Priorij Onze-Lieve-Vrouw van Bethanië viert 100-jarig bestaan: “Het mooiste cadeau dat wij kunnen geven is de stilte”

Hannah Van Quakebeke is sinds 2009 priorin van Bethanië. “Alle zusters zijn heel verschillend. Daardoor leer je dat liefde niet altijd gebaseerd is puur op keuze. Liefde is een werkwoord. Je kunt elkaar leren graag zien.”© (Foto BC)
Hannah Van Quakebeke is sinds 2009 priorin van Bethanië. “Alle zusters zijn heel verschillend. Daardoor leer je dat liefde niet altijd gebaseerd is puur op keuze. Liefde is een werkwoord. Je kunt elkaar leren graag zien.”© (Foto BC)
Bieke Cobbaert

Aan de rand van Loppem, net naast Sint-Andries en midden in een groene oase, staat de priorij van Onze-Lieve-Vrouw van Bethanië. Al honderd jaar wonen er Benedictinessen, zusters die leven volgens de Regel van Sint-Benedictus. Wij gingen langs voor een gesprek met priorin Hannah Van Quakebeke. “Wie zijn roeping volgt, moet enkele dingen loslaten. Dit is een andere manier van leven.”

Sint-Benedictus was een Italiaanse monnikenvader die leefde in de zesde eeuw. Benedictus’ regel rust op drie pijlers: het gemeenschapsleven, het gebedsleven en openheid of gastvrijheid. De Benedictinessen in de priorij van Loppem verwelkomen niet alleen gasten, het imposante gebouw doet sinds 1969 ook dienst als internaat voor de meisjes die school lopen in de Abdijschool van Zevenkerken. Elke schooldag fietsen 116 meisjes anderhalve kilometer van en naar de priorij.

De prachtige priorij in Loppem werd opgetrokken vanaf 1924. Dom Théodore Nève, abt van Zevenkerken droomde van vrouwelijke aanwezigheid in de missies voor zijn broedergemeenschappen in Katanga. Het moesten benedictinessen zijn, tegelijk contemplatief en toch bereid tot missiewerk. Enkele meisjes zijn geboeid door het ideaal van moniale-apostel en betrekken na hun vorming in het Franse Angers in 1921 ‘klein Bethanië’, een pand in de buurt van de abdij. Moeder Marie-Paule Blomme wordt tot eerste priorin verkozen.

Het jaar daarop al vertrekken drie zusters naar Congo om er het monastieke leven uit te dragen en in Loppem start in 1924 de bouw van de priorij. Er doet zich op dat moment een roepingenexplosie voor en meisjes uit heel Europa sluiten zich aan. Ondertussen stichten de zusters in Congo een klooster en een tweede missiepost. Bethanië kende later ook een verdere uitstraling over vier continenten en in 1969 kwamen ook in België twee nieuwe stichtingen tot stand in de nasleep van het Tweede Vaticaans Concilie. De herstructurering van het kerkelijk leven en de overgang in de liturgie van het Latijn naar de volkstaal hadden namelijk tot gevolg dat het Nederlands ook in het gemeenschapsleven van Bethanië de voertaal werd. Het klooster ‘Monastère de l’Alliance’ in Rixensart en de priorij in Bossut, beiden in Waals-Brabant, werden opgericht voor de Franstalige zusters.

Vandaag is zuster Hannah Van Quakebeke priorin in Loppem. Ze is met haar 51 jaar één van de jongste zusters in het klooster. Eén zuster is nog tien jaar jonger.

Sommige jongeren denken dat ze hier buitenaardse wezens zullen aantreffen

Hoe heeft u de priorij leren kennen?

