StuBru-stem Michèle Cuvelier: “Het BV-schap? Daar ben ik totáál niet mee bezig”

In een recordtempo groeide Michèle Cuvelier uit tot een van de ‘leading ladies’ van Studio Brussel. De Ardooise deerne laat sinds februari de ochtend iets minder ‘sucken’ – zo verwoordt de zender het zelf. Michèle is stilaan een van dé steunpilaren van het Vlaamse radiolandschap. Al geeft ze geen zier om die bekendheid, zegt ze. “Ik hou enorm van de anonimiteit.”

© Christophe De Muynck

Een dinsdagmiddag begin oktober, Josaphatpark in hartje Schaarbeek, de hometown van Michèle Cuvelier. We ontmoeten er de wekker van radioluisterend Vlaanderen nog voor de huidige coronamaatregelen in voege traden en hebben rendez-vous in La Laiterie, een stemmige horecazaak tussen de wuivende bomen van de Brusselse groene long.

La Cuvelier nestelt zich met een versgeperste appelsap voor onze neus en is klaar om ons vragensalvo met de nodige souplesse aan te pakken.

‘First things first’. Ook jij hebt covid-19 gehad. Hoe gaat het nu met je?

“Zeer goed, eigenlijk. Al ben ik blij dat ik ervan af ben. Toen op onze redactievloer drie mensen positief testten, werd meteen de beslissing genomen om iedereen in quarantaine te plaatsen. Tachtig man van de ene dag op de andere in hun kot. Dat bracht een pak uitdagingen met zich mee en ik kreeg de kans om van thuis uit mijn ochtendprogramma verder te presenteren. Mijn vriend was met corona besmet, dus ik hield zo goed en zo kwaad mogelijk afstand van hem. De eerste twee dagen liep alles op wieltjes, maar toen ik op dag drie om 4 uur ’s ochtends uit bed kroop, voelde ik me allesbehalve oké. Ik had meteen door dat er iets niet pluis was. Fien Germijns – de enige collega die ook over een tijdelijke thuisstudio beschikte – heeft toen meteen alles overgenomen en ik liet me nog diezelfde ochtend testen. Met het ondertussen bekende resultaat.”

Ben je erg ziek geweest?

“Het was vooral een erg bizarre ervaring. Ik was wat moe, snotterde en mijn geur en smaak waren volledig verdwenen. Je moet eens spaghetti eten zonder dat je die smaakt… Raar. Toen mijn vriend en ik ons weer wat beter voelden, hebben we blinde smaaktesten voor elkaar georganiseerd. Geblinddoekt melk en wodka drinken, bijvoorbeeld. Ik kon ze niet uit elkaar halen.”

Ondertussen ben je alweer even ‘up and running’.

“Je kan niet geloven hoe blij ik was toen ik na die periode opnieuw op de StuBru-vloer stond. Het nieuwe radioseizoen was hoop en al vier dagen bezig toen ik met corona geconfronteerd werd, ik zat eindelijk weer in het zadel. Op zo’n momenten besef je ook hoe graag je je job doet. Ik had toen ook al snel door dat ik een van de velen zou zijn die dit najaar met het virus besmet zou raken. De tijd heeft me ondertussen jammer genoeg gelijk gegeven…”

Een glas melk of wodka: door corona smaakte ik geen verschil

Genoeg over corona. Jij bent in recordtempo uitgegroeid tot een van de ‘leading ladies’ van Studio Brussel. Sta je daar zelf van te kijken?

(zwijgt even) “Het is inderdaad heel snel gegaan. Vijf, zes jaar geleden kende niemand me, nu ligt dat toch iets anders. Het is volgens mij ook eigen aan deze tijd. Alles moet veel sneller gaan, nieuwe gezichten – en radiostemmen – worden veel vlugger gelanceerd. Vroeger kon je als sidekick rustig groeien in de schaduw van een gevestigde waarde. Nu word je veel sneller in het water gegooid en moet je meteen kunnen zwemmen. Al word je als jonge springer wel goed begeleid. Zo stond Christophe Lambrecht altijd klaar met advies en feedback. Daar was hij een meester in. Maar dat je al doende de stiel het snelst leert, daar ben ik een goed voorbeeld van.”

