Tijdens voorbije vakanties kreeg Sander D'Hespeel (25) de smaak te pakken: met de rugzak de bergen in, een plaatsje zoeken om er te kamperen en genieten van de natuur en de uitdagingen. Vorig jaar wandelde en klauterde hij in de Pyreneeën tot 3.500 meter hoogte.
...

Tijdens voorbije vakanties kreeg Sander D'Hespeel (25) de smaak te pakken: met de rugzak de bergen in, een plaatsje zoeken om er te kamperen en genieten van de natuur en de uitdagingen. Vorig jaar wandelde en klauterde hij in de Pyreneeën tot 3.500 meter hoogte. "Het gevoel op de top van een bergreus te staan is fantastisch, dat smaakte naar meer", begint de avonturier zijn verhaal. "In Europa steekt de Mont Blanc met zijn 4.810 meter erboven uit, daar wou ik dus naartoe. Via-via kwam ik in contact met een vriendengroep uit het Waregemse. De gids daar had er al meer dan 50 trips naar de Mont Blanc opzitten en tot mijn grote vreugde mocht ik mee op de volgende tocht. Specifieke klimervaring was niet nodig, wel een goede conditie en wat durf. Ik had al wat gletsjerwandelingen gedaan en bergtochten waarbij je over een kam wandelt van amper een halve meter breed. Ik was klaar voor de volgende uitdaging."Die volgende uitdaging begon op 23 juli. De groep met Sander trok richting Saint-Gervais-les-Bains, in de buurt van Chamonix. Hun uitvalsbasis voor de tocht richting de top van de Mont Blanc. Op 24 juli maakte de groep meteen een wandeling naar de Conscrits hut op 2.580 meter, waar ze overnachtten. 's Morgens vertrokken ze om 4 uur voor de beklimming van de Dome du Miage, die ligt op 3.400 meter. Na 13 uur stappen bereikten ze terug de thuisbasis."Dat was nog maar een opwarmer voor het echte werk richting de Mont Blanc", zegt Sander. "Eerst was er nog een rustdag in Chamonix, wat zeer welgekomen was na de uitgebreide opwarmingstocht. De start van onze beklimming naar de top van de Mont Blanc lag in het Italiaanse Courmayeur. We vertrokken in alle vroegte op maandagmorgen en bereikten tegen 's avonds de Gonella hut op 3.000 meter hoogte."Het gezelschap bleef er overnachten om 's anderendaags de finale klim naar de top te starten. "Veel hebben we niet geslapen", lacht Sander. "Amper drie uur. Om 1 uur stonden we vertrekkensklaar, aan elkaar vastgebonden met een touw trokken we op pad. Met helm en licht. We bereikten de Vallot hut op 4.400 meter. Niet echt een hut, wel een schuilplaats voor bergsporters als de weersomstandigheden te slecht worden."Daar trokken ze extra verwarmingskledij aan want op die hoogte blijft het vriezen. De groep die bestond uit twee teams van drie personen nam de nodige rust en verwarmde zich aan een tas koffie. Ondertussen was het weer omgeslagen, de Mont Blanc liet zich van zijn ongenadige kant zien. "Na een half uur stappen besloten we om terug te keren, door de storm was het echt niet meer te doen om verder te wandelen. Het was dan al een uitgemaakte zaak dat we de top niet zouden bereiken. De afdaling was lang, in gure weersomstandigheden. Telkens er hevige windstoten waren, bukten we tegen de grond aan en maakten we ons zo klein mogelijk.""Na een kleine vier uur dalen kreeg de groep de veilige hut in zicht. Sander schat dat het nog een half uurtje wandelen was, toen het noodlot toesloeg. "We waren met zes op pad, telkens drie klimmers aan elkaar vastgemaakt met een touw. Ik liep vooraan in de eerste groep, de gids liep in de tweede groep net achter ons. Als ik het even niet wist, vroeg ik aan de gids welk spoor ik diende te volgen. Op die plaats liep het te volgen spoor over een crevasse, een gletsjerspleet. Die kunnen tot wel honderd meter diep zijn en worden veroorzaakt door gletsjers die in beweging zijn. Over die crevasse liep een ijs- en sneeuwbrug, ik merkte dat er voetsporen op aanwezig waren. Wellicht onze eigen sporen van toen we er 's morgens waren gepasseerd. De ondergrond was ondertussen opgewarmd zodat de sneeuwbrug niet sterk genoeg meer was, ik zakte er onmiddellijk doorheen. Met mij de twee klimmers die aan hetzelfde touw waren vastgemaakt. Ik maakte een val van 33 meter, waarna ik me kon vastklampen aan een sneeuw- en ijsklomp zo groot als een zitbal. Mijn twee gezellen vielen - gelukkig - op een stuk vlak ijs. Ons grote geluk was dat we alle drie bij bewustzijn waren. Was een van ons dieper gevallen in de kloof dan was dat zonder twijfel fataal geweest voor alle drie.Gedurende 45 minuten hield ik me met al mijn kracht en moed vast aan die ijsklomp. Ik was in paniek en voelde me wegglijden. Op dat moment denk je aan je geliefden en ben je ervan overtuigd dat je ze nooit meer terug zal zien. Maar dan komt er een zekere rust, je komt uit die paniekfase en mede door de adrenaline hou je je vast aan die klomp. Ik had het niet koud hoewel het er vele graden onder nul was. Ik had geen pijn hoewel mijn gezicht en vooral mijn arm er lelijk aan toe waren. "Probeer niet te bewegen", dacht ik steeds...."De andere groep zag ales gebeuren, zelf konden ze niets doen maar ze hoorden dat hun drie onfortuinlijke gezellen leefden, ze hoorden hen praten. Zij verwittigden onmiddellijk de hulpdiensten, een eerste helikopter met reddingsmateriaal was daar binnen het half uur. 15 minuten later hielpen de reddingsdiensten Sander uit de kloof waarna hij met een andere helikopter naar het ziekenhuis werd gebracht. Het avontuur liep aldus nog goed af, Sander heeft enkel een scheur van de biceps en wat schrammen in het gezicht. Zijn twee gezellen hadden minder geluk, met onder meer gekneusde ribben en een complexe beenbreuk. Al bij al mag het een wonder heten dat ze er levend uitgekomen zijn. De Mont Blanc laat zich niet zomaar temmen, en Sander lijkt niet geneigd om een tweede poging te ondernemen. "Niet onmiddellijk", glimlacht hij. "Ik was zo gelukkig mijn ouders en vriendin terug te horen en te zien. Mijn moeder was al niet enthousiast toen ik mijn plannen bekend maakte. Ik droom ervan om ooit nog eens boven op de Mont Blanc te staan, maar na dit avontuur zal het wellicht een droom blijven. Ik ga niet meer richting sneeuw. Toch niet de eerstkomende jaren." (lacht)