Op zondag 6 juli 1969 wijdde bisschop Emiel Jozef De Smedt de toen 25-jarige Paul Coucke tot priester op de Bosmolens in Lendelede. "Een kleine parochie, in tweeën gesplitst door de Rijksweg", aldus Paul. Sindsdien heeft hij een heel parcours afgelegd, eerst in het zuiden en de laatste 15 jaar in het noorden van de provincie. "Brugge, dat was een andere mentaliteit", ervoer Paul. "En het was ook niet zo vanzelfsprekend: 60 jaar was ik toen de bisschop mij eind 2004 naar het verre noorden van de provincie zond, en dan nog helemaal opnieuw moeten beginnen in een héél andere omgeving vroeg veel aanpassing. Wat mij ook bijbleef, is dat je loyauteit hier moet verdienen."
...

Op zondag 6 juli 1969 wijdde bisschop Emiel Jozef De Smedt de toen 25-jarige Paul Coucke tot priester op de Bosmolens in Lendelede. "Een kleine parochie, in tweeën gesplitst door de Rijksweg", aldus Paul. Sindsdien heeft hij een heel parcours afgelegd, eerst in het zuiden en de laatste 15 jaar in het noorden van de provincie. "Brugge, dat was een andere mentaliteit", ervoer Paul. "En het was ook niet zo vanzelfsprekend: 60 jaar was ik toen de bisschop mij eind 2004 naar het verre noorden van de provincie zond, en dan nog helemaal opnieuw moeten beginnen in een héél andere omgeving vroeg veel aanpassing. Wat mij ook bijbleef, is dat je loyauteit hier moet verdienen."Hij maakte meteen kennis met de nieuwe federatie van de vijf parochies in Sint-Andries en Sint-Michiels; een eerste versie van wat in 2015 een 'pastorale eenheid' werd en nu als de Emmaüsparochie bekendstaat. "Die kennismaking was heel positief, ik kende Carlos (Desoete, die reeds in 2017 met pensioen ging, red.) nog van in het seminarie. Maar hoe die vijf, tot dan toe zelfstandige, parochies beter konden gaan samenwerken, dat bleef wel een serieuze uitdaging." Geleidelijk aan, mede door de vermindering van het aantal priesters, zag hij die samenwerking intenser worden. "Door een beurtrol bij het voorgaan, gezamenlijke ziekennamiddagen, mooie startvieringen en een bezield team leerde ik de andere parochiekernen alsmaar beter kennen en waarderen. Hoe kan het ook anders, met straks nog één enkele parochiepriester", klinkt het. Paul heeft het voorbije jaar ook intens meegewerkt aan de plannen van de Emmaüsparochie om de komende jaren een nieuwe kerkcampus te bouwen. Maar hij is niet onverdeeld gelukkig met de schaalvergroting. "In zo'n groter geheel is het niet gemakkelijk om de mensen nog te begeesteren", zegt hij. "Bovendien is heel die reorganisatie ingegeven door het priestertekort: schaf het celibaat af en je maakt de priesterroeping weer iets aantrekkelijker. Nu zijn die nog amper op één hand te tellen." Paul werd tot priester gewijd in 1969, toen de wereld volop in verandering was. "Maar van de 37 seminaristen die dat jaar begonnen, zijn er uiteindelijk slechts 16 overgebleven." Heeft het wegdeemsteren van het christelijke geloof zijn geloof ook niet op de proef gesteld? "Jawel", bevestigt hij, "je moest op jezelf passen, naar de bron gaan." Maar als hij terugkijkt, is Paul niet rouwig om die evolutie van de voorbije 50 jaar. "We zijn een kleine geloofsgemeenschap geworden, maar we hoeven het geen jammerlijke zaak te vinden dat veel ballast is weggevallen. Het aantal kerkgangers doet er eigenlijk niet zoveel toe. Nu heb je meer mensen die trouw en consequent zijn in de beleving van hun geloof", zegt hij. Net zo heeft hij de moeilijke episode met toenmalig bisschop Vangheluwe ervaren. "Het heeft zeker veel kwaad gedaan, maar het heeft ook veel uitgezuiverd. Mensen die de Kerk de rug toekeerden enkel en alleen omwille van dat schandaal, hadden wellicht maar een smalle geloofsbasis." (lees verder onder de foto) "Het is op vandaag niet gemakkelijk, noch voor de school, noch voor het gezin, noch voor de gewijde bedienaar om het geloof door te geven." Dat brengt Paul bij zijn eigen jeugd. Over zijn moeder, een verstandige, diepgelovige boerin, heel muzikaal, ze kon accordeon spelen... Sommige van haar kwaliteiten heeft hij overgeërfd. Zo is ook hij een enthousiaste sterrenkijker bijvoorbeeld. "Nog in mijn seminarietijd is ze aan een slepende ziekte gestorven, amper 50 jaar oud. Dat was een heel intense periode, waarin er met Nietzsche en Heidegger ook een nieuwe wereld voor me openging. Ik was tenslotte een boerenzoon van eenvoudige komaf. Tijdens mijn opleiding aan het seminarie, legde ik de basis voor mijn latere geloofshouding: ik leerde er in te zien dat er in iedereen wel een stukje waarheid schuilgaat. Ik ben geen voorstander van een straffende, maar wel van een liefhebbende God." Paul gaat in zijn vrije tijd graag zeilen op het Veerse Meer. "In een 505 open jol, geen grote boot hoor. Maar zeilen is een diepte-ervaring: je voelt de krachten van de natuur. Het is een reine sport waarbij je aan niets anders denkt. Ik heb zelfs nog op het Meer van Galilea gezeild, een onvergetelijke ervaring." En Paul werkt ook graag zelf aan zijn zeilboot. "Ik ben eigenlijk een man van de wetenschap en techniek", glimlacht hij. "Maar dat is perfect verenigbaar met het geloof. Ik heb nooit aan mijn priesterroeping getwijfeld."