Plots stond je als amper 23-jarige tussen alle grote tenoren. Hoe ging je daarmee om?

“Ik was niet starstruck of zo, maar ik had wel wat last van het imposter syndrome. Ik voelde me een indringer en vroeg mezelf aanvankelijk constant af of dit wel echt was. Maar ik werd van bij dag één in de armen gesloten. Daar ben ik nog altijd dankbaar voor.”

Was je als kind al in de wieg gelegd om radio te maken?

“Ergens wel. Ik herinner me dat ik met mijn Fisher-Price al radiootje speelde. Met twee cassettes: K3 en het verzamelde werk van André Rieu. (lacht) En dan verzorgde ik de bindteksten tussen de nummers. Ik had in Ardooie ook altijd dictie en voordracht gevolgd, het stond dus wel in de sterren geschreven dat ik iets met het gesproken woord zou doen. Waar andere ouders hun kroost op zaterdag naar de voetbal- of volleybalwedstrijd moesten voeren, brachten mijn mama en papa me naar tal van voordrachtwedstrijden. Mét resultaat, want ik heb toch wel enkele eerste en tweede plaatsen behaald.”

Haal je daar op vandaag nog voordeel uit?

“Daar ben ik van overtuigd. Ik heb er voor een publiek leren spreken. Als radiomaker zie je de luisteraars wel niet voor je, maar je weet dat ze er zijn. Met honderdduizenden dan nog. In normale tijden ben ik ook host op festivals. Crammerock, Rock Werchter, Rock Tiegem… Dan staan er duizenden mensen voor je neus, maar ik zie die niet.”

Wie is Michèle Cuvelier?

– 28 jaar oud, geboren in Izegem en opgegroeid in Ardooie.

– Dochter van Mieke Marreel en Marc Cuvelier. Zus van Marthe (24), halfzus van Marie (19) en Michiel (18).

– Partner van Thomas Verbruggen, webredacteur bij Studio Brussel.

– Middelbare studies aan het Instituut Heilige Kindsheid in Ardooie en De Bron in Tielt, volgde daarna Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen.

– Is sinds 2015 aan de slag bij Studio Brussel.

Wat was je allereerste radio-ervaring?

“Die had ik meteen bij StuBru. Mijn dictieleerkracht van weleer, Lieselot Daenens, wist me te vertellen dat de zender een soort talentenjacht organiseerde: Studio Dada. In 2010 mocht ik zo, als amper 18-jarige, een uurtje radio maken. Daar stond ik dan, in de studio van mijn lijfzender, en huidig nethoofd Jan Van Biesen zei dat hij wel wat in me zag. Maar het was net iets te vroeg. In 2015 heb ik opnieuw mijn kans gewaagd, met het ondertussen bekende resultaat.”

Zonder jouw dictiejuf zat je nu waarschijnlijk niet bij StuBru?

“Die kans is bijzonder groot. Mijn plan B was taal- en letterkunde studeren en leerkracht worden. In een ander leven zou ik nu dus voor de klas gestaan hebben. Bij deze: dankjewel, Lieselot!”

Vijf jaar geleden kreeg je ‘Nightcall’ onder je hoede. Letterlijk een nachtprogramma.

“Ik was toen van middernacht tot 2 uur ’s nachts te horen. Niet meteen de meest dankbare uren, maar wel de perfecte leerschool. Ik weet nog dat ik die eerste keer enorm gestresseerd was. Ik liet mijn microfoon open staan tijdens de muziek, ik toucheerde de verkeerde knopjes… Maar zo raak je er, met vallen en opstaan. En ik ontdekte er de echte charme van radio: de directe interactie met de luisteraar. Die koester ik vandaag nog altijd.”

StuBru-stem Michèle Cuvelier:
© Christophe De Muynck

Heb je er een idee van hoeveel mensen nu elke dag naar je stem luisteren?

