Duizenden wichtjes gezond, bracht zij op Oostendse grond. Het is een passage uit een huldegedicht dat op 26 maart 1938 in De Zeewacht verscheen over Leontine Demey, die toen liefst 50 jaar als vroedvrouw werkte. Op zaterdag 2 april 1938 volgde een plechtige dankmis in de Sint-Petrus- en-Pauluskerk en een feest bij haar thuis op het Mijnplein.
...

Duizenden wichtjes gezond, bracht zij op Oostendse grond. Het is een passage uit een huldegedicht dat op 26 maart 1938 in De Zeewacht verscheen over Leontine Demey, die toen liefst 50 jaar als vroedvrouw werkte. Op zaterdag 2 april 1938 volgde een plechtige dankmis in de Sint-Petrus- en-Pauluskerk en een feest bij haar thuis op het Mijnplein. Leontine - Lejtine in de volksmond - was een bijzondere vrouw. Ze was bakkersvrouw, zette zelf 15 kinderen op de wereld en leidde ook nog eens 11.868 baby's naar hun eerste kreetjes. Geen wonder dat zij in beeld kwam om vereeuwigd te worden in een vrouwelijke plaatsnaam. Eind april besliste de gemeenteraad om het park, begrensd door de Elisabethlaan, Meerkoetstraat, Aalscholverstraat en Roerdompstraat naar de flamboyante vroedvrouw te noemen.Leontine Demey werd in 1868 geboren en leerde het vak aan de 'vroedvrouwschool' in Brugge. De gemeenteraad van Oostende besloot haar een subsidie van 150 frank toe te kennen om één leerjaar te kunnen volgen en voor het volgende schooljaar werd haar nog eens dezelfde subsidie toegekend. In 1888, amper 20 jaar, begon Leontine haar loopbaan. "Ik heb haar nog een beetje gekend", zegt kleinzoon Jan Boydens uit de Spalaan. "Ik ben in 1934 geboren, mijn mé stierf in maart 1944. Ik was toen negen jaar. Mijn vader Jozef was haar zoon. Hij stierf kort na zijn moeder, in juli 1944. Maar mijn moeder heeft veel over grootmoeder verteld.""We woonden toen op het Mijnplein", gaat Jan verder. "Grootmoeder op de kelderverdieping, wij op het eerste. Ik was een beetje haar keppe. Mijn zus en mezelf bracht ze ook op de wereld, twee jongere zussen werden in de kraamkliniek Sint-Elisabeth geboren. Leontine was toen al overleden. Het moet heftig geweest zijn, bijna 12.000 bevallingen. En ze vroeg bijna geen geld voor haar werk als vroedvrouw. Ze was vooral in het schipperskwartier actief, waar het armoe troef was. Er waren heel veel poppemoedertjes bij, meisjes van 13, 14 jaar die al een kindje kregen.""Bij elke bevalling maakte grootmoeder een lade van de kast leeg. Ze legde er enkele doeken in en kon de pasgeborene daar een eerste veilige plaats geven. In welke omstandigheden werden de kinderen toen niet geboren? Gie lag in het bovenste schof, heeft ze me nog gezegd. Mijn grootmoeder trok vaak op met haar hartsvriendin Matille Simoen. Zij ging mee op nachtelijke of ver afgelegen bevallingen. Maar achteraf raakten ze maar niet uitgebabbeld en ze deden er altijd lang over om thuis te raken. Matille snoof tabak, grootmoeder niet. Maar ze weigerde niet als Matille vroeg: Wuuf, nog e snuuf? Mé was ook heel christelijk. Een sterke moeder, een lief en warm mens. Kom hier, m'n joengen, zei ze altijd als ik binnenkwam. Ze pakte me dan tegen haar donkerblauwe schort. Ik moest dan altijd even naar adem happen, want ze was goed besteld.""Mé verdient het om haar naam aan dat park te geven", vindt Jan Boydens. "Ik schrok toen ik zag hoe weinig plaatsnamen er maar naar een vrouw zijn genoemd. Maar mijn grootmoeder was iemand die veel over had van dat waar ze voor leefde."