Erg close zijn Dirk De fauw en Patrick Moenaert nooit geweest, maar het was ook voor die laatste serieus schrikken, toen hij vernam dat de huidige burgemeester met een mes was aangevallen. "Omdat ik lang diezelfde functie heb vervuld, deed me dat toch wel even nadenken. Ook ik ben vaak met mensen in aanraking gekomen die om wat voor reden dan ook kwaad waren", zegt Patrick Moenaert.
...

Erg close zijn Dirk De fauw en Patrick Moenaert nooit geweest, maar het was ook voor die laatste serieus schrikken, toen hij vernam dat de huidige burgemeester met een mes was aangevallen. "Omdat ik lang diezelfde functie heb vervuld, deed me dat toch wel even nadenken. Ook ik ben vaak met mensen in aanraking gekomen die om wat voor reden dan ook kwaad waren", zegt Patrick Moenaert.Voorafgaand aan zijn burgemeesterschap, tussen 1995 en 2012, was Moenaert zes jaar OCMW-voorzitter en ook toen had hij niet alleen vrienden. "Op een dag kwam er een man - een zogenaamde 'artikel 60' die in ruil voor het verkrijgen van een uitkering een bepaalde job moest doen - naar mijn kantoor. Hij was kennelijk niet tevreden met de aard van zijn tewerkstelling en wilde me daarover spreken. Nadat de man plaats genomen had aan mijn bureau legde hij een groot mes van wel dertig centimeter vlak voor me op tafel. Duidelijk met de bedoeling me bang te maken. Natuurlijk schrok ik rot, maar dat liet ik zo weinig mogelijk blijken. Ik deed alsof ik het mes niet gezien had en heb gewoon zijn situatie uitgelegd. In geen geval heb ik zijn dossier daardoor een andere richting gegeven", herinnert Moenaert zich.Aan de militante verdedigers van het Lappersfortbos, in het begin van de jaren 2000, heeft Moenaert ook geen te beste herinneringen. "Om halfzes 's morgens hoorde ik gerommel op het dak van mijn huis. Mijn jongste dochter lag te huilen in bed. Ik liep in grote coleire naar buiten en riep dat ze van mijn woning moesten wegblijven. Op dat moment stond heel de nationale pers al voor mijn deur, opgetrommeld door die Lappersforters. Gelukkig heb ik me toen ingehouden, maar ik had erg veel zin om de ladder waarmee een van die gasten omhoog klom een duwtje te geven..."De oud-burgemeester herinnert zich ook die keer, toen rijkswachters in feestkledij moesten infiltreren op het huwelijk van zijn dochter om hem te beveiligen. "Een man die ik niet kende, had me 's morgens vroeg op de ochtend van het huwelijk thuis opgebeld dat het géén feest voor mij zou zijn vandaag, want dat hij me zou vermoorden. Natuurlijk schrok ik enorm. Ik had toen een antwoordapparaat bij mijn vaste telefoon en zijn boodschap was opgenomen. Ik heb direct mijn secretaris Jef Dhondt gebeld, hem dat fragment laten horen en gevraagd of hij die stem herkende. Gelukkig wist hij wie het was: een verhuurder van studentenkoten die niet tevreden was met de verscherpte regels voor de verhuring die wij toen met het stadsbestuur hadden ingevoerd."Moenaert weet ook nog goed hoe hij op een avond belaagd werd door twee dronken socialistische militanten in café Den Tijger in Sint-Michiels. "Gelukkig heeft mijn goede vriend Bill me verdedigd, toen ze me wilden aanvallen in de toiletten. Sindsdien gaat Bill door het leven als the bodyguard", lacht Moenaert. "Maar het strafste verhaal is wellicht dat van die kerel die me belde en zei dat ik voor hem een jong blond meisje moest 'regelen', anders zou hij me iets aandoen. 'Als burgemeester moet je er zijn voor alle Bruggelingen', vond die man. Het blonde meisje moest op een bepaalde dag om 18 uur aan de poort van het stadhuis staan. Natuurlijk heb ik dat gemeld aan de politie. Daar vonden ze een jonge blonde politie-inspecteur bereid als 'lokaas' te fungeren. Toen hij op haar toe stapte om een praatje te maken, schoot de politie in actie en namen ze hem mee voor verhoor. Het opmerkelijke aan dat verhaal is dat de politie hem na verhoor moest laten gaan, want strikt gezien had hij niets verkeerd gedaan. Ik had natuurlijk wel klacht kunnen indienen wegens die bedreiging, maar ik heb dat dan maar zo gelaten."