Op de Mercator met horecamonument Pierre Daen: “Profiteren van iedere dag, zolang het kan”

Pierre Daen: “Ik heb me mijn pensioen nog geen moment beklaagd.” © Davy Coghe
Dany Van Loo

Als horecamens in hart in ziel heeft Pierre Daen (63) de hoogdagen van de Oostendse uitgaansbuurt van heel nabij meegemaakt. De sympathieke zestiger heeft in de zotte jaren van de Langestraat er tal van bekende zaken uitgebaat. Dancings en bars zoals de legendarische Sloopy, de Djinn en de Riff, die tot het collectief geheugen van een hele generatie behoren, zijn dan wel al lang verdwenen, Pierre brengt ze in een leuke babbel op de Mercator opnieuw tot leven.

Het leven van een horecamens mag dan hard zijn, aan Pierre Daen, wereldberoemd in Oostende en omgeving, valt dat zelfs na een loopbaan van 50 jaar niet te merken. Al fluitend komt hij vanuit zijn woonplaats Bredene aangefietst. We worden er jaloers van. Bekend om zijn uitgesproken mening, antwoordt hij met een straffe uitspraak als we hem vragen wat hij van een interview op de Mercator denkt: “Het Mercatordok? Toesmijten en er een grote parking van maken. Het schip kan je gerust wat verder, voor het station, leggen. Dan hebben de mensen die in Oostende aankomen, meteen een prachtig zicht. Zoals je ziet, zoek ik graag naar oplossingen, ook voor het parkeerprobleem.” De toon is gezet.

Je had vorig jaar een zwaar ongeval. Hoe gaat het ermee?

“Goed, maar ik heb toch heel lang gesukkeld. Zo’n vreemd ongeval. Ik was naar huis gereden en stopte voor de deur, maar ik had niet gemerkt dat mijn wagen nog in zijn achteruit stond. En die onoplettendheid mocht ik aan den lijve ondervinden. De wagen kwam in beweging toen ik uitstapte, waardoor ik struikelde en het voorwiel over mijn been reed. Ik verplaats mij sindsdien veel meer met de fiets. Goed voor mijn been en goed voor de conditie.”

Je bent een horecamens ‘pur sang’. Zat het in de familie?

“De appel viel niet ver van de boom, inderdaad. Mijn vader baatte in De Panne café De Tennis uit. Later verhuisden we naar Middelkerke, waar hij directeur van een groot hotel werd. Op mijn twaalfde trokken we naar Oostende. Vader werkte er onder meer als maître d’ hotel in het casino.”

Je begon heel jong te werken.

“Dat is nog heel voorzichtig uitgedrukt. Mijn mama overleed toen ik nog een kind was en dat werkte wellicht mijn zelfstandigheid in de hand. Ik zei heel vroeg de schoolbanken vaarwel – ik was veertien – en raakte toen al gefascineerd door de magie van de Oostendse uitgaansbuurt. Bij Ronny in de Fiësta, gelegen in de Madridstraat, mocht ik af en toe een plaatje draaien en zelfs een pintje tappen. Toen de baas merkte dat mij dat goed afging, vertrouwde hij me soms de zaak toe, toen al. ‘Ik ga even een boodschap doen’, zei hij, en bleef weg tot in de late uurtjes.” (lacht)

Je bent ook heel vroeg alleen gaan wonen. Toch niet gemakkelijk op zo’n jonge leeftijd.

“Dat lukte mij toch aardig. Mijn vader wou weer naar Middelkerke, maar ik zag dat niet zitten. Ik mocht dan pas 14 zijn, ik had een – ouder – meisje leren kennen en trok bij haar in. Toen de relatie een jaar later afsprong, ging ik alleen wonen op een flatje. Ik verdiende mijn brood in verschillende zaken in de Langestraat. Ik draaide er shiften van de middag tot twee uur ’s nachts voor 25 euro per dag. Waar is de tijd?”

Toen kwam de tijd om het op eigen kracht te wagen.

“Op zoek naar een nieuwe uitdaging trok ik naar de legendarische Sloopy in de Langestraat. Die zaak zullen velen zich nog herinneren (glimlacht). Toen kreeg ik de kans om op eigen benen te staan. Samen met vriend Patrick Windey openden we de Decibel op de plaats waar vroeger de bekende Groove gevestigd was. Niet bepaald een denderende locatie, en toen na amper een jaar dancing de Zoo stopte, verhuisden we naar daar en gaven het de naam Yab Yum. Niet zonder gevolgen, want wat bleek? Een bekend luxebordeel had al die naam en we waren verplicht om een andere te kiezen. Dat werd dan de Dome.”

De zotte tijden van de Langestraat. Waar zijn die heen?

“Oh, Oostende was heel lang the place to be om uit te gaan. Maar dan kregen de mensen meer alternatieven, zoals de megadancings in het binnenland en de kleinere zaken verdwenen. Samen met vrienden als Roger Christiaens, Frank Lambrecht en later ook Serge Feys organiseerde ik de ‘Longstreet Happening’ in de jaren ’80 en ’90, een klein festival dat tien jaar heel wat succes kende. Toen we een tweede podium plaatsten, maakte de brandweer bewaar omdat de ziekenwagen niet door kon. We hebben toen een podium geïnstalleerd met een groot gat erin waar de ambulance perfect door kon rijden. Zoals je ziet: ik zoek en vind graag oplossingen”. (knipoogt)

Na zaken uitgebaat te hebben in Bredene, Oostende en Diksmuide ging je het horecagedeelte van de Ostend Tennis Club uitbaten. Daar ging je enkele jaren geleden weg. Was dat met gemengde gevoelens?

“Toch wel een beetje. Ik baatte de zaak 15 jaar lang met succes uit. Maar op het einde was de kous wat af. Geschikt personeel bleek moeilijk te vinden, nodige herstellingen werden niet uitgevoerd en ik voelde dat ik wat in de richting van de uitgang werd geduwd. Ik had geen zin meer in de stress en ging met pensioen. En dat heb ik me nog geen moment beklaagd. Hier en daar nog wat helpen, veel meer contact met de vrienden: het doet deugd.”

Van vrienden gesproken. Je had een wel hele speciale band met de terminaal zieke John Beeckaert, wiens portret in 2021 geschetst werd in het programma Leef van James Cook.

“John was zo’n bijzonder mens, een topkerel die op de voorlaatste dag van 2021 stierf aan longkanker. Hij had geen zin meer in therapie en wou, zolang het kon, voluit genieten van het leven. Hij logeerde in mijn vakantiewoning in Bredene en kon afscheid nemen van vrienden en familie. Corona maakte het lastig, maar hij werd er niet extra ongelukkig door. Zo was hij niet. Zijn as wordt binnenkort uitgestrooid op zee. Ik zal hem altijd blijven missen. Het toont nog eens aan hoe we van iedere dag moeten profiteren, zolang het kan. En dat ben ik vast van plan te doen.”

Bio

Privé: Pierre werd geboren op 19 mei 1959 in Oostende. Hij is papa van een dochter en een zoon: Manou (27) en Nagui (24).

Opleiding en loopbaan: Pierre volgde een opleiding kok tot zijn veertiende en ging toen werken. Hij ging aan de slag in tal van horecazaken, voornamelijk in de Oostendse uitgaansbuurt. Later opende hij zelf verschillende zaken.

Vrije tijd: Pierre reist heel graag, niet in het minst naar Azië. Hij leerde onlangs kitesurfen en gaat regelmatig duiken. Ook fietsen staat voortdurend op het programma.

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.