Door Carlos Berghman
...

Door Carlos BerghmanAllebei zijn ze geboren en getogen Menenaars. Marcel zag het levenslicht op 5 december 1925 en groeide op in een kroostrijk gezin met 10 kinderen. Thérèse werd geboren op 26 juni 1926, zij had nog een broer en een zus. Op 18 april 1949 stapte het koppel in het huwelijksbootje. Tien maanden later mochten ze hun eerste spruit verwelkomen. Het echtpaar woonde eerst drie jaar lang in bij de ouders van Thérèse, vervolgens woonde het gezin tien maanden in de J. en M. Sabbestraat en zeven jaar in de Wahisstraat. Toen uiteindelijk ook daar de woning te krap werd, bouwden Marcel en Thérèse een huis in de Fabiolalaan waar ze sinds 1961 wonen. Bijna zijn hele loopbaan lang was Marcel bediende bij de Christelijke Mutualiteit, terwijl Thérèse van 's morgens vroeg tot 's avonds laat het huishouden runde. Samen brachten ze zes zonen groot: Jef (69), Johan (68), Guido (67), Luc (66), Rik (64) en Marc (62). Hun zevende kind en enige dochtertje Rita werd doodgeboren. "We hebben ook 17 kleinkinderen en 30 achterkleinkinderen in onze familie", weet Thérèse. "Eén keer per jaar komen we met z'n allen samen. Vorig jaar nog waren we met maar liefst 78 op het familiefeest.""Destijds werkte mijn vader als meestergast bij tabaksfabrikant Coel, daar waar nu de bank Belfius gevestigd is", vertelt Marcel. "Ik had Thérèse daar al wel eens gezien, zij werkte er als inpakster. Maar pas tijdens een feest in de Gilde maakten we kennis met elkaar. Er was geen plaats meer om te zitten, we moesten achteraan rechtstaan en raakten aan de praat. Vier jaar later zijn we getrouwd en kwamen er zes zonen bij.""Ik moest met zeven mannen onder één dak leven", blikt Thérèse met een glimlach terug op het drukke gezinsleven. "Gelukkig was ik de dochter van een militair. Mijn vader was mecanicien op het vliegveld van Wevelgem. Hij voedde ons op met militaire discipline. Marcel kan dat beamen: van mijn vader moest ik om 22 uur thuis zijn en geen vijf minuten later... Die strenge opvoeding is me goed van pas gekomen om onze zes zonen de nodige discipline bij te brengen."De kinderen kwamen niets tekort. Op zolder maakte Marcel zelf houten speelgoed voor het Sinterklaasfeest: een auto, schommelpaard, poppenkast... "Ook hebben we ervoor gezorgd dat iedereen kon studeren", zegt Thérèse met enige fierheid.Dertien opeenvolgende jaren trok het hele gezin met de camionette en twee tenten op kampeervakantie naar Frankrijk, Zwitserland of Italië. "De eerste keer in Zwitserland werden we compleet uitgeregend en liepen onze tenten onder water", herinnert Thérèse zich.Wanneer de stampvolle camionette één of andere kampeerterrein opreed, werd er wel eens argwanend gekeken. "Sommige kampeerders dachten dat we 'Bohemers' waren. Maar overal werden we geprezen omwille van het voorbeeldige gedrag van onze kinderen. De jongens staken allemaal een handje toe. Binnen het uur stonden onze tenten rechtop en waren we geïnstalleerd. En 's avonds lag iedereen steevast op tijd in bed en was alles stil. Tijdens de ritten met de camionette werd er wel duchtig op los gerookt. Iedereen rookte, behalve Luc. Inmiddels is iedereen wel gestopt."Toen de kinderen het ouderlijk nest verlieten, had Thérèse eindelijk wat vrije tijd en vervoerde ze met de camionette zieken en gehandicapten naar activiteiten van Ziekenzorg. Marcel legde zich toe op houtsnijwerk en op het maken van pentekeningen in Chinese inkt. "Maar nu doen we het rustig aan en profiteren we van onze oude dag. We kijken graag tv en we genieten ervan om tijdens de zomermaanden buiten te zitten", besluiten Thérèse en Marcel.