“Neen. En ik hoef het eerlijk gezegd ook niet te weten. Wanneer ik op de radio te horen ben, heb ik altijd één iemand concreet in mijn hoofd. Dan beeld ik me in dat ik specifiek voor die ene persoon radio maak. Dat kan mijn mama zijn, maar evengoed Saskia uit Erembodegem, mama van twee jonge kinderen. Ik maak er ook een punt van om nooit te lang te praten. De kunst is om het perfecte evenwicht tussen gebabbel en muziek te vinden. Daar moet ik soms wel op letten en dan krijg ik van de eindredactie in mijn oor te horen dat ik best afrond. Al laat ik mensen soms ook uitgebreid hun verhaal doen, zeker als het maatschappelijk relevant is. Ik herinner me een pakkend gesprek met Roos Van Acker over hoe moeilijk het is om als veertigplusser kinderen te krijgen. Dan wéét je dat je daar een pak mensen mee bereikt. Maar een politieker leg ik natuurlijk veel sneller stil. Je moet altijd aan je luisteraars denken. Zij zijn immers je klanten.”

Anno 2020 is bereikbaarheid hét sleutelwoord. Hoe ga jij om met die directe interactie?

“Dat lukt me wonderwel. De StuBru-app heeft wel veel veranderd. Nu zijn we letterlijk slechts een tekstberichtje van elkaar verwijderd, hé. En die komen tijdens de uitzending allemaal op mijn scherm. Daar zitten veel leuke tussen, maar af en toe zie ik ook een minder aangenaam exemplaar de revue passeren. Onlangs was er nog: Hou je bek, linkse kalle. En kalle was met een c geschreven…”

“Nu kan ik zoiets makkelijk naast me neerleggen, vijf jaar geleden trok ik me dat veel meer aan. Een leerproces, zeker? Ik onthoud nu vooral de mooie reacties. De berichtjes van de vaste luisteraars, dat zijn mensen die ik ondertussen redelijk goed ken. Ik weet dat Gregory momenteel in de verbouwingen zit en dat Jessica elke ochtend in de fitness naar me luistert… Ik stel me soms ook vragen als ik die eens een ochtend niet gehoord heb. Dat is een beetje mijn radiofamilie, hé.”

Als iemand denigrerend doet over West-Vlaanderen, spring ik op de barricades

In vijf jaar tijd ben je ook uitgegroeid tot een bekend (radio)gezicht. Met dank aan ‘De Slimste Mens Ter Wereld’ in 2018, waar je warempel derde werd.

“Dat heeft héél veel veranderd. Televisie is en blijft een maf medium. Eenmaal je daar op te zien bent, kent iederéén je. Zeker in België, waar we nog de traditie hebben om op een lineaire manier tv te kijken. De Slimste Mens was echt top. Ik ben van nature een quizzer en heb toen zelfs echt geblokt. Als ik de kandidaten van dit seizoen één tip mag geven: bereid je vooral voor op de filmpjesronde. Daarmee staat of valt alles.” (grijnst)

Hoe zit het nu met je bekendheid?

“Dat valt geweldig goed mee. Ik kan nog in alle rust op café gaan, want niet iedereen weet dat dit gezicht bij de radiostem hoort. En in coronatijden komt een mondmasker ook wel van pas. (knipoogt) Ik heb het op dat vlak wel voor de anonimiteit. Het échte BV-schap lijkt me de hel. Het moet toch lastig zijn om altijd en overal herkend te worden? Daar ben ik totáál niet mee bezig. Neen, dan word ik opnieuw klein Michèleke uit Ardooie.”

Met andere woorden: een televisiecarrière zoals veel andere radiocoryfeeën zullen we je niet meteen zien uitbouwen…

“Dat weet ik niet. Ik leef en denk in het nu. Ik geniet van wat ik momenteel mag meemaken en zie wel wat er op me afkomt. Binnen vijf jaar kan het een volledig ander verhaal zijn.”

StuBru-stem Michèle Cuvelier:
© Christophe De Muynck

Kijk eens achterom. Besef je welke rollercoaster je al meegemaakt hebt?

“Daar ben ik me maar al te goed van bewust. De voorbije vijf jaar hebben mijn leven compleet door elkaar geschud. Op een goeie manier. Wat ik nu doe, zou ik drie jaar geleden nooit gekund hebben. Ik voel vooral dankbaarheid. Ik heb veel kansen gekregen en heb die een voor een met beide handen gegrepen. Ik ben van nature uit een bescheiden meisje.”

Met dank aan je West-Vlaamse roots?

