Van vader en beenhouwer tot monnik: het opmerkelijke levensverhaal van Dom Jozef

Dom Jozef. © GF
Stefan Vankerkhoven

In de abdijkerk van Steenbrugge werd op 2 december afscheid genomen van André Ghekiere, in een later leven Dom Jozef, en dit in aanwezigheid van zijn drie kinderen, zeven kleinkinderen en zeventien achterkleinkinderen. Voor deze weduwnaar intrad bij de monniken was hij beenhouwer in Hooglede.

Dag pa, het valt moeilijk te beschrijven hoe we ons voelen bij jouw overgaan. Elk op onze eigen manier kijken we terug op ons leven samen met jou en elk van ons heeft jou beleefd op zijn eigen unieke manier. Maar over één iets zijn we het eens: we hebben jou in het eerste deel van ons leven gekend als een harde werker, een beenhouwer in hart en nieren, altijd bezig, steeds ten dienste van je klanten en bezorgd om je gezin. Na het heengaan van ma, je was pas 45, heb je je langzaam voorbereid om jouw missie te voltooien, om jouw roeping in de wereld te brengen. De Benedictijnen van Steenbrugge werden jouw nieuwe thuis, waar jij je opnieuw ten dienste stelde voor de gemeenschap. Wij voelen dankbaarheid om wat je voor leefde als vader, grootvader en overgrootvader.

Triptiek

Deze boodschap schreven Dirk, Geert en Pol, de drie zonen van wijlen André Ghekiere alias Dom Jozef op het rouwkaartje voor hun vader. André Ghekiere, die het levenslicht zag op 29 mei 1926 in Izegem, was jarenlang beenhouwer in Hooglede en lid van de slagersgilde De Breydelzonen. HIj kende een bewogen leven. Hij verloor een zoontje Rik in 1955 en zijn echtgenote Elisabeth Follebout in 1971. Elf jaar later, op 15 februari 1982, trad hij als monnik in de Sint-Pietersabij van Steenbrugge in. Hij overleed op 27 november in het woonzorgcentrum Sint-Jozef in Sint-Michiels (Brugge).

Het noodlot sloeg toe in 1971, toen op een vroege zondagmorgen Elisabeth, door een plots hartfalen, uit hun gezin werd weggerukt

Dom Erik, ofwel Godfried Feys, de prior van de Sint-Pietersabdij, vergelijkt het turbulente leven van André Ghekiere met een triptiek: “Het eerste paneel toont ons André als een kleine, maar fiere ‘stamvader’ met aan zijn zijde zijn geliefde vrouw Elisabeth en omringd door drie opgroeiende zonen. Aan hun voeten staat een wiegje met daarin een vierde zoontje Rik – op zijn voorhoofd prijkt een klein zwart kruisje – want hij is hen veel te vroeg ontvallen. Een diepe en blijvende wonde in het hart van moeder Elisabeth en vader André.”

Warme thuis

“André heeft gelukkige jaren gekend met zijn trouwe en werkzame echtgenote”, vervolgt Dom Erik. “Samen deden Elisabeth en André er alles aan om hun kinderen een warme thuis te geven, ondanks het harde labeur in hun zaak, een bekende beenhouwerij in het hartje van Hooglede-dorp. De familie Ghekiere stamde uit een rasecht geslacht beenhouwers, met als stamvader Petrus Johannes Ghekiere die een slagerij runde in de Marktstraat in Izegem.”

Dom Jozef in zijn monnikenpij.
Dom Jozef in zijn monnikenpij. © GF

“Vijf generaties lang hebben zij het beroep uitgeoefend, van 1860 tot 2017. Geert, de derde zoon van André, was de laatste die als slager werkzaam was tot vier jaar geleden. Ook Elisabeth Follebout stamde uit een slagersfamilie. Het ware lange dagen voor beiden. ’s Morgens vroeg opstaan om alles voor te bereiden in de beenhouwerij, de kinderen te verzorgen. André moest vaak de baan op om zijn vleeswaren te verkopen op de markten in de omtrek.”

