Vorige week liet ik u in mijn column raden waar ik de foto van de aardbeien nam. Dat kleine raadsel viel in de smaak en daarom besloot ik u deze keer weer op zoek te laten gaan. U ziet een foto die 's avonds werd genomen, op een van de mooiste plekken in Tielt waar je een zomeravond kun beleven.

Is er in de zomer iets mooier dan de avond, wanneer het magische blauw van de lucht zo lang zichtbaar blijft om daarna heel langzaam in duisternis over te gaan - een duisternis die dan eigenlijk nooit echt is?

Ik fluister dat degene die het mooiste licht uitstraalt nog altijd hij is

Ik denk terug aan twee mooie zomeravonden. September 2003. In de tuin van mijn ouderlijk huis zijn de vriendinnen uit de middelbare school te gast met wie ik samen ook Germaanse talen volgde aan de Universiteit Gent. We zijn allen geslaagd. Ik heb ze bij mij uitgenodigd voor hapjes en drankjes. We lachen en lachen en lachen, niet alleen om de plastiek eend die mijn vader ergens tussen zijn planten heeft geplaatst en die 'kwaak' zegt telkens als je er passeert, maar we lachen ook omdat de toekomst en het leven ons toelachen.

Juli 2006. Mijn ouders zijn op reis. Ik woon nog thuis. Mijn vriend is op bezoek. In de tuin openen we een fles rode wijn. Zo helder is de hemel dat je de sterren kunt tellen - al kun je nooit alle sterren tellen. Mijn vriend, al zijn hele leven gefascineerd door natuur- en sterrenkunde, vertelt me dat het licht van een ster dat we zien misschien al dood is, omdat het licht er in lichtjaren gigantisch lang over doet om tot bij ons te komen. Ik heb veel geleerd aan de universiteit, maar dit niet. Hij vertelt en vertelt en ik hoor de glimlach in zijn stem. Wanneer het voorbij middernacht is, snoer ik hem de mond. Ik fluister dat degene die het mooiste licht uitstraalt nog altijd hij is. Wat er daarna, op die zwoele zomeravond, allemaal nog gebeurd is, dat weten alleen de sterren en het gras in de tuin van mijn vader.