“Dat zal zeker meespelen. Ik zweef nooit. Doe maar gewoon, dat is al zot genoeg. Zoiets. Dat heb ik van thuis uit mee. Mijn mama werkt bij de VDAB, papa is zelfstandig consultant. En mijn beide grootouders waren landbouwers. Ik ben dus een boerenkleindochter. Dan ben je sowieso een nuchter meiske.”

Dat ‘meiske’ zal ook nooit verbergen dat ze van West-Vlaanderen afkomstig is. Bewust?

“Ik ben preus dat ik van de Vlaanders ben. Elke keer ik een West-Vlaamse luisteraar of artiest aan de lijn of in de studio heb, ben ik oprecht blij. Dat gebeurt automatisch, ik voel elke keer opnieuw een soort verbondenheid. Waarschijnlijk is dat omdat ik geen directe link met West-Vlaanderen meer heb. Ik woon in Brussel, mijn lief is van Mechelen afkomstig, veel van mijn vrienden wonen in Antwerpen. Maar West-Vlaanderen zal je nooit uit mij kunnen halen. Ik ben opgegroeid in de West-Vlaamse klei.”

Ik ben ‘preus’ dat ik van ‘de Vlaanders’ ben. Elke keer ik een West-Vlaamse luisteraar of artiest aan de lijn of in de studio heb, ben ik oprecht blij

Je doorbreekt af en toe ook eens de typische West-Vlaamse clichés.

“Onze provincie is veel meer dan boeren op een tractor, hé. Akkoord, procentueel gezien zullen die daar wel het vaakst te zien zijn, maar wanneer iemand denigrerend doet over West-Vlaanderen, spring ik op de barricades. Dat is sterker dan mezelf. Na vijf jaar Brussel krijg ik niet zoveel meer de kans om West-Vlaams te praten, maar ik vloek nog altijd in mijn moedertaal. En ik moet blijvende aandacht besteden aan de g en de h.”

Voel je je al een echte Bruxelloise?

(glimlacht) “Eerder een Schaarbeekoise. Hier voel ik me echt thuis. Dit is een dorp in de stad, waar mensen elkaar nog kennen. Zoals in Ardooie, eigenlijk. En wij gaan af en toe op bezoek naar de stad Brussel.”

Maak je nog vaak de oversteek naar de heimat?

“Veel te weinig. Het weekend is heilig voor mij en mijn vriend, en dan is het niet altijd evident om even snel op en af richting Ardooie te tuffen. Maar als ik er kom, word ik meteen overmand door een vakantiestemming. Die goeie boerenlucht doet écht deugd. Wanneer je in Brussel woont en werkt, ádem je echt het verschil. En mijn lief is ondertussen ook gek van het provinciaal domein ’t Veld. Daar gaan we graag wandelen.”

Hoe groot is de cultuurshock als je na een tripje Ardooie terug Brussel binnenrijdt?

“Die is er niet meer. Toen ik als studente in Antwerpen neerstreek, had ik daar meer last van. Ik kwam in een andere wereld terecht. Een plek met een overaanbod aan cafés en terrasjes, waar je de klok rond frieten kon gaan eten en je alle mogelijke voorzieningen letterlijk om de hoek vindt. En dat gaat me geweldig goed af. Het plattelandsmeisje is een stadsvrouw geworden.”

Keer je ooit nog terug?

“Da’s een moeilijke. Op termijn misschien wel. De grootstad heeft veel voordelen, maar als je er enkele jaren woont, zie je ook de mindere kanten. Eén daarvan is de lucht. Ik wil kunnen ademen. Maar voor hetzelfde geld belanden we in de Brusselse rand of rond Mechelen. Al is dat nog toekomstmuziek. Momenteel is Brussel – sorry, Schaarbeek – mijn thuis.”

Je bent 28 en half radioluisterend Vlaanderen hangt elke ochtend aan je lippen. Wat kunnen we je nog wensen?

Goh… Dat dit verhaal nog een hele poos mag blijven duren. Ik prijs me echt gelukkig met wat ik mag doen. Al hoop ik wel dat de zomer van 2021 opnieuw wat normaler zal worden. Vorige zomer zou ik van het ene festival naar het andere getrokken zijn om er de artiesten aan te kondigen, nu was het akelig stil. Hopelijk krijgen we corona snel klein. Laat ons daarom massaal de maatregelen volgen. Het is de enige optie die we hebben.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.