De viroloog legde uit dat de centrale controletoren van Sciensano de situatie in België voortdurend meet. Die kent ook een dreigingsniveau toe op nationaal en provinciaal niveau. Voor het vastleggen van dat dreigingsniveau wordt rekening gehouden met verschillende parameters, die geanalyseerd worden door de risk assessment group.

De eerste parameter is die van het aantal besmettingen. Die gaat van geen alarm, tot pre-alarm (1 tot 14 besmettingen per 100.000inwoners), tot alarmniveau 1 (15-30/100.000), alarmniveau 2 (31-50/100.000), alarmniveau 3 (51-100/100.000) en alarmniveau 4 (meer dan 100/100.000). Er wordt daarnaast ook rekening gehouden met de trend van de cijfers (is die stijgend of dalend), het percentage positieve testen en alle mogelijke informatie van de lokale uitbraak.

Kleurcode voor de scholen

Voor elk van die dreigingsniveaus is er een leidraad voor het nemen van acties en maatregelen, met aandacht voor de meest kwetsbare groepen. Zo kan er besloten worden om scholen van code geel naar code oranje om te schakelen. Het is wel aan de minister van Onderwijs om in dit in samenspraak met de lokale besturen te beslissen. Wanneer we in alarmniveau 3 of 4 zitten, kunnen er ook federale maatregelen genomen worden.

Momenteel telt België 57 nieuwe besmettingen op 100.000 inwoners de voorbije veertien dagen. Dit is nog hoger dan de alarmdrempel van niveau 3. Maar omdat het merendeel in Brussel en in mindere mate in Antwerpen werd vastgesteld, werd voor België het nationale dreigingsniveau 2 toegekend en niet 3.

De meeste provincies bevinden zich in alarmniveau 2. Voor West-Vlaanderen is dat alarmniveau 1. Voor de provincie Antwerpen is dat 3 en het Brussels Gewest zit in dreigingsniveau 4.

De dreigingsniveaus worden ook op gemeentelijk vlak bekeken. Momenteel is voor 26 gemeenten beslist dat de lokale crisiscel moet bijeen komen. Dat zijn er 19 van het Brussels Gewest, de noordelijke gemeenten van Halle-Vilvoorde, de stad Antwerpen en Borsbeek. Dit betekent niet noodzakelijk dat de scholen naar code oranje omschakelen. Dit moet lokaal bekeken worden met de minister en de lokale overheid.

Volg hier dagelijks hoe het zit met de alarmniveaus in jouw gemeente.

De viroloog legde uit dat de centrale controletoren van Sciensano de situatie in België voortdurend meet. Die kent ook een dreigingsniveau toe op nationaal en provinciaal niveau. Voor het vastleggen van dat dreigingsniveau wordt rekening gehouden met verschillende parameters, die geanalyseerd worden door de risk assessment group.De eerste parameter is die van het aantal besmettingen. Die gaat van geen alarm, tot pre-alarm (1 tot 14 besmettingen per 100.000inwoners), tot alarmniveau 1 (15-30/100.000), alarmniveau 2 (31-50/100.000), alarmniveau 3 (51-100/100.000) en alarmniveau 4 (meer dan 100/100.000). Er wordt daarnaast ook rekening gehouden met de trend van de cijfers (is die stijgend of dalend), het percentage positieve testen en alle mogelijke informatie van de lokale uitbraak. Voor elk van die dreigingsniveaus is er een leidraad voor het nemen van acties en maatregelen, met aandacht voor de meest kwetsbare groepen. Zo kan er besloten worden om scholen van code geel naar code oranje om te schakelen. Het is wel aan de minister van Onderwijs om in dit in samenspraak met de lokale besturen te beslissen. Wanneer we in alarmniveau 3 of 4 zitten, kunnen er ook federale maatregelen genomen worden. Momenteel telt België 57 nieuwe besmettingen op 100.000 inwoners de voorbije veertien dagen. Dit is nog hoger dan de alarmdrempel van niveau 3. Maar omdat het merendeel in Brussel en in mindere mate in Antwerpen werd vastgesteld, werd voor België het nationale dreigingsniveau 2 toegekend en niet 3.De meeste provincies bevinden zich in alarmniveau 2. Voor West-Vlaanderen is dat alarmniveau 1. Voor de provincie Antwerpen is dat 3 en het Brussels Gewest zit in dreigingsniveau 4.De dreigingsniveaus worden ook op gemeentelijk vlak bekeken. Momenteel is voor 26 gemeenten beslist dat de lokale crisiscel moet bijeen komen. Dat zijn er 19 van het Brussels Gewest, de noordelijke gemeenten van Halle-Vilvoorde, de stad Antwerpen en Borsbeek. Dit betekent niet noodzakelijk dat de scholen naar code oranje omschakelen. Dit moet lokaal bekeken worden met de minister en de lokale overheid.