Alles begon in mei 2018 toen Robbe zich inschreef voor het ingangsexamen bij de vliegschool van de Belgian Air Cadets. "Mijn ouders hadden een televisiereportage over de luchtcadetten gezien en vonden dat dit iets voor mij was. Ik zag het meteen zitten. Wiskunde was de match, bovendien ben ik vrij sportief en hou ik van wat avontuur. Leren vliegen... wie wil dat nu niet?", vertelt Robbe, die wiskunde-wetenschappen volgt aan het Sint-Aloysiuscollege in Diksmuide.
...

Alles begon in mei 2018 toen Robbe zich inschreef voor het ingangsexamen bij de vliegschool van de Belgian Air Cadets. "Mijn ouders hadden een televisiereportage over de luchtcadetten gezien en vonden dat dit iets voor mij was. Ik zag het meteen zitten. Wiskunde was de match, bovendien ben ik vrij sportief en hou ik van wat avontuur. Leren vliegen... wie wil dat nu niet?", vertelt Robbe, die wiskunde-wetenschappen volgt aan het Sint-Aloysiuscollege in Diksmuide.Op 1 september vorig jaar deed Robbe het ingangsexamen op de militaire school Saffraanberg in Sint-Truiden. In oktober volgden strenge medische proeven in het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek. "Ik moest eerst drie sportproeven afleggen, gevolgd door een examen wiskunde en een test Nederlands. De sportproeven bestonden uit side plank - een oefening op de rompstabiliteit -, een sprintproef en een 2400 meter lange looptest doorheen het militaire domein. Met 370 man tegelijk starten, dat was duwen en trekken, en vooral doorbijten. Ik finishte bij de eerste twintig, maar was zo goed als dood", lacht Robbe. "In december kreeg ik na lang afwachten een brief met het bericht dat ik geslaagd was voor al mijn proeven. Als je weet dat er elk jaar maar 30 Nederlandstaligen en 20 Franstaligen worden toegelaten, dan is het zalig wanneer je verneemt dat je geselecteerd bent. Ik was dolgelukkig."Robbe startte zijn opleiding bij de Belgian Air Cadets tijdens de paasvakantie met een militaire training en theorielessen in Leopoldsburg. "Elke dag om 6 uur opstaan, twee minuten tijd om je bed op te maken en je tanden te poetsen, een hele dag les volgen, op elk moment van de dag of de nacht het bevel kunnen krijgen om te gaan pompen... dat was twee weken afzien."In augustus mocht hij voor de eerste keer ervaren hoe het was om in de lucht te hangen, tijdens drie weken praktijkstage in Weelde. "Het zomerkamp was helemaal anders: geen militaire dril of nachtelijke verrassingen meer. 's Morgens kregen we een meteobriefing, waarna we de vliegers naar buiten duwden en ze naar het vliegveld reden. Om dan tot zonsondergang te vliegen.""Die eerste keer was zeker spannend, vooral bij de start was het even schrikken. Met een soort winch wordt je zweefvliegtuig letterlijk de lucht in gekatapulteerd. Dat is de max! Na twee weken maakte ik mijn eerste solovlucht. Bij de start en de landing ben je full focus, maar een keer in de lucht ben je echt wel op je gemak. Je moet er enkel op letten dat je vleugels in evenwicht blijven, de wind in het oog houden en je snelheid en hoogte controleren."Robbe mag zich voortaan zweefvliegtuigpiloot bij de Belgische luchtcadetten noemen. Op 6 november krijgt hij zijn eerste vleugel, op 11 november mag hij meedefileren in Brussel. Dan zit het eerste van drie opleidingsjaren erop. "Alle opleidingen gebeuren tijdens de vakanties en vliegweekends, dus hoef ik op school niets te missen. Daarbij kun je punten verdienen. Als je als 'senior' nog een vierde en vijfde jaar wil doen, heb je een zeker aantal punten en goede evaluaties nodig. Misschien word ik wel gevechtspiloot. Ofwel ga ik geneeskunde studeren, daar ben ik nog niet uit. Ik ga sowieso meedoen aan het ingangsexamen geneeskunde én aan de inschrijvingstesten voor gevechtspiloot bij het leger", besluit Robbe Bailleul.(KLD)