De Sacré Coeur, de Eiffeltoren, het Louvre en de toeristen met selfiesticks. Vaak lijkt het alsof iedereen elke vierkante centimeter van Parijs kent. Niet dus. Onder de lichtstad ligt een compleet andere wereld. Een wereld waarin de duisternis heerst en een waar de dood nog steeds aanwezig is. Welkom in de catacomben van Parijs.
...

De Sacré Coeur, de Eiffeltoren, het Louvre en de toeristen met selfiesticks. Vaak lijkt het alsof iedereen elke vierkante centimeter van Parijs kent. Niet dus. Onder de lichtstad ligt een compleet andere wereld. Een wereld waarin de duisternis heerst en een waar de dood nog steeds aanwezig is. Welkom in de catacomben van Parijs.(Lees verder onder de video)Het volstaat meestal om het woord nog maar in de mond te nemen en de Parijs-kenners staan klaar. "De catacomben, dat is een museum dat iedereen kan bezoeken." Die mensen hebben niet eens ongelijk. Pal in het centrum van de Franse hoofdstad kun je door een 1,7 kilometer lange tunnel wandelen. Op zich niet zo heel erg fantastisch, ware het niet dat de tunnel de laatste rustplaats is van bijna twee miljoen mensen. Het is het meest macabere museum ter wereld en kan jaarlijks rekenen op een tsunami van toeristen, allen op zoek naar wat sensatie tijdens hun vakantie.Als we de geschiedenisboeken erbij nemen, wordt een verhaal geschetst van meer dan alleen maar 1,7 kilometer tunnel. Voor het ontstaan van de catacomben moeten we terug naar de tijd van de Romeinen. Bij hun aankomst, in wat we nu als Parijs kennen, maakten ze maar al te graag gebruik van de kalksteen die ze er uit de grond konden halen. Grote sleuven werden gegraven, gebouwen schoten als paddenstoelen uit de grond en de tunnels die overbleven deden dienst voor de aanvoer van water. Parijs bleef doorheen de eeuwen groeien en steeds meer steen werd uit de grond gehaald. De tunnels werden langer, er werd met verdiepingen gewerkt en boven de grond werden de gebouwen steeds imposanter. Er ontstond een gigantisch netwerk van tunnels, pal onder de hoofdstad, dat samen met Parijs bleef groeien. Men denkt dat er ondertussen meer dan 300 kilometer aan tunnels onder de straatstenen ligt, een getal waarover niemand het zeker schijnt te zijn. Wat wel buiten twijfel staat, is dat het er veel zijn, erg veel.Eind 18de eeuw kreeg Parijs te kampen met een overbevolking, wat ziektes en epidemies met zich meebracht. De kerkhoven waren tot aan de spreekwoordelijke nok gevuld en de vrees voor nieuwe uitbraken was groot. Men koos voor een radicale aanpak: de doden in het enorme tunnelstelsel begraven. Jarenlang werden er, diep in het netwerk, putten gemaakt waarin lichamen werden gegooid. Eenmaal de put vol was, deed men die dicht en werd een andere gegraven. De 'catacombes' waren geboren. Toen men begon met het inrichten van het museum, recupereerde men ongeveer twee miljoen lichamen, allen anoniem, vier miljoen bleven er achter in de tunnels. En nog een weetje: als kers op de taart kreeg Parijs, midden de 19de eeuw, een nieuw probleem. Het tunnelnetwerk was zo groot en zo ongeorganiseerd, dat het het gewicht van de stad niet meer kon dragen. Instortingen waren er schering en inslag. Verschillende ingenieurs moesten in de tunnels afdalen om de boel te verstevigen.Vandaag is dus 1,7 kilometer open voor bezoek, maar wat met die andere honderden kilometers? Dat wilden wij wel eens gaan bekijken... Via een kleine en veel te nauwe opening, in een afgesloten treintunnel, murwen we ons in het 'godvergeten' netwerk. Bijna 300 kilometer duisternis ligt op ons te wachten. Zouden we sporen vinden van de vier miljoen slachtoffers die hier nog zouden liggen? We merken snel dat de catacomben een soort van minimaatschappij zijn geworden. De chaos van het geheel, de diepte van het netwerk en de volledige obscuriteit werken als een magneet op mensen die het dagelijkse leven willen ontvluchten. Deze 'cataphiles' zoals ze zelf graag genoemd worden, spenderen vaak dagen onder de grond. Ze richten er kamers in, poten er kunstwerken neer en heel wat van die knapen doen zich te goed aan de betere kruidensigaretten. Via sociale netwerken houden ze met elkaar