'Het blauwe schrift' neemt ons mee naar het jaar 1928. De jonge Vlaming Karel Becue worstelt met de naweeën van de Eerste Wereldoorlog en zijn eigen verleden. Wat was zijn rol in WO I en hoe wordt hij uiteindelijk journalist met een fascinatie voor de opkomst van het fascisme en nazisme? "Het is een verhaal over hele gewone mensen die in een bijzondere tijdsperiode worstelen met wat er zich sociaal-politiek afspeelt. We zien de gevolgen voor hun eigen leven, waarin keuzes worden gemaakt. Eigenlijk gaat het boek vooral over relaties tussen mensen", zegt Jef Stroo uit Brugge, die op zijn 61ste toe is aan zijn eerste roman. Het werk wordt volgende week zaterdag voorgesteld in het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Assebroek.
...

'Het blauwe schrift' neemt ons mee naar het jaar 1928. De jonge Vlaming Karel Becue worstelt met de naweeën van de Eerste Wereldoorlog en zijn eigen verleden. Wat was zijn rol in WO I en hoe wordt hij uiteindelijk journalist met een fascinatie voor de opkomst van het fascisme en nazisme? "Het is een verhaal over hele gewone mensen die in een bijzondere tijdsperiode worstelen met wat er zich sociaal-politiek afspeelt. We zien de gevolgen voor hun eigen leven, waarin keuzes worden gemaakt. Eigenlijk gaat het boek vooral over relaties tussen mensen", zegt Jef Stroo uit Brugge, die op zijn 61ste toe is aan zijn eerste roman. Het werk wordt volgende week zaterdag voorgesteld in het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Assebroek."(lacht) Dat is rijkelijk laat inderdaad. Ik loop al mijn hele leven rond met het idee dat ik dit ooit wou doen maar een heel druk gezinsleven, met zes kinderen uit twee relaties en ondertussen ook al drie kleinkinderen, maakte dat niet mogelijk. Ik heb ook een leidinggevende functie als hoofd zorg en ondersteuning bij De Vierklaver (in Landegem, red.). Er was dus gewoon lang geen tijd. Een jaar of vier geleden is dat veranderd. Toen onderging ik een chirurgische ingreep aan mijn hart. Ik moest vier maanden rusten. 'Het is nu of nooit', dacht ik. Er was plots tijd om aan het boek te beginnen. Ondertussen schrijf ik dagelijks.""Ik schrijf veel thuis, tijdens het weekend vooral. Dat lukt enkel omdat mijn gezin mij die tijd geeft. Ze missen mij dan wel, maar ik ben ze dankbaar dat ik die kans krijg. Ik trek ook zo'n vijf keer per jaar op mijn eentje voor enkele dagen naar de Cap Blanc-Nez in Frankrijk. Ik trek me er helemaal terug, afgezonderd in een grote hoeve, om te schrijven.""Op de een of andere manier ben ik altijd al met die tijdsperiode bezig geweest. Ik heb school gelopen in het Sint-Leocollege. In het laatste jaar moesten we een geschiedenisles geven. Ik koos voor een les over het nazisme. Waarom weet ik niet, maar het fascineerde me toen al enorm. Misschien is de concrete aanleiding mijn voorliefde voor brocanterieën, waar ik al van jongs af naar toe ga. Ooit heb ik op de jaarlijkse grote brocanterie in Rijsel een volledige jaargang van 'Le Patriote Illustré' op de kop kunnen tikken. Dat is een Belgisch, Franstalig weekblad, ietwat uit de hogere kringen, met enorm veel foto's over de jaren twintig en dertig. Ik ben beginnen schrijven door één specifieke foto uit 1928, die een hele grote indruk op mij maakte.""Er staat een meisje van tien jaar op, heel centraal in de optocht tijdens de tienjarige herdenking van Wapenstilstand. Ze staat tussen de serene, lange rijen van volwassen mensen. Dat triggerde mij enorm. Ik ben bij haar begonnen voor mijn eigen verhaal. Het gaat trouwens vooral over sterke vrouwen. Er is één mannelijk hoofdpersonage maar er zijn zo'n vijf vrouwelijke hoofdpersonages. Ik probeer dat vrouwelijke een belangrijke plaats te geven, want dat wordt te weinig benadrukt in onze samenleving. Ik heb vijf dochters, dus ik weet waarover ik spreek. (lacht)""Dat speelt sowieso onbewust mee. Het feit dat een meisje van tien jaar op een foto mij fascineert, is niet toevallig. Ik heb altijd een passie gehad om met kinderen te werken. Ik ben orthopedagoog van opleiding en heb mijn ervaring op werkvlak. Er komt ook een psychiatrische voorziening voor in het boek. Dat is niet toevallig want ik heb ook nog in zo'n voorziening gewerkt. Je neemt altijd je levenservaring mee in wat je doet.""Over de historische context dan, ja. Het verontrust me hoe een politiek systeem zoals het nazisme erin slaagde een soort van gedachteloosheid bij de bevolking te bewerkstelligen. Eerst werd elk kritisch individu letterlijk geëlimineerd. Tegelijkertijd bespeelde men de onvrede bij de gewone mensen met de economische situatie. Er was namelijk honger en grote werkloosheid. De angst van de burger werd gebruikt om er haat mee aan te wakkeren, de Joden werden de zondebok van alles wat fout liep." "Mensen zaten ook gewrongen tussen dubbele gevoelens die in de jaren twintig onze Westerse samenleving in de greep hielden. Er was immens veel verdriet. Er was geen enkel gezin waar niemand werd gemist. Maar het was ook de tijd van de grootste gekte. Dolle vreugde om het einde van de oorlog met allerlei uitspattingen. Ik heb beelden bekeken van Berlijn, Brussel en Parijs van toen. Je ziet de meest extreme taferelen. Ook in de kunst en muziek komt dat terug, dat gebruik ik ook in het boek.""Ik ben nu bezig met iets wat misschien nog beter in de markt ligt. Een crimeverhaal, ook in een historische context. Het speelt zich af in de jaren vijftig. Ik was er al even aan bezig want de zoektocht naar een uitgever is niet eenvoudig voor iemand die in de literaire wereld onbekend is. In december waren er plots twee uitgevers geïnteresseerd." (Thomas Rosseel)'Het blauwe schrift' is uit bij Sterck & De Vreese. Op zaterdag 15 juni om 19.30 uur is er in het Onze-Lieve-Vrouwecollege Assebroek (Collegestraat 24) de boekpresentatie met muzikale begeleiding. Die avond tonen de leerlingen van OLVA ook hun expositie van schilderijen over WO I. Inschrijven kan nog tot 8 juni viawww.jefstroo.be.