De restauratie van de woningen met de nummers 3 tot 9 vormt het sluitstuk van de restauratie van de in totaal 41 woningen in het Begijnhof. De nummers 3 en 4 werden samengevoegd tot één ruime woning. De zes huizen aan de kant van de Onze-Lieve-Vrouwestraat zijn recenter dan de rest van het Begijnhof. Door het succes van de begijnen in de 17de eeuw, werd het begijnhof hier en daar uitgebreid. De vroegste woningen in de rij dateren van de periode tussen 1610 en 1622. De meest statige woning, het nummer vijf, is van een recentere datum (1770-1790).
...

De restauratie van de woningen met de nummers 3 tot 9 vormt het sluitstuk van de restauratie van de in totaal 41 woningen in het Begijnhof. De nummers 3 en 4 werden samengevoegd tot één ruime woning. De zes huizen aan de kant van de Onze-Lieve-Vrouwestraat zijn recenter dan de rest van het Begijnhof. Door het succes van de begijnen in de 17de eeuw, werd het begijnhof hier en daar uitgebreid. De vroegste woningen in de rij dateren van de periode tussen 1610 en 1622. De meest statige woning, het nummer vijf, is van een recentere datum (1770-1790).De restauratie van het Begijnhof ging 35 jaar geleden van start, in 1984. "De eerste helft van de werken heeft bijna dertig jaar geduurd", aldus Kortrijks schepen Philippe De Coene. "Toen wij in 2013 de werken besloten voort te zetten, schakelden we een versnelling hoger, om niet nog eens 30 jaar bezig te zijn. En toen hebben we een samenwerkingsakkoord afgesloten met het Vlaamse gewest, waarbij ons geëngageerd hebben om een stevige lokale injectie aan de werken te geven. Wij wilden dat doen omdat we als stad en als OCMW heel fier zijn dat we hier beschikken over een wel heel speciale site die behoort tot het UNESCO-patrimonium. Kortrijk is trouwens een van de weinige steden in Vlaanderen die niet één, maar twee sites die op de lijst van het werelderfgoed heeft staan. Naast het Begijnhof behoort immers ook het Belfort tot het Unesco-patrimonium."Net zoals de andere 35 woningen die eerder klaar waren, worden ook de zes pas afgewerkte woningen verhuurd. Bij de toewijzing van de woningen wordt gewerkt met een chronologische wachtlijst. Volgens Philippe De Coene is er veel belangstelling van potentiële huurders. "Meer en meer mensen willen in het Begijnhof wonen. We houden ons strikt aan de lijst van de mensen die zich eerder hebben ingeschreven als kandidaat-huurder."Eerder moest je minstens 40 zijn om een woning in Het Begijnhof te mogen betrekken. "Maar die regel is bij het begin van vorige legislatuur opgeheven," aldus De Coene, "omdat je volgens de wet anti-discriminatie geen beperking qua leeftijd kon opleggen. De bedoeling van die restrictie was natuurlijk om de stilte, de serene sfeer van de site te bewaren. Maar in de praktijk zien we dat de meesten die zich kandidaat stellen om hier te wonen ook al iets rijper zijn, iets bezadigder." Volgens de schepen is er in al die jaren nog maar één keer een probleem geweest met een huurder die de sfeer niet respecteerde. Het huurcontract van de persoon in kwestie werd dan ook opgezegd."De woningen in het Begijnhof vallen niet onder sociale huisvesting, maar onder cultureel erfgoed en de prijzen zijn dan ook marktconform", aldus nog schepen De Coene. Zo betaal je voor de grootste woning die nu net opgeleverd is, toch ook 800 euro. En de kleinste woning kost ook al 650 euro. "En dat is voor een woning zonder garage, waar je ook je wagen niet voor de deur kwijt kunt. De woningen zijn van modern comfort voorzien, maar moderne woningen zijn het niet." "Bij de restauratie kan je ook niet om het even wat doen. Je moet rekening houden met de strakke richtlijnen van Erfgoed Vlaanderen. Dat hebben we ook gedaan. En ik moet zeggen dat de samenwerking zeer goed verloopt. Met Frederic Mahieu zit er nu trouwens een Kortrijkzaan mee aan het roer van het Agentschap Onroerend Erfgoed."Het serene karakter van de site spreekt ook meer en meer toeristen aan. Jaarlijks vinden 75.000 mensen de weg naar het Begijnhof. Met die stroom toeristen zal ook rekening gehouden worden, wanneer straks de laatste fase van de werken ingaat. Tijdens de vakantieperiodes zullen de werken worden opgeschort. In fase 10 wordt de buitenomgeving van de zogenaamde 'stad-in-de-stad' onder handen genomen. De kasseiwegen zullen worden opengebroken, het rioleringsstelsel wordt ontdubbeld en de waterleiding en nutsvoorzieningen worden waar nodig vernieuwd. Fase 10 moet begin 2020 van start gaan en afgewerkt zijn tegen de lente van 2021.Met de volledige restauratie is een bedrag van 16,5 miljoen euro gemoeid. De laatste vijf fases die deel uitmaken van de meerjarenovereenkomst tussen het OCMW en de Vlaamse overheid is daarbij goed voor 10.350.624 euro. Het grootste deel daarvan, 6.604.757 euro, is door de Vlaamse overheid betaald. De rest komt op rekening van het Kortrijkse OCMW.