Noodlot

”Het noodlot sloeg toe in 1971, toen op een vroege zondagmorgen Elisabeth, door een plots hartfalen, uit hun gezin werd weggerukt. André stond er plots alleen voor om de kinderen op te voeden en om zijn zaak verder in leven te houden. Gelukkig kon hij, de daaropvolgende jaren, onvoorwaardelijk rekenen op Martha, zijn trouwe en ijverige huishoudster, die ook als een lieve ‘voedstermoeder’ heeft ingestaan voor de opvoeding van zijn drie opgroeiende zonen.”

”Andrés oude droom om priester te worden stak opnieuw de kop op. Die was al aanwezig voor zijn huwelijk. Hij trok wekelijks naar Roeselare voor gesprekken met zijn geestelijke leidsman, pater Deboutte. Want diep in zijn hart was André een rusteloze spirituele pelgrim, een godzoeker. Dat brengt ons naar het tweede paneel van het drieluik: André in monnikspij. André werd Dom Jozef.”

Cel

Volgens Dom Erik is André Ghekeire zijn spirituele zoektocht in Westvleteren begonnen: “Maar dat was slechts voor korte tijd. Pater Deboutte stelde daarna voor om het even in Steenbrugge, bij de benedictijnen, te proberen. Begin 1982 deed hij dan, tot verwondering van velen, zijn intrede in onze Sint-Pietersabdij en koos als kloosternaam Jozef, omwille van zijn grote verering voor Sint-Jozef, de voedstervader van Jezus.”

Tot verwondering van velen deed de gewezen beenhouwer zijn intrede in onze abdij – Dom Erik (prior Sint-Pietersabij)

“Het was een hele stap voor een man, die gehuwd was geweest, zijn kinderen op pad had gestuurd om een eigen gezin te stichten en zijn beenhouwerij had overgedragen aan een van zijn zonen. Hij werd ingeleid in een heel ander ‘Ora et Labora’ dat zijn leven zou bepalen. De Regel van Sint-Benedictus werd zijn gids voor een nieuw evangelisch leven. Dom Jozef kwam vijf keer per dag met zijn medebroeders samen om Gods Lof te zingen.”

“Hij kreeg les krijgt in bijbelexegese, de preuken van oude woestijnvaders, en in monastieke geschiedenis. Hij moest zwijgen aan tafel terwijl er voorgelezen werd. Hij moest gehoorzamen aan zijn abt en novicenmeester; diende allerlei klusjes uit te voeren. Hij bracht lange, stille uren in zijn cel door, met vallen en opstaan leerde hij het monastieke leven kennen en doorleven. In 1986 legde hij, in de handen van Vader Abt Anselm Hoste, zijn plechtige geloften af en werd zo definitief opgenomen in onze Steenbrugse gemeenschap.”

Sappig West-Vlaams

”Jaren kon je Dom Jozef ’s morgens als eerste zien in de kerk of in onze kapel. Stilaan werden vele taken aan hem toevertrouwd: in de eerste jaren het slachten van onze dieren en het verwerken van het vlees in het geïmproviseerd slagersatelier in onze kelder. Later werd hij portier en gastenpater. Op de hem eigen joviale en hartelijke manier wist hij de gasten en bezoekers te verwelkomen. Ik hoor hem nog altijd in een sappig West-Vlaams zeggen: ‘Welgekomne en stoelt u maar’.”

“Daarna werd hij ‘gebedsvoorganger’ op het grote Brugse kerkhof langs de Baron Ruzettelaan. Tien jaar lang begeleidde hij vele families bij het afscheid aan het graf van hun geliefden. En in de beslotenheid van zijn bureau ontpopte hij zich verder als verwoede verzamelaar van allerlei artefacten rond WO I en WO II. Het werd een klein ‘oorlogsmuseum’!”, aldus Dom Erik, die op het derde – centrale – paneel van deze levenstriptiek Dom Jozef, omringd door zijn geliefde heiligen, in zijn ‘kovel’ (gewijde monnikenmantel) ziet klaarstaan om een nieuw leven tegemoet te gaan….