De wortels van de familiezaak gaan een heel eind terug in de tijd. "In 1840 was voorvader Michiel Delanote postmeester in Roesbrugge in hotel La Poste Royale. Na zijn dood baatte zijn zoon Joseph de postkoetsdienst verder uit onder de naam Hôtel de la Poste. Het hotel werd geprezen voor zijn goede keuken en er werd gedanst op orgelmuziek. Nog steeds is dat in ons bezit, én op de koop toe werkt het nog perfect", klinkt het met enige trots. "Af en toe stallen we het tijdens de kermisweekend uit op de stoep voor onze winkel en brengen de deuntjes heel wat nostalgie teweeg. Na het overlijden van zijn vader zette zoon Léon Delanote de postkoetsdienst op zijn beurt verder tot 1922. Zijn bijnaam in het dorp werd 'Léon van de Posterij', wat een stuk Vlaamser, en voor de dorpelingen een stuk volkser en sympathieker in de oren klonk. Die bijnaam werd van generatie op generatie doorgegeven, in de eerste plaats aan zoon Firmin Delanote. In Roesbrugge stond...

De wortels van de familiezaak gaan een heel eind terug in de tijd. "In 1840 was voorvader Michiel Delanote postmeester in Roesbrugge in hotel La Poste Royale. Na zijn dood baatte zijn zoon Joseph de postkoetsdienst verder uit onder de naam Hôtel de la Poste. Het hotel werd geprezen voor zijn goede keuken en er werd gedanst op orgelmuziek. Nog steeds is dat in ons bezit, én op de koop toe werkt het nog perfect", klinkt het met enige trots. "Af en toe stallen we het tijdens de kermisweekend uit op de stoep voor onze winkel en brengen de deuntjes heel wat nostalgie teweeg. Na het overlijden van zijn vader zette zoon Léon Delanote de postkoetsdienst op zijn beurt verder tot 1922. Zijn bijnaam in het dorp werd 'Léon van de Posterij', wat een stuk Vlaamser, en voor de dorpelingen een stuk volkser en sympathieker in de oren klonk. Die bijnaam werd van generatie op generatie doorgegeven, in de eerste plaats aan zoon Firmin Delanote. In Roesbrugge stond hij beter bekend als 'Dré Posterie', naar de zoon van zijn dooppeter, dokter Jules Gheysen. Firmin besloot slager te worden. In Rijsel leerde hij de fijne kneepjes van het slagersvak. Begin de jaren '30 startte hij samen met zijn moeder en zus slagerij De Posterij in de Statiestraat (nu: Professor Rubbrechtstraat, red.) in Roesbrugge, in dezelfde straat als het voormalige Hôtel de la Poste. In 1938 trouwde Firmin met Martha Mahieu." Iets meer dan 40 jaar baatte het slagerskoppel De Posterij uit. Ze kregen drie kinderen: Gisèle, Jenny en André. "In 1979 namen wij de fakkel over. Tot op vandaag, of liever tot gisteren, vormden pa Posteries recepten uit Rijsel het succes van onze slagerij", lachen Véronique en André. Net als zijn vader wordt ook hij met 'Drétje Posterie' aangesproken in het dorp. "Ook onze kinderen Matthias, Michiel en Eva kregen de bijnaam Posterie aangemeten. Het is eigenlijk per toeval dat onze zoon Michiel heet, omdat we dat mooi vonden. Slechts enkele jaren geleden ontdekten we namelijk in de eigendomsakte van ons huis dat de verre voorvader waarmee alles begon ook Michiel heette. Ook kregen we een kleindochter die Leònn heet. Alweer onbedoeld werd de link naar onze familiegeschiedenis doorgetrokken."Dré en Véro waren gedreven 'stieldoeners'. "Meestal was Dré druk in de weer in het atelier, terwijl ik achter de toonbank stond, steevast met een glimlach en altijd klaar voor een praatje. Eén van mijn favoriete bezigheden was ervoor zorgen dat de winkel mooi versierd was", vertelt Véronique. Slagerij De Posterij was nog een typische ambachtelijke slagerij waar de slager zijn eigen paté - 'paté van André' - droge worsten, witte worsten, lookworst, ham, paté en hennepot klaarmaakte. Een slagerij die leefde van een trouw publiek en alle nieuwtjes uit het dorp wist. "De tijd dat Vlamingen echt en veel vlees aten, is voorbij. In onze toonbank vielen vooral onze specialiteiten in de smaak: onze hammetjes van het huis, 'OBUS 75', onze foie gras en bloedworst. Uiteraard vond ook alles wat door de molen ging, nog gretig aftrek: gehakt en 'preparé van André', bijvoorbeeld. We hebben het ooit anders geweten, maar tijden veranderen nu eenmaal én we mogen niet klagen. We hebben veel plezier gehad in onze slagerij. Iedereen kent iedereen hier. Roesbrugge is echt een geweldig dorp. Hier voelen we ons thuis, we hebben nooit iets anders gekend. De slagerij sluit dan wel de deuren, maar toch blijven we hier wonen. We zouden het huis en de dorpsgenoten niet kunnen missen. Leuke anekdote: op 20 januari zal het exact 65 jaar geleden zijn dat André hier, in dit huis, geboren werd", gaat Véronique verder.Nu ook Dré en Véro hun slagersschort aan de haak hangen, komt er na twee generaties een einde aan de familietraditie. "We hebben drie hardwerkende kinderen, maar niemand van hen voelt het kriebelen om de zaak verder te zetten. De tijden veranderen: vandaag worden kleine slagerijen niet meer overgenomen. Uiteraard vinden we het jammer dat de ambacht wat verloren gaat en de slagerij daardoor verdwijnt, zeker omdat het de laatste slagerij in Roesbrugge is." Dré en Véro zullen hun pensioen vooral aangrijpen om tot rust te komen. Dré: "Het zal wat aanpassen worden, al breekt er nu ongetwijfeld een nieuwe fase in ons leven aan. Een tijd van genieten van grote en kleine dingen en vooral van samen gelukkig zijn. We kunnen nu ook onze kleinkinderen verwennen", klinkt het enthousiast. "We zullen eens wat meer een weekendje weg gaan, maar ook gezellig thuis mensen ontvangen. Heel veel klanten kwamen al afscheid nemen. Bij momenten ging het er erg emotioneel aan toe. We werden bedolven onder de bedankingen en verwend met geschenken. Echt hartverwarmend", vinden Dré en Véronique. "We wensen onze klanten dan ook een gezond en gelukkig 2020 toe, en vooral: bedankt en merci." (SVP)