"Ik ben er geen voorstander van om alle standbeelden van Leopold II af te breken en straten een nieuwe naam te geven", zegt auteur Daniel Vangroenweghe (82). "Wat zou het resultaat zijn? Twee generaties later weet niemand meer wie Leopold II was."
...

"Ik ben er geen voorstander van om alle standbeelden van Leopold II af te breken en straten een nieuwe naam te geven", zegt auteur Daniel Vangroenweghe (82). "Wat zou het resultaat zijn? Twee generaties later weet niemand meer wie Leopold II was.""Duiding geven bij een standbeeld kan een oplossing zijn, maar wie zal dat tekstje lezen?", vervolgt de Bruggeling. "Ik maakte deel uit van het wetenschappelijk team dat zich moest uitspreken over het controversiële beeld van de soldaten Lippens en De Bruyne, die in 1890 in Congo gesneuveld zijn. Het Blankenbergs gemeentebestuur besliste op ons advies om een verhelderend tekstje te plaatsen. Die tekst hangt er nog altijd niet. Ik ben evenmin een voorstander om Congo 2 miljard euro schadevergoeding te geven voor het leed dat de Belgen in hun kolonie berokkenden. Dat geld zou toch nooit rechtvaardig verdeeld worden. Een betere geste is dat ons land elk jaar 500 Congolese studenten een studiebeurs geeft om hoger onderwijs te volgen."Die woorden bewijzen dat Congo Daniel Vangroenweghe anno 2020 nog altijd na aan het hart ligt. In de jaren 80 leefde deze antropoloog een tijdlang in het evenaarswoud. Hij gaf twee jaar Latijnse lessen in een schooltje in Inongo en combineerde dit met veldwerk in de moerassige bossen in het voormalig kroondomein van Koning Leopold II."Daar zijn mijn ogen opengegaan", bekent Daniel Vangroenweghe. "Ik was beschaamd dat ik een blanke was. Toen ik samen met een zwarte onderwijzer door een bos aan het ploeteren was, nam die mij spontaan op zijn rug, alsof hij mijn slaaf was.""De lokale bevolking had het voortdurend over 'de oorlog van de blanke'. Ik wist dat de rubbermaatschappijen er wrede methodes op na hielden en ontmoette een oude man met een afgehakte hand. Om te vernemen wat er precies gebeurd was, ben ik nadien in vele archieven gedoken.""Mijn grote geluk was dat ik antropoloog was. Ik kreeg toegang tot geheime archieven, waarop letterlijk stond 'ne pas communiquer' (niet openbaar maken, red.). De archivarissen dachten: Het is maar een man die oude Afrikaanse gebruiken bestudeert.""35 jaar na de eerste uitgave ben ik er fier op dat er geen letter moest veranderd worden aan mijn boek. Al mijn onderzoek steunde op betrouwbare bronnen. In ons land was ik een van de eerste auteurs die de handelswijze van Leopold II in zijn kroondomein in vraag durfde te stellen. Hij was op de hoogte van de uitbuiting.""De Belgische districtscommissaris in Leopolds kroondomein schreef een brief naar zijn agenten: het moest gedaan zijn dat de zwarte soldaten kogels verspilden. Als een dorp te weinig korven rubber opleverde, dienden dorpelingen neergeschoten te worden. Als bewijs werd nadien hun rechterhand afgehakt. Langs de Congostroom voeren prauwen vol afgehakte handen. Ook handen van kinderen die tijdens de schietpartijen naast hun vader stonden. Hoeveel doden er precies gevallen zijn, is moeilijk in te schatten. De rubberoogst zorgde ook voor hongersnood. Congolese mannen moesten in hoge rubberbomen klimmen, inkervingen maken en het druipende rubber opvangen in een potje. Ze hadden immers geen tijd om nieuwe velden te kappen en gewassen te telen", zucht Daniel Vangroenweghe.'Rood Rubber' van Daniel Vangroenweghe telt 416 bladzijden, kost 22,50 euro en is uit bij De Geus.