Thuisverpleegkundige Joyce Compernolle (28) heeft de drukste maanden van haar carrière achter de rug, zegt ze. "Onze patiënten hadden honderden vragen en wij waren vaak hun enige aanspreekpunt", klinkt het bij de Ingelmunsterse die samen met vier collega's het Verpleegteam An Minjauw vormt.
...

Thuisverpleegkundige Joyce Compernolle (28) heeft de drukste maanden van haar carrière achter de rug, zegt ze. "Onze patiënten hadden honderden vragen en wij waren vaak hun enige aanspreekpunt", klinkt het bij de Ingelmunsterse die samen met vier collega's het Verpleegteam An Minjauw vormt."Daar heb ik altijd tijd voor genomen, want voor sommige mensen was ik de enige persoon die ze nog in levende lijve zagen. Mijn job ging zoveel verder dan enkel mensen verzorgen. Even een praatje slaan, hen geruststellen... je voelde aan alles dat zo'n zaken middenin de coronacrisis erg belangrijk waren. Ik ben vooral blij dat mijn patiënten me al die tijd vertrouwd hebben en in hun woning hebben toegelaten. Dat was niet evident, want de angst voor het virus zat er overal stevig in."Als thuisverpleegkundige was Joyce wel op alles voorbereid. "Aanvankelijk was het quasi onmogelijk om aan mondmaskers te raken, maar die schaarste is gelukkig snel verdwenen. Nu zijn we tot in de puntjes uitgerust: handschoenen, ontsmettende lotion, erg vaak onze handen wassen... het is helemaal in ons ingebakken. Maar gelukkig vormen die extra handelingen geen obstakel om mijn job tot in de puntjes uit te voeren. De zorg voor mijn mensen staat immers altijd en overal voorop. Ik ben ondertussen perfect aangepast aan het nieuwe normaal.De schrik om zelf besmet te raken is er nog altijd, zegt Joyce. "Covid-19 is niet verdwenen, hé. Daar moeten we ons goed bewust van zijn. En als thuisverpleegkundige zie ik erg veel mensen, maar gelukkig hebben we tot nu toe geen enkele besmetting onder onze patiënten. Daar ben ik dankbaar voor."De voorbije maanden zag Joyce het respect voor haar job alleen maar toenemen. "Er was voor deze hele crisis al veel waardering voor wat ik doe, maar dat is alleen nog maar gestegen", vindt ze. "Ik heb ook wel genoten van het dagelijkse applaus voor de zorgsector, maar dat moest van mij niet blijven duren. Het was mooi, maar nóg beter zou zijn om wat wij dagdagelijks doen als zwaar beroep te erkennen. Dat is nog altijd niet het geval, maar de afgelopen drie maanden hebben bewezen dat het wél zo is. Ikzelf heb nu eeuwige bewondering voor wie in onze rusthuizen aan de slag is. Voor die mensen doe ik mijn hoed af."Business as usual zal het niet snel opnieuw worden, denkt Joyce. "De veiligheidsmaatregelen zullen nog maanden blijven gelden, zeker in onze sector. Dat vind ik perfect, want we nemen beter het zekere voor het onzekere. De coronacrisis heeft me ook meer bewust gemaakt van het gewone leven. Ik kijk anders naar de toekomst en heb de kleine dingen echt leren appreciëren. Ik prijs me gelukkig dat ik kan terugvallen op een hecht gezin en veel mensen rondom me heb die me door dik en dun steunen. Dat is heel veel waard. Als ik eens nood had aan een ventilatiemomentje, stond er altijd wel iemand voor me klaar", glimlacht ze. "Dit voorjaar was uitzonderlijk zwaar, maar ik weet nu meer dan ooit dat dit de job van mijn leven is. Het is een roeping. En die wil ik tot aan mijn pensioen blijven doen."