"We mogen er prat op gaan: wij zijn de eerste en dus de oudste wielerclub van Menen." Voorzitter Jean-Marie Wylin is een trots man. "De oudste leden, onze oud-strijders zoals we ze vaak noemen, ze zijn onverslijtbaar", lacht hij.
...

"We mogen er prat op gaan: wij zijn de eerste en dus de oudste wielerclub van Menen." Voorzitter Jean-Marie Wylin is een trots man. "De oudste leden, onze oud-strijders zoals we ze vaak noemen, ze zijn onverslijtbaar", lacht hij.Op zondag 11 maart organiseerde wielerclub W. S. C.-Menen zijn jaarlijks clubsouper in het Oud Stadhuis in Geluwe. Het ideale moment om de jarige Walter Fraeye hij werd 80 in de bloemetjes te zetten. "Hij kwam er in 1971 bij en fietst nog altijd het hardst", vertelt Jean-Marie. Dat Walter die dag gevierd werd, kon uiteraard niet geheim gehouden werden. Toch werd het een verrassende dag. "De 85-jarige Daniël is ons oudste lid. Hij sloot zich aan in 1968, het geboortejaar van de club. Wij konden zijn vijftigste wielerjaar toch niet zomaar laten passeren? Natuurlijk moest het in de aandacht komen."Aan niets zou je zeggen dat Daniël Bonnet 85 is geworden. "Ik moet eerlijk toegeven: ik was ontroerd. Vanuit de Wielerbond heb ik een mooi aandenken gekregen. En in een prachtig fotoboek werd mijn 50-jarige carrière knap in beeld gebracht. Dat doet toch wat met een mens."Wielerclub W. S. C.-Menen telt een 15-tal leden, ondertussen allemaal vrienden. "Luc, Walter, Werner en ik zijn mannen van de eerste dagen", glimlacht Daniël. "We gaan drie keer per week met de club fietsen, telkens op zaterdag, zondag en woensdag. 's Zondags zijn we meestal met een mooie bende, soms zelfs compleet. In de week is dat wat minder. Je kent dat hé, de jongeren moeten werken."Volgens de anciens zit het koersbloed hen in de aderen. "Met een aantal clubleden hebben we nog minivoetbal gespeeld", vertelt Luc. "Maar dat was toch dat niet. Fietsen is en blijft onze grootste passie." De vele tochten die de club uitstippelt, zijn voor de leden de ideale ontspanning. "Let op: de ritjes zijn niet van de poes. Ik herinner me de vierdaagse in Roeselare of de tocht in Binche", gaat Werner verder. "We rijden soms zelfs meer dan 150 kilometer op een dag." "Waar we met de club ook naartoe gaan, we doen het met de fiets. Ongeacht de afstand. Zo waren we in 1992 op de Olympische Spelen in Barcelona. Daar zijn we ook à velo geweest."Vroeger kon de wielerliefhebber alleen maar dromen van een wielerclub. "Er waren geen clubs toen. Dankzij Michel Gyselinck, de oprichter van wielerclub W. S. C.-Menen kunnen we ons nu uitleven zonder zorgen", weet Daniël. Jean-Marie zorgt voor de administratie en de vergaderingen maar vooral voor zijn renners. "De veiligheid van 'mijn' renners zijn voor mij een grote prioriteit. Ik rij telkens mee met hen en bij pech staan we allemaal onmiddellijk klaar om elkaar te helpen", vertelt hij. Het fietsmateriaal is in al die jaren ook veel beter geworden. "Dankzij onze sponsors, Galloo, Christ Blanquart en A. B. C Architect kunnen we ons heel mooi koersmateriaal veroorloven." "Het meest ongelooflijke is dat we in al die jaren nog nooit heel grote problemen hebben gehad", vult Luc aan. "Weet je hoe dat komt? Omdat er geen competitie is tussen ons, geen prestigeslag zoals bij veel andere wielerclubs. Sommigen rijden elkaar van de baan om hun punten te halen, maar niet bij W. S. C. Ons geheim is dat we een echte en hechte vriendengroep zijn. Het moet gezellig en plezant blijven. Samen uit, samen thuis", vertelt Daniël.Wielerclub W. S. C.-Menen is trots op zijn jongste lid, de 17-jarige Adel. "Hij is een vluchteling uit Eritrea en een echt natuurtalent. Wij fungeren als Adels 'buddy' en nu begeleiden we hem in zijn kennis van materiaal, training, verkeersregels van bij ons", vertelt Jean-Marie. "Wij zijn klaar voor de toekomst, dat is zeker.""Het belangrijkste is dat we ons blijven amuseren, vooral tijdens onze uitstappen. Het wielerseizoen kan voor ons nooit vroeg genoeg beginnen. We hebben in al die jaren héél veel gezien, maar vooral heel veel afgezien", grapt het gezelschap.(Nicolas Verhaeghe)