Oostende: “Begonnen bij Rode Valken”

Redactie KW

Haar eerste stappen in het socialistische verenigingsleven zette Raymonde Declercq bij de Rode Valken. “In de jeugdbeweging werden de socialistische waarden bijgebracht”, zegt ze. “Maar sinds begin jaren 70 hebben we geen Rode Valken meer in Oostende-centrum. Dat vind ik jammer.”

Dit artikel maakt deel uit van ons dossier Socialisme.

“Ik kom uit een socialistisch nest”, vertelt Raymonde Declercq. “Toen ik een jaar of 13, 14 was, trad ik toe tot de Rode Valken van Oostende-centrum. Wij hadden ons lokaal in het Valkennest, een villa die nu is afgebroken en die stond aan de rand van ‘t Bosje, waar je nu de inrit hebt naar het Koninginnehof. Raymonde Miroir en ik waren twee handen op één buik. Met mijn broer Robert en haar broer Yves, oud-schepen en nog gemeenteraadslid, gingen we samen naar de Rode Valken.”

“De werking leek erg op die van een jeugdbeweging als de scouts nu. Bosspelen, vlotten bouwen, kampen in de Ardennen… stonden allemaal op het programma. De Rode Valken waren gemengd en telde in Oostende in de topjaren toch meer dan 100 leden. Maar er was ook een aparte afdeling in Zandvoorde, waar onder meer Jean Vandecasteele lid van was. Je kon lid worden vanaf zes jaar en tussen pakweg je 16de en je 20ste was je bij de leiding. Zelf ging ik op mijn 18de studeren en vanaf dan was ik bijna niet meer in Oostende.”

Socialistische waarden

“Binnen het spel werden ook socialistische waarden meegegeven: sociaal zijn, iedereen is gelijk… We brachten de groet aan de vlag en zongen de Internationale. Wat me altijd bijbleef, was een week waarin we van Oostende in de Ardennen moesten geraken en terug. We waren een jaar of 16. We moesten overleven in een tent en kregen elk 50 oude Belgische franken mee. Alleen kon je daar niet veel mee doen, maar door met enkelen samen te leggen, raakte je bijvoorbeeld wel aan een tent. Door samen te werken kon je dus iets bereiken.”

“Ik stapte later ook in de leiding. Wij organiseerden activiteiten, maar gingen in verkiezingstijden ook ‘s nachts op pad om affiches te plakken. Dat was uitdagend voor jonge gasten. Als we dan het Vlaamsgezinde en extreemrechtse VMO tegenkwamen, ging het er soms hard aan toe. De meest geëngageerden gingen later bij de Jongsocialisten. Die bestaan nog altijd, al veranderden ze wel enkele keren van naam.”

“Ik vind het persoonlijk erg jammer dat we geen jeugdbeweging meer hebben”, zegt Raymonde. “Al deden we er niet echt aan politiek, het was toch een voedingsbodem. En jonge gasten leerden er samenwerken. Bij de Rode Valken heb ik ook mijn man leren kennen. “

“Kinderen mochten met ons niet spelen omdat we niet gedoopt waren”

Je kan je afvragen: moet er eigenlijk wel een socialistisch verenigingsleven bestaan? Of katholieke of liberale verenigingen? Voor Raymonde Declercq is het antwoord ja. “Niets is neutraal”, vindt ze. “Mochten wij onze bewegingen opgeven voor een verenigingsleven zonder kleur, dan zal de grootste strekking het halen. Natuurlijk komen ook OKRA-leden kaarten bij ons en omgekeerd. En de jongere generatie hecht minder belang aan die politieke zuilen. Maar ik herinner me nog hoe wij in mijn jeugd voor enkele maanden verhuisden naar Snaaskerke. Daar preekte de pastoor in zijn kerk dat de kinderen niet met mijn broer en ik mochten spelen omdat we niet gedoopt waren. Dat blijft je bij als kind. Ik heb niets tegen katholieken, maar als wij onze eigenheid opgeven, worden we opgeslorpt door de grootste strekking.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.