Maria Debosschere is geboren op 4 november 1919 als lid van de grote Ooigemse familie Debosschere. Door een administratiefout staat nu Debosscher op haar identiteitskaart. Haar ouders Remy Debosschere en Leonie D'hoop waren noeste vlaswerkers. Maria is de oudste van twee zussen.
...

Maria Debosschere is geboren op 4 november 1919 als lid van de grote Ooigemse familie Debosschere. Door een administratiefout staat nu Debosscher op haar identiteitskaart. Haar ouders Remy Debosschere en Leonie D'hoop waren noeste vlaswerkers. Maria is de oudste van twee zussen."Ik ben zeven jaar ouder dan mijn zus Simonne. Op een feest leerde ik mijn man Jozef Amerlynck kennen. Na de oorlog in 1946 trouwden we. We kregen één zoon en vijf dochters: José, Trees, Christine, Dette, Claire en Carine. Ondertussen heb ik 16 kleinkinderen en 27 achterkleinkinderen. Nummer 28, 29 en 30 zijn op komst en zullen nog voor het einde van het jaar geboren worden. Iets waar ik enorm naar verlang", blikt ze vooruit. Het koppel vestigde zich in de Bavikhoofsestraat. Ze woonden nog bij Maria's ouders tot het tweede kind geboren werd. Dan verhuisden ze naar het huis ernaast. Samen met zijn broers runde Jozef een vlasbedrijf in Ooigem. In 1979 moest Maria al afscheid nemen van haar man. Hij overleed op 57-jarige leeftijd. Maria is een dulle en liet zich niet doen. Ze bleef de bezige bij die ze al altijd was geweest. "Ik bleef de zorg voor mijn kinderen dragen. Ik kookte en bakte graag en werkte in de moestuin. Actief blijven is belangrijk", meent ze. Maria bleef tot haar 96ste in haar huisje in de Bavikhoofsestraat wonen. Toen brak ze haar heup voor de tweede keer. In juni 2016 verhuisde ze dan naar het woonzorgcentrum. De vrouw is niet zo mobiel meer, maar wel nog heel helder van geest. Zo helder dat ze in het centrum haar memoires schreef. Die beginnen in de Eerste Wereldoorlog, voor Maria geboren werd. "Ik beschrijf er alle belangrijke momenten uit mijn leven in, maar ook de aanleiding, zoals het huwelijk van mijn ouders." Ze noteerde ook enkele passages uit de oorlog: "Ik weet nog dat alle hoven rondom ons in brand stonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook op onze stal viel een brandbom. Een Duitser opende de deur nog om de dieren te bevrijden, maar het was te laat. Tussen het kanaal en de Leie bevond Ooigem zich op een gevaarlijke plaats. We moesten dus veel schuilen in de kelder waar ik veel angstige momenten meegemaakt heb", weet ze nog. Vandaag legt Maria af en toe een kaartje en leest ze heel graag. "De Weekbode en de Libelle zijn mijn vast leesvoer. Dat weten de kinderen ook. Voor mijn verjaardag kreeg ik van hen een speciale editie: de Mariabelle met heel wat info over mijn leven. Voor de moderubriek hadden mijn dochters zelfs al mijn ensembles aangetrokken die ik gekocht had voor de huwelijken van mijn kinderen."Hoewel ze slecht te been is, schrikt een bezoekje aan haar familie haar niet af. "Bij verjaardagen of andere feesten ben ik altijd van de partij. Laatst bleef ik nog tot na middernacht op een trouwfeest. Ik ben inderdaad een dulle, maar dat moest wel met zes kinderen", lacht ze. De eeuwelinge trakteerde het woonzorgcentrum op taart en nodigde haar familie uit op een groot feest. "Ik hou ervan om bij hen te zijn. We hebben een grote familie, maar ook het geluk dat iedereen met elkaar overeenkomt. Daar ben ik enorm gelukkig mee. Elke dag krijg ik dan ook bezoek van een van mijn kinderen. Naar dat moment kijk ik telkens uit", vertelt ze. Op haar honderdste blijft Maria dus nog genieten van haar leven. "Ik had nooit gedacht dat ik de honderd zou halen. Elke dag eet ik wel een zakje zoutchips en drink ik een rood wijntje, maar ik denk niet dat ik daarom zo lang leef. Het belangrijkste is dat ik nog even gezond blijf, zodat ik nog wat tijd met mijn familie kan spenderen." (Niels Vromant)