“Ik ben opgegroeid in Brugge, meer bepaald in de wijk Male. Het was daar in de abdij dat ik voor de eerste keer, ik was toen 17 jaar, gedacht heb ‘misschien roept God mij wel tot zo’n leven’. De jaren daarna ben ik in veel kloosters geweest. Tot ik hier in Loppem terechtkwam en dat was eigenlijk voor een sollicitatie. Ik heb muziek gestudeerd aan het Lemmensinstituut en solliciteerde in de Abdijschool om er les te geven. Zo heb ik Bethanië leren kennen en ik woon hier nu al 27 jaar. Ik voelde me aangetrokken tot de priorij omdat er een sterk gemeenschaps en gebedsleven is, maar tegelijkertijd ook een grote openheid. Ook het feit van de stichtingen op vier continenten trok mij aan. We hebben kloosters in Afrika, Europa, Latijns-Amerika, Brazilië en in Palestina. We zijn met 15 gemeenschappen en er zijn heel veel contacten met elkaar, maar ook uitwisselingen. Zo woont in Bethanië een Braziliaanse zuster. Zelf ben ik ook negen maanden in Brazilië geweest. Een heel positieve ervaring, maar niet zo verschillend. Alle zusters ter wereld leven namelijk hetzelfde monastieke leven.”

Er slapen 116 meisjes in het internaat, maar met hoeveel zusters wonen jullie nog in de priorij?

“Wij zijn met negen zusters. Twee daarvan wonen in Huize Vogelzang, een verzorgingstehuis voor zusters in Brugge op een steenworp van hier.”

Hoe ziet uw dagelijkse leven er uit in de priorij?

“Wij hebben vijf gebedsdiensten per dag. Zeker twee uur per dag houden we ook vrij voor persoonlijk gebed in stilte en we hebben ons dagelijkse werk. Onze gasten ontvangen is ook één van onze hoofdtaken. Dat heeft natuurlijk lang stilgelegen door corona. De mensen die hier komen zijn hoofdzakelijk op zoek naar herbronning. Meestal sluiten ze zich aan bij ons ritme en volgen onze gebedsdiensten. Het mooiste cadeau dat wij kunnen geven aan onze gasten is de stilte. Want waar in onze maatschappij vind je die nog? We krijgen het vaakst de opmerking van onze gasten dat ze zichzelf hier teruggevonden hebben.”

“Ons leven is eigenlijk heel eenvoudig. Wij leven in gemeenschap. We hebben geen eigen bezit, we bidden samen, eten samen, delen ontspanningsmomenten samen. Al is het wel een grote uitdaging, in die zin dat we met verschillende generaties samenleven. Mensen die we niet zelf uitgekozen hebben, maar wel mensen die in hun hart dezelfde roeping ervaren. Samen realiseren we onze roeping. We zijn allemaal heel verschillend en daardoor leer je dat liefde niet altijd gebaseerd is puur op keuze. Liefde is een werkwoord. Je kunt elkaar leren graag zien.”

Een levenswijze die in onze maatschappij ook wel een stukje als wereldvreemd wordt bekeken. Hoe gaat u daar mee om?

“Wie zijn roeping volgt, moet inderdaad enkele dingen loslaten. Het is een andere manier van leven. Toch is het een heel diepmenselijk, eenvoudig leven dat wij leiden. Wij weten ook wat er in de wereld rondom ons gebeurt. Wij lezen kranten, hebben een televisie, internet… Als we jongeren op bezoek krijgen in ons gastenverblijf, gebeurt het wel eens dat ze zeggen ‘we dachten dat we hier buitenaardse wezens zouden aantreffen, maar jullie weten heel goed wat er in de wereld gebeurt. Jullie begrijpen ons heel goed.’ Een mooier compliment kunnen wij niet krijgen.”

De zusters wilden naar aanleiding van het 100-jarige bestaan een familiedag organiseren op 11 juli, maar die werd geannuleerd door de corona. Op 1 november wordt Réveil, een ingetogen kerkhofmoment, georganiseerd op het kerkhof van de priorij en op 3 december is er een muzikale adventswake in de kerk van de priorij.

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten