Een zonovergoten zaterdagnamiddag in Sluis, Zeeuws-Vlaanderen. Het stadje telt zo'n 2.300 inwoners, maar krijgt jaarlijks wel tussen de vier en vijf miljoen toeristen over de vloer. Voor het overgrote deel (West-)Vlamingen die er zich tegoed doen aan de geneugten van de plaatselijke horeca, hun slag slaan in de vele kledingzaken en met goedkopere geneesmiddelen terug huiswaarts trekken.
...

Een zonovergoten zaterdagnamiddag in Sluis, Zeeuws-Vlaanderen. Het stadje telt zo'n 2.300 inwoners, maar krijgt jaarlijks wel tussen de vier en vijf miljoen toeristen over de vloer. Voor het overgrote deel (West-)Vlamingen die er zich tegoed doen aan de geneugten van de plaatselijke horeca, hun slag slaan in de vele kledingzaken en met goedkopere geneesmiddelen terug huiswaarts trekken.Maar nu geen overvolle parkings, files op de invalswegen of terrassen vol wuk of wadde. Nu is het er oorverdovend stil. Belgische nummerplaten, die normaal het straatbeeld domineren, zijn bijzonder zeldzaam. En de weinige shoppers zijn Zeeuws-Vlamingen en inwoners van Sluis zelf. Maar daarmee redden de handelaars het niet."Het is lastig", zucht Chantal van de lederwarenwinkel Bubbles in de Nieuwstraat, een van de belangrijkste winkelstraten van Sluis. "Ik run mijn zaak al dertien jaar, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Sinds twee weken doe ik de deuren weer open, maar ik beperk me voorlopig tot de weekends en vrijdag. De zaken gaan slecht. Een ander woord heb ik er niet voor. Zonder onze Belgische klanten zijn we niets. Dat moeten we durven toegeven. Mijn omzet is met 95 procent gedaald."Zeeuws-Vlaanderen is momenteel zo goed als coronavrij. "Sluis telt geen enkel geval meer en ons stukje Nederland is amper getroffen. Maar we moeten ons uiteraard ook aan de regels houden. De grens met België is hermetisch dicht en de rest van Nederland moet tol betalen om ons te kunnen bereiken. Dat is niet goed voor de zaken. Ik hoop echt dat we onze Belgische vrienden zo snel mogelijk weer mogen verwelkomen, want we hebben ze broodnodig. Eigenlijk zou Zeeuws-Vlaanderen gewoon bij België moeten horen. Dat zou heel veel problemen oplossen."Aan een faillissement denkt Chantal nog niet. "Ik heb wel een zekere buffer, maar deze situatie hoeft ook geen twee maanden meer te duren. Nu gaan vooral items de deur uit die in de uitverkoop staan. Maar sommige klanten betalen liever de volle pot, om me te steunen. Dat doet wel deugd."Ook Amir Ahribas van het pizza- en hamburgerrestaurant Down Town ziet zwarte sneeuw. "Ik heb hier drie horecazaken, maar dit wens je niemand toe. Tachtig procent van mijn klanten zijn Belgen. Daar hoef ik je geen tekeningetje bij te maken. Onze omzet is teruggevallen naar tien procent. We zien af. Voor mij is het duidelijk: zonder de Belgische toeristen heeft Sluis in deze vorm geen toekomst.""Gelukkig heb ik nog mijn bezorgdienst. Ik lever in een straal tot 20 kilometer aan huis en kom zo ook in Damme en Knokke. Al mijn klanten vragen me wanneer ze weer naar mijn restaurants kunnen komen. Ik kan hen jammer genoeg geen antwoord geven. En ondertussen blijven de facturen zich opstapelen. Ik blijf die netjes betalen, maar het is van levensbelang dan onze inkomsten opnieuw aanzwengelen. En daar hebben we de Belgen voor nodig."Sluis stond in de vorige eeuw vooral bekend omwille van het grote aantal seksshops. Nu telt de stad er nog drie. Slechts een daarvan houdt de deuren open. "Maar ik vraag me wel af voor wie, want hier komt geen kat", zegt de man achter de toonbank. Hij wil liever anoniem blijven, maar beseft dat de situatie steeds moeilijker wordt. Vroeger dachten we dat we voor negentig procent afhankelijk waren van de Belgen. Nu blijkt dat het voor 99 procent is. We hebben jullie gewoon nodig."Zijn winkel voor de lichtere zeden steekt nu wel in een kraakvers kleedje. "We hebben alles herschilderd en er ligt een nieuwe vloer, maar voorlopig heb ik nog geen markeringen aangebracht om de richting aan te wijzen. Voor wie moet ik dat doen? Ik zie geen mens. Ik hoor dat de grens met België misschien op 8 juni weer geopend zou worden. Geen dag te vroeg, maar daarvoor moeten we rekenen op de Belgische overheid. Ondertussen blijf ik wachten op klanten."Middenstand Sluis, de vereniging die opkomt voor de belangen van de handelaars, hoopt stilaan op beterschap. "Dit is het eerste weekend met een béétje volk op straat", klinkt het bij Sandra Albregtse. Zij runt al dertien jaar het bekende restaurant Hart van Sluis, in de schaduw van het statige Belfort. "We hebben al veel crisissen doorworsteld, maar dit is van een ongezien formaat. In vergelijking met wat er nu gebeurt, was de financiële crisis van 2008 een eitje.""Maar we leven op hoop. De hotels in de streek mogen weer op de volle capaciteit draaien en de tweede verblijven in Zeeuws-Vlaanderen kunnen ook weer gebruikt worden. Door Nederlanders, welteverstaan. Op onze Belgische vrienden is het nog even wachten. Maar we doen verder. Er speelt weer muziek in de winkelstraten en we hebben het centrum ook net bebloemd. Het leven raakt weer op gang, maar zonder jullie Belgen is het toch niet compleet. Ons restaurant draait voor 95 procent op wat onze zuiderburen uitgeven."Sandra blijft niet bij de pakken zitten en bemant voorlopig een take away-stand voor haar zaak. "Een doekje voor het bloeden, maar op 1 juni mag de horeca in Nederland weer open. Al zullen klanten op het terras afstand moeten houden. En binnen mogen we slechts dertig mensen ontvangen, ons personeel inbegrepen. Vanaf 1 juli zou dat naar honderd mensen opgetrokken worden. En hopelijk zullen 95 van die honderd dan weer Belgen zijn. Dat zou betekenen dat alles stilaan in zijn normale plooi valt en dat ik 's avonds weer doodmoe in bed kan kruipen. Daar snak ik echt naar."