Sociale media bemoeilijkt het brengen van slecht nieuws door politie:“Wij komen steeds vaker te laat”

Onderschrift tag with 7 point dummy text. Onderschrift tag with 7 point dummy text. Onderschrift tag with 7 point dummy text.
Onderschrift tag with 7 point dummy text. Onderschrift tag with 7 point dummy text. Onderschrift tag with 7 point dummy text.
Annelies Nollet

Als jij een ongeluk ziet, blijf je dan staan? Neem je een foto? Maak je een video? En post je die dan op sociale media? Het is misschien niet slecht bedoeld, maar de gevolgen voor nabestaanden kunnen groot zijn. “De dood van je mama, kind, broer of vriend vernemen via sociale media maakt het trauma alleen maar groter”, weet Frédérique Vanassche uit Bissegem. Als medewerker van politiezone Vlas brengt zij slecht nieuws tot bij de mensen.

De politiezone Polder lanceerde vorige week een oproep. “We leven in een maatschappij waarin nieuws heel snel gedeeld wordt op sociale media, ik zou de mensen willen oproepen om daar toch omzichtig mee om te gaan, zodat gespecialiseerde mensen van slachtofferbejegening de tijd vinden om de familie op een deskundige manier in te lichten.” Met andere woorden: gespecialiseerde agenten of medewerkers van de politie komen steeds vaker te laat met hun slechtnieuwsmeldingen. Familie en vrienden vernemen het nieuws vaak al eerder via sociale media. “En dat is geen goede zaak”, aldus Frédérique Vanassche uit Bissegem, al zestien jaar maatschappelijk werkster bij politiezone Vlas (Kortrijk, Kuurne, Lendelede). Een deel van haar job bestaat uit slechtnieuwsmeldingen. Ze kreeg daarvoor samen met een tiental collega’s een speciale opleiding aan de politieacademie. Daarnaast is ze via haar eigen vzw Saying Goodbye ook rouwbegeleider en verliesconsulent.

Waarom is het zo erg dat mensen het nieuws via sociale media vernemen? Slecht nieuws is en blijft toch slecht nieuws?

“Natuurlijk is te horen krijgen dat je een geliefde hebt verloren altijd een traumatische ervaring. Maar zeker voor jongeren is het veel beter om dat te horen van iemand die ze kennen en vertrouwen, iemand die hen kan troosten en eens goed kan vastnemen. Niet in hun eentje op hun kamertje. Bovendien vertellen sociale media zelden het hele verhaal. Wie zat er achter het stuur? Had die persoon gedronken? Of had hij zijn wagen misschien uitgeleend? Tieners hebben dan nog eens een levendige fantasie en kunnen moeilijker relativeren. Komt er nog eens bij dat reacties op sociale media soms zo harteloos zijn. Kan je je voorstellen dat je net leest dat je papa overleden is en dat iemand eronder reageert ‘Hij zal het wel verdiend hebben?’. Je zou door minder getraumatiseerd worden. Ik zie dat ook als ik aan de slag ga met kinderen binnen onze vzw. Ze kroppen soms zoveel woede en schuldgevoel op.”

Komen jullie vaak ‘te laat’?

“Steeds meer. Niet alleen sociale media, ook de websites van kranten zijn ons steeds vaker voor. Die hebben nu van die speciale nummers, zoals 4040, waar je nieuws kan melden. Journalisten zijn dus vaak nog sneller ter plaatse dan wijzelf. Eigenlijk zouden we tot een soort overeenkomst moeten komen, dat zij twee uur wachten voor ze het nieuws brengen of zo. Maar dat is natuurlijk moeilijk als het al overal op sociale media staat. En pas op, media kan in sommige zaken ook een grote hulp zijn voor ons.”

Waarom doen jullie er langer over dan journalisten om die melding te doen?

“Ten eerste gaan wij altijd eerst ter plaatse naar de brand, het ongeval, of wat er dan ook gebeurd is. Alleen zo krijgen we de correcte informatie. Stel je voor dat iemand zijn wagen uitleende en dus niet zelf achter het stuur zat? Pas als we helemaal zeker zijn van onze zaak, stappen we naar de familie. Je kan die mensen niet opzadelen met ‘misschien’ of ‘waarschijnlijk’. Op zo’n vreselijk moment hebben ze concrete antwoorden nodig. En ze zitten ook niet altijd thuis op ons te wachten hé. Soms moet je hen gaan zoeken. Het is nog gebeurd dat we iemand uit een supermarkt moesten halen. Zo laat zijn wij trouwens niet hoor, gewoonlijk staan we ongeveer een uur na het incident bij de dichte familie aan de deur. Ik denk ook niet dat wij sneller moeten willen zijn. Mensen moeten gewoon twee keer nadenken voor ze dingen online posten en beseffen welke gevolgen dat heeft voor nabestaanden.”

Was je job gemakkelijker vóór sociale media?

“Je had in elk geval meer tijd om je werk goed te doen. Je had toen ook nog minder nieuw samengestelde gezinnen. Nu moeten we soms goed afwegen wie we eerst gaan verwittigen, of naar twee plaatsen tegelijkertijd gaan. Dat is soms moeilijk.”

Worden mensen soms boos op jou?

“Het gebeurt geregeld dat ze het nieuws al vernomen hebben als wij aankomen. ‘Wel, waar bleven jullie?’, horen we dan. We vatten dat niet verkeerd op. Op zulke momenten is een uur een eeuwigheid. Je slaat als het ware de vaste grond onder hun voeten weg. We kunnen wel direct hulp bieden. Dat kan praktisch zijn, of een schouder om op uit te huilen. Al is dat sinds de crisis vooral symbolisch. Iemand goed vast pakken mag niet meer. Maar ik heb nog nooit meegemaakt dat ik buiten gezet ben. Mensen zijn achteraf vaak heel dankbaar. Dat is een van de redenen dat ik de job toch graag doe. Al wil dat natuurlijk niet zeggen dat ze je graag zien komen. Zo stopte ik ooit eens aan de deur van een vriendin omdat ik naar het toilet moest. Zij kwam direct in paniek naar buiten gesprint om te vragen wat er gebeurd was.”

Hoe houd je de job vol?

“Ik neem mijn werk niet mee naar huis, maar het raakt mij wel nog altijd. Daarvoor heb ik wat ik noem mijn ‘automoment’. Dan bereid ik mij heel even voor op wat gaat komen en sluit ik mij een stukje af. Anders zou ik de hele tijd alleen maar verdrietig zijn. Dat wordt niet gemakkelijker met tijd. Maar je hebt wel minder stress omdat je weet waar je je kan aan verwachten. Ik doe voor de mensen wat ik kan. Of dat nu koffiezetten is, familieleden opbellen of de wacht houden aan een ziekenhuisbed. Je creëert op dat moment een band met die mensen en sommigen herinneren zich dat jaren later nog.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.