Oostends koppel getuigt over hun coronacrisis: “Een all-invakantie hebben we wel verdiend”

Maité Demuenynck en Nick Rubben en zoon Finn.© Davy Coghe
Maité Demuenynck en Nick Rubben en zoon Finn.© Davy Coghe
Gillian Lowyck

Iedereen beleeft de coronacrisis anders, maar dat het voor niemand gemakkelijk is, dat staat vast. Maïté Demuenynck en Nick Rubben uit Oostende beleven de pandemie elk op een bijzondere manier. Zij werkt als verpleegster op de covid-afdeling. Hij is normaal werkzaam bij het Kursaal, maar zat maanden thuis met zijn zoontje. Al helpt hij sinds kort mee in het vaccinatiecentrum. “Ik hoop dat ik dit nooit meer moet meemaken”, zegt Maïté.

Maïté Demuenynck (30) en Nick Rubben (34) wonen in Oostende en kregen in december 2019 hun eerste zoontje Finn. Hij is ondertussen een vrolijke peuter van 15 maanden. “Gelukkig werden we ouders net voor de coronacrisis”, zeggen ze. “Ik zou het heel jammer gevonden hebben mochten we geen bezoek gekregen hebben in het ziekenhuis. Dat hoort toch ergens bij een kindje krijgen, vind ik”, zegt Nick.

Maïté en Nick beleven de coronacrisis elk op hun eigen manier. “Net toen de eerste lockdown werd afgekondigd in maart vorig jaar, eindigde mijn bevallingsverlof en moest ik terug aan het werk”, vertelt Maïté. “Ik werkte op dat moment als verpleegkundige in een woonzorgcentrum in Middelkerke. Of het moeilijk was om weer te starten? Sowieso. Ik was pas mama geworden en moest mijn kindje achterlaten. En daar kwam nog eens zo’n enorme crisis bij. Het leven was helemaal niet meer hetzelfde. Iedereen moest thuis blijven, en ik moest weer gaan werken. Daar was ik eigenlijk wel wat jaloers op ( lacht ).”

Emotioneel zwaar

In augustus besloot Maïté om van job te veranderen en in november – middenin de tweede golf dus – kon ze aan de slag gaan bij de mobiele ploeg van de stad Oostende. “Als er collega’s ziek zijn, dan spring ik bij in de woonzorgcentra De Boarebreker en Lacourt. Dat wil zeggen dat mijn weken er nooit hetzelfde uitzien. En daar hoort dus ook werken op de covid-afdeling bij.”

“Het was een vreselijk jaar, maar ik ben dankbaar voor de tijd die ik met mijn zoon kon spenderen”

Woonzorgcentrum Lacourt kreeg de voorbije weken te maken met een forse uitbraak. “Emotioneel was dat heel zwaar”, vertelt Maïté. “Ik heb heel veel aan mijn collega’s en ook van bovenuit worden wij goed begeleid. Maar toch… ( even stil ) Ik hoop dat ik dit nooit meer moet meemaken. Je weet natuurlijk dat je als verpleegkundige met overlijdens te maken krijgt, maar hoe het nu gebeurde… Niemand kan je daar ooit op voorbereiden. Je voelt je ook zó machteloos. Je start allerlei behandelingen op om je patiënten te helpen, en om dan te horen dat ze het toch niet gehaald hebben. Het is een vreselijk smerige ziekte. En hoe het afscheid moest verlopen… Verschrikkelijk.”

Jaar thuis

Haar man Nick heeft dan weer een ander verhaal. Hij werkt als technieker in het Kursaal, waar sinds maart vorig jaar geen evenementen meer plaatsvinden. “Sinds 15 maart van vorig jaar ben ik thuis”, vertelt hij. “In de zomer werd het Zomerteam gecoördineerd vanuit het Kursaal en toen kon ik er een paar dagen in de week aan de slag. Helemaal anders dan mijn gewone job, natuurlijk. Maar daarna werd het weer stil.”

Toch is het voor Nick dubbel. “Ik heb heel hard genoten dat ik zo lang bij Finn kan zijn”, zegt hij. “Het heeft me ook doen inzien dat je als vader echt niet lang genoeg bij je pasgeboren kind mag zijn. Tien dagen vaderschapsverlof, dat is veel te weinig. Ik heb hem nu in dat jaar zien opgroeien van baby tot actieve peuter, een kind met een eigen wil en karakter. Dat eerste jaar is zo cruciaal. Dat krijg je nooit meer terug. Hij moest ook niet naar de dagmoeder. Bovendien ben ik in de lockdown opnieuw beginnen tekenen. Ik heb kunst gevolgd, maar ik was nooit tevreden met wat ik maakte. Vandaag kan ik trots zijn, zeker als ik zie van waar ik kom. Dus het is dubbel voor mij. Het is een vreselijke situatie, maar ik ben ook dankbaar voor de tijd die ik met mijn zoon heb kunnen spenderen.”

Sinds vorige maand kan Nick weer naar het Kursaal, als steward in het vaccinatiecentrum dit keer. “Voorlopig is dat nog heel wisselend. Wanneer er vaccins zijn, dan kan ik gaan werken. Maar het hangt af van de leveringen. Toch ben ik blij dat ik weer eens buiten kan zijn, onder de mensen. Maar ik mis Finn wel als ik weg ben ( glimlacht ). Een evenement organiseren is leuk, zeker als je alles tot een goed einde brengt. Maar als je zo lang thuis bent, besef je dat de stress is weggevallen.”

Eerste prik

Maïté heeft het vooral moeilijk met het feit dat haar vrienden en familie Finn niet hebben zien groeien. “Mijn grootmoeder heeft hem in al die tijd misschien drie keer gezien. Er zijn zoveel mijlpalen in dat eerste jaar. Kruipen, rollen, wandelen. Mijn vriendinnen mogen hem niet vasthouden, maar hij mag wel naar de crèche… Ik werd vorig jaar dertig en kon dat niet vieren zoals ik wilde, maar wat me nog meer pijn deed was het feit dat ik geen eerste verjaardagsfeest voor Finn kon organiseren.”

Ondertussen is Maïté volledig gevaccineerd en kreeg Nick, als medewerker van het vaccinatiecentrum, al zijn eerste prik. “Maar we zitten nog altijd in hetzelfde schuitje als de rest, uiteraard.”

Wat missen zij het meest? “Op reis gaan. Mijn vrienden knuffels geven”, lacht Nick. “En gewoon iets gaan eten, en nadien naar de Langestraat. Daar snak ik zo hard naar.” Maïté vult aan: “Geef mij gewoon een all-invakantie op Tenerife. Waarbij ik me van niets moet aantrekken. Na een jaar corona hebben we dat wel verdiend.”

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.