Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) legde eerder al de piste van 'pre-teaching' op tafel, waarbij vanop afstand leerstof aangeboden wordt. De bedoeling is dat leerkrachten dan later terugkomen op die leerstof, wanneer er opnieuw op de klassieke manier mag lesgegeven worden.
...

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) legde eerder al de piste van 'pre-teaching' op tafel, waarbij vanop afstand leerstof aangeboden wordt. De bedoeling is dat leerkrachten dan later terugkomen op die leerstof, wanneer er opnieuw op de klassieke manier mag lesgegeven worden. "Het is niet de bedoeling dat ouders de rol van de leerkracht overnemen", stelt minister Weyts. "Ouders vervangen de leraar niet. De rol van de ouders is beperkt tot het creëren van een goede leercontext voor hun kinderen. De regel is dat leerlingen maximaal de helft van de normale leertijd op school bezig zijn. Voor een gewone schooldag is dat dus drie à vier uur." "De actieve betrokkenheid van ouders moet beperkt worden tot maximaal twee uren per week. Voor hun kind is het voldoende en meestal zelfs beter dat ze gewoon in de buurt zijn en opvolgen of het zelfstandig aan de slag kan. Inhoudelijke hulp maakt een kind vaak meer afhankelijk en kan voor bepaalde vakken zelfs een negatief effect hebben", klinkt het.In het Klein Seminarie in Roeselare zijn ze alvast voorbereid op de komende periode. "Het is zo dat wij in de drie weken voor de paasvakantie, toen de scholen ook al dicht waren, ook al een structuur hadden opgezet om ervoor te zorgen dat we ons 'College Online' al konden aanbieden", zeggen Carla Obin en Kris Pouseele van het directieteam. "Alle leerlingen en ouders zijn via een nieuwsbrief op de hoogte gehouden, elke week opnieuw, over hoe we het leren op afstand willen organiseren. Wij werken daarvoor binnen het softwarepakket van Smartschool voor alle communicatie tussen de vakleerkracht en zijn leerlingen. Dat zal straks ook zo zijn." "Elke leerkracht zal gedurende de week een opdracht, een taak, een oefening, een stukje theorie formuleren, met daaraan een deadline gekoppeld. Daarmee worden de leerlingen gemotiveerd om dat zelfstandig te realiseren. Echt 'live' lesgeven op een vast moment doen we niet. Dat is praktisch en organisatorisch moeilijk te organiseren, voornamelijk gezien vanuit de context van de leerling binnen elk gezin", klinkt het.Elke ochtend, ten laatste om negen uur, krijgen de leerlingen hun opdrachten netjes in hun berichtenbox. "Dat kan een 'opdracht van de dag' zijn, maar daar kunnen ook meerdere dagen over gaan. Dat zijn stukjes leerstof waarop later, als er weer mag lesgegeven worden, dieper zal ingegaan worden tijdens de effectieve lessen. Dat geldt ook voor de lessen Lichamelijke Opvoeding bijvoorbeeld. Ook zij zullen opdrachten geven zodat de leerlingen niet altijd aan hun computer moeten zitten en ze ook wel op een sportieve manier eens buiten komen", zegt directeur Carla Obin. "Wij hebben ons voor het vastleggen van die leerstof gefocust op de doelstellingen van de leerplannen. De basis dus, er zal minder tijd en ruimte zijn om aan verdieping te gaan doen. Voor leerlingen die daar wel nood aan hebben, kan dat natuurlijk wel, zeker voor de hoofdvakken. De leerkrachten kunnen één-op-één-contact hebben met hun vakleerkracht, bijvoorbeeld voor wiskunde, zodat ze feedback kunnen krijgen. Dat gebeurt ofwel via Smartschool ofwel via Teams, het communicatieplatform van Office voor Windows, waar alle leerlingen een account voor hebben."De school doet er alles aan om alle leerlingen van een laptop te voorzien. "Iedereen moet mee kunnen. We hebben daar als school een sociale rol in te spelen. Dit jaar hebben we net ook ons laptopproject uitgerold, vanaf het eerste middelbaar. Al onze eerstejaars beschikken dus over een laptop. Voor hen is het heel normaal om voor talen of wiskunde oefeningen te maken op hun laptop. Dat is bij hen heel vlot verlopen." "Andere leerlingen, die thuis geen pc of laptop ter beschikking hebben, kunnen een laptop gebruiken van de school. Alle laptops die we voorradig hebben op school, stellen we daarvoor ter beschikking. Een laptop of computer thuis is niet voor iedereen evident, soms hebben de ouders die ook nodig omdat ze thuis werken", zegt Kris Pouseele.Het directieteam van het Klein Seminarie benadrukt dat alle actoren in het onderwijsveld betrokken worden in deze crisisperiode. "Ook de ouderraad en de leerlingenraad zijn bevraagd. De leerlingenraad heeft vlak voor de paasvakantie een enquête onder de leerlingen uitgestuurd. Daar zijn heel wat concrete voorstellen van leerlingen uitgekomen om het allemaal wat vlotter te laten verlopen. We hebben ook een videovergadering gehouden met onze pedagogische raad - toch een dertigtal leerkrachten - om te zien waar we onze prioriteiten zouden gaan leggen. Dat is belangrijk om het evenwicht, dat in het normale lessenrooster vervat zit, ook weerspiegeld te zien in de opdrachten die gegeven worden", klinkt het.Alles netjes op orde dus en dus klaar om verder met 'College Online' aan de slag te gaan. Toch droomt directeur Kris Pouseele van de tijd na corona. "Wat nu ontbreekt, is het sociale aspect van een school. Voor het 'samen leren' is dat nu een zeer groot nadeel. Een jonge mens leert dankzij de groep en de interactie die in die groep en met de leerkracht heerst. Dat is er nu niet. Het digitale is handig, maar het is niet het van het! Het sociale contact binnen een school is zó cruciaal. Om goed les te kunnen geven en om goed een les te kunnen volgen. Maar ook op vlak van studeren geldt: zien studeren doet studeren!"