgem eigenhandig de provincie op de internationale kaart aan het zetten zijn. Voorzien van bakken talent en een flinke dosis lef lijkt hun toekomst verzekerd. West-Vlaanderen zendt haar zonen uit en doet dat onder het geluid van ronkende motoren.

De geur van benzine, de spanning van de pits en een geconcentreerde blik op de lichten die het startsignaal geven. De motorsport is een branche die heel wat mensen doet wegdromen voor televisie, maar in ons land lijkt het een discipline die haast van de kaart verdwenen is. Ver weg van darts, voetbal of wielrennen timmeren twee prille tieners ongehinderd voort aan een indrukwekkend parcours, waarbij the sky the limit lijkt te zijn. Beiden bliezen nog maar net 10 verjaardagskaarsjes uit en staan al op de radar bij de grootste teams op aarde.

Heren, kunnen jullie zichzelf even voorstellen?

Matz: “Ik ben Matz, 10 jaar oud, woon in Lauwe en mijn passie is racen met de motorfiets. Banden laten gieren op het asfalt en dit aan bloedstollende snelheden? Ja, daar kun je me wel mee bekoren.”

Matto: “Ik ben Matto, eveneens 10 jaar oud en woon in Avelgem. Asfalt is niet meteen mijn ding. Je vindt mij eerder terug op de pistes waar ik met mijn crossmotor halsbrekende toeren uithaal.”

Motorfietsen, racen en crossen lijkt me eerder iets uit de wereld van de volwassenen. Toch staan jullie nu al te boek als talent. Wanneer zijn jullie die sector binnengerold?

Matz: “Mijn papa is een fervent motorrijder en ging vaak naar het circuit. Ik wilde dat ook wel eens proberen en na wat aandringen kreeg ik een pitbike, een soort van mini-motor. Ik sprong erop en van bij de eerste draai aan de hendel wist ik dat dit helemaal mijn ding was. Zo is het eigenlijk begonnen.”

Matto: “Bij ons thuis kreeg ik het ook met de paplepel mee. Mijn papa is zelf een fervent motorcrosser en in het weekend stond ik dan altijd vol bewondering te kijken. Ook mijn opa is een motorcrosser. Je kan dus gerust zeggen dat het in de familie zit. Toen ik drie jaar was, sprong ik voor het eerst op het zadel en ik ben er als het ware nooit meer afgekropen.”

Zien jullie het als een sport, een hobby of gewoon als ontspanning?

Matz: “Ik had de smaak meteen te pakken en samen met mijn ouders trok ik iedere week opnieuw naar het circuit. De pitbike deed het na een tijdje niet meer en na wat aandringen wist ik mijn ouders te overtuigen om een volwaardige racemotor te kopen, zij het dan op mijn formaat. Een Bucci-Moto BR10 GP-mini. Weekend na weekend ben ik aan het trainen en waar ik in het begin nog wat twijfelde in het bochtenwerk, voel ik me er nu als een vis in het water.”

“Er zijn momenten geweest waar ik dusdanig plat ging liggen dat mijn voetsteunen volledig afgesleten waren. Het kan nogal eens snel gaan op het asfalt maar zo heb ik het graag. Mijn stijl moet zijn opgevallen want al snel kregen we contact met het merk zelf die me natuurlijk stimuleert om verder te gaan. Ondertussen trek ik met mijn ouders bijna maandelijks naar Italië, waar ik tussen de groten der aarde mag racen. Je ziet ze voorbij vliegen met hun grote motoren en ik rij er gewoon tussen met mijn kleinere versie. Hoewel ik al snelheden haal van 120 kilometer per uur kan ik natuurlijk nog niet mee met de volwassenen. Mijn motor is daarvoor niet krachtig genoeg. Het verschil aan kracht kan ik dan weer compenseren met het bochtenwerk, waardoor ik de profs het vuur aan de schenen leg.”

Matto: “Als ik op mijn crossmotor kruip, dan is het alsof ik een schoen of een broek aantrek. Het gaat gewoon allemaal erg vlot. De eerste keren dat ik in groep moest starten, was het wel even schrikken. Idem voor de eerste sprong die ik moest nemen met mijn motor. Maar intussen zijn die twijfels achter de rug. Ik rij met een KTM 65cc in de categorie van de nieuwelingen en daar gaat het erg vlot. Ik kon me in september tot Belgisch kampioen kronen en ondertussen ligt de volgende categorie binnen handbereik. Het wordt dan opnieuw een KTM-crossmotor maar met een motor van 85cc erin. Krachtiger, zwaarder en natuurlijk sneller.”

Jullie combineren een strak trainingsschema met school en vooral met trips naar het buitenland. Wat brengt de toekomst voor jullie in België?

Matz: “De motorsport in België bestaat eigenlijk niet echt. Er is wel een competitie maar je kunt die absoluut niet vergelijken met die over de landsgrenzen. Frankrijk is daar een mooi voorbeeld van, maar vooral Italië is het mekka voor wie zich wil ontwikkelen op de racemotor. Ik ben erg dankbaar dat mijn ouders me volgen maar het ziet ernaar uit dat ik uiteindelijk wel internationaal ga moeten kijken om verder te groeien.”

Matto: “Bij motorcrossen is het zowat eenzelfde verhaal. Vroeger was het razend populair maar nu is het heel wat minder geworden. Ik train op woensdagnamiddag om zo in het weekend te kunnen deelnemen in de competitie. Die trainingen? Die vinden dan plaats in Nederland of Frankrijk, afhankelijk van de wedstrijden die eraan komen. Mijn doel is om mijn Belgische titel te verlengen en eenmaal ik 18 ben een gooi te doen naar de wereldtitel. Helaas zijn er in eigen land veel te weinig opties.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.