contact en informeren ze elkaar vooral over de aanwezigheid van politie. In Parijs is er een constant kat-en-muisspelletje aan de gang, waarbij de ordehandhavers iedere toegang tot de catacomben dicht maken. Een spelletje waar ze wel steevast een stap te laat zijn...Door middel van een kaart, door amateurs gemaakt en bijgehouden, navigeren we ons een weg doorheen het labyrint. Niet alleen spenderen we meer dan de helft van de tijd gebukt, op de knieën of tot aan de heupen in het water, maar keren we ook vaak op onze passen terug. Navigeren op basis van een kaart is vandaag de dag al geen sinecure meer, maar de weg vinden op basis van een kaart die sneller verandert dan het weer is nóg moeilijker. Na iets meer dan twee uur dwalen door de gangen, kruisen we een groep van drie tieners. Echte Parisiens en echte 'cataphiles', zo blijkt. Ze vertellen ons dat ze hier de drukte van de stad ontvluchten. Onder de grond gelden andere regels, leeft een andere maatschappij en is tijd van geen belang. De gevaren, daar staan ze niet echt bij stil. "Als onze tijd komt, dan komt hij", is hun reactie. "Vorige week moest de brandweer hier nog een groep van Amerikaanse studenten bevrijden", horen we. "Ze waren al twee dagen op zoek naar een uitgang, waren uitgehongerd en onderkoeld en hadden niets meer dan een paar slippers en een gsm met zich mee. Zo'n gsm kan je hier enkel gebruiken als mini-lampje... Het is hun schoolmeester, met wie ze op schoolreis waren, die de ordediensten op de hoogte bracht. Die studenten dachten hier even te kunnen scoren op hun sociale media, maar de catacomben hebben geen genade. Touristes de merde." Duidelijke woorden, waarop we onze zoektocht voortzetten.Een dik uur, zoveel hadden we nog nodig om op 'Carrefour de la mort' te raken. Het kruispunt van de dood, de plaats waar men de lichamen naar beneden bracht om ze in putten te gooien. Her en der zien we kunstwerken, gemaakt uit menselijke beenderen. Een bezigheid voor de cataphiles. De buitenwereld ziet dit als heiligschennis, zij zien dat als respect voor mensen die niet eens een degelijke begrafenis waard waren. Het is pas wanneer we ons door nauwe openingen murwen, dat we een stevige klap van de realiteit krijgen. Eindeloze gangen gevuld met beenderen. Hier staan we dan, in een wereld van digitaal geweld. Een wereld waar iedereen alles kan en waar wijsheid te grabbelen ligt, maar waar miljoenen mensen in een put werden vergeten. De plaats straalt zowel dood als leven uit, een gevoel dat we hoewel we altijd klagen het zo slecht nog niet hebben.Het moment van zelfbezinning is van korte duur. Doorheen de lange tunnels horen we mensen roepen en zien we zaklampen heen en weer bewegen. Hoe ze het doen, het is me een raadsel, maar de cataphiles communiceren sneller dan een bericht op Facebook. De politie zou blijkbaar een blitzactie op poten hebben gezet, pal aan de plaats waar wij zijn binnengekomen. Een retourtje die kant uit is dan ook helemaal uit den boze. Een groepje van drie beweegt zich haastig voort doorheen de tunnels en we besluiten ons bij hen aan te sluiten. Het boeit hen niet echt, wij zijn niet van de politie. We lopen verder tot we aan een eindeloze reeks trappen komen. Via een kapotte wand komen we terecht in een andere en meer moderne tunnel, een oude service-tunnel zo blijkt. Nog meer trappen brengen ons naar een oude trapladder en een luik. Wanneer we ons hoofd doorheen de opening steken, blijkt dat we temidden een grote Parijse boulevard staan. Het deksel wordt dichtgegooid en voor praatjes is niet echt tijd. "La police est là", horen we, waarna iedereen van de groep zich uit de voeten maakt. Ons toevluchtsoord is een café, waar we de volledige ervaring laten bezinken.De catacomben van Parijs staan bekend als de meest lugubere en bizarre plek ter wereld, een titel die niet eens gelogen is. Dagelijks lopen miljoenen mensen over een plaats, waarvan ze enkel het museum kennen. Het tunnelnetwerk staat ook bekend als een van de meest gevaarlijke plaatsen ter wereld en ook hierin kunnen we die naam enkel maar onderstrepen. Als niemand weet dat je er bent, komt niemand je er ook zoeken.