Door Jan Steenhoudt
...

Door Jan Steenhoudt"Ik was 23 jaar toen ik hier begon te werken. Een jong veulen zonder werkervaring was ik. Heel verlegen ook, zelfs voor die tijd, waar jongeren sowieso al minder mondig waren dan nu. Maar dat heeft niet al te lang geduurd hoor, want met het verstrijken van de jaren kweekte ik flink wat eelt op mijn ziel", lacht Josiane.Tegen die tijd had Josiane nochtans al heel wat kilometers op de teller. Als geboren en getogen Avelgemse liep ze school in het Atheneum, waar ze zes jaar moderne studeerde. "Op m'n achttiende trok ik meteen het werkveld in. Eerst twee maanden bij het Doornikse postorderbedrijf 3Suisses, om wat op gang te komen", knipoogt ze. "Daarna ging ik voor de gemeente Avelgem aan de slag. In twee jaar tijd heb ik daar onder meer de archieven van alle deelgemeenten opgeruimd, want na de fusie moest alles er gecentraliseerd worden.""Hoe ik dan in Spiere-Helkijn ben beland? Goh, Valère Depoorter en Marcel Glorieux, op dat moment burgemeesters van Avelgem en Spiere-Helkijn, hebben dat onderling wat geregeld. Marcel Glorieux had op een vergadering laten vallen dat hij een vervanger zocht voor z'n zieke secretaris, waarop burgemeester Depoorter, die wist dat ik zonder werk zat, me prompt naar hier heeft gestuurd. Na een héél korte proefperiode - een volle woensdagnamiddag (lacht) - was het al beklonken: ik mocht blijven!"Als Josiane even later over haar vroegste werkjaren mijmert, druipt de nostalgie er in dikke druppels van. "Het gemeentehuis, in 1980 nog in de Jacquetbosstraat, was veel kleiner dan dat in Avelgem. Dat was echt de prehistorie. Er waren twee bureaus, de een voor de veldwachter, de ander voor de secretaris. Géén computers of kopieermachines."Vijftienjaar heeft ze er gewerkt. "Pas daarna zijn we naar de huidige site verhuisd. Toen was er ook nog niets. IJzeren Bareel, het industrieterrein, de nieuwe woonwijken: die bestónden allemaal nog niet. Wat er hier dan wel al was? Niet veel", lacht Josiane. "Een slager, een kruidenierswinkel én een hele hoop cafés.""Zo weet ik nog goed dat we, in de tijd van burgemeester Deldaele, op vrijdagnamiddag met de burgemeester en Maurice Deldaele (die toen voorzitter van het OCMW was, red.)naar café de la Mairie gingen om ons weekend in te zetten. Dat gebeurt nu niet meer. Het huidige gemeentepersoneel is óók een heel warme bende, maar we zijn gewoon met te veel om café-uitjes te organiseren hé.""Ik heb heel toffe jaren gekend. We zijn hier onze eigen baas, en voor burgemeester Walraet is het altijd goed. Ik heb her en der gehoord dat je het in andere gemeentes véél slechter kunt treffen. Ik ga alle collega'sdan ook hard missen. Daarom geef ik een klein feestje bij wijze van afscheid. Ik kan hier dan ook moeilijk weggaan zonder dat ze de kleur van mijn geld nog eens gezien hebben, hé", grapt ze.Ondanks de gemoedelijke sfeer en de collegialiteit in het gemeentehuis is Josiane wel degelijk blij dat ze met pensioen kan. "Het is welletjes geweest", lacht ze. "Ik heb m'n dienstjaren gedaan en bovendien moeten jonge mensen ook kansen krijgen. Waarmee ik me ga bezig houden? Met van alles! Bloemschikken, vrijwilligerswerk in de Avelgemse Ziekenzorg, op uitstap gaan met mijn man... Op 28 maart brengen we het Keukenhof (een bloemenpark in Zuid-Holland, red.) al een bezoekje! Daar kijk ik echt al heel lang naar uit."Of ze na haar pensioen nog vaak naar Spiere-Helkijn zal terugkeren? "Misschien beland ik hier wel in het nieuwe rusthuis over een paar jaar, wie weet", zegt Josiane met een knipoog.Als we Josiane - in naam van alle inwoners van Spiere-Helkijn - bedanken voor wat alles wat ze heeft betekend voor de gemeente, wordt het even stil aan de overkant van de tafel. De bril wordt langzaam afgezet, de blik afgewend, de ogen drooggewreven. Een moment van ontroering bij de vrouw die Spiere-Helkijn van binnen en van buiten kent. "Ik ben iedereen hier ook enorm dankbaar", klinkt het stilletjes. Tot ziens, Josiane, het ga je goed!