Hij staat ons al op te wachten op de achtersteven. Muts tot net boven de ogen, sjaal om de hals, sigaretje tussen de vingers. En of Roland de Mercator kent. "Lang geleden heb ik nog op het schip geslapen", verbaast hij ons. "Een goed begin, hé! Haha! Lang geleden was er in Oostende een café, de Chèvre Folle. Een voorloper van alle bruine kroegen en artiestencafés. Daar leerde ik een figuur kennen die plat Antwerps sprak en nogal graag dronk. Wij noemden hem 'de kapitain' (op zijn Antwerps). Hij was een soort conciërge van de Mercator, of hij had ervoor gezorgd dat het schip uit Antwerpen naar Oostende kwam, herinner ik me vaag. Met enkelen mochten wij hier slapen."
...