Oud-leerkracht Ludwich Devlieghere is nog heel actief: “Mijn wandelstok kan me niet tegenhouden”

Ludwich Devlieghere: “Ieper is een mooie stad, een van de steden in Vlaanderen die je moet bezocht hebben.” (foto TOGH)
Tom Gheeraert

Ludwich Devlieghere was voorzitter van de cultuurraad, ondervoorzitter van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum (IFFM) en drijvende kracht achter tal van activiteiten in Hollebeke. Twee jaar geleden verhuisde de gepensioneerde leerkracht naar Ieper centrum.

Geen enkele keer zetelde Ludwich Devlieghere in de gemeenteraad, maar dankzij zijn politiek engagement voor Groen raakte hij wel nauw betrokken bij het culturele leven in Ieper. Hij zat in de beheerraad van de bibliotheek, archief én de musea en was zes jaar lang voorzitter van de Ieperse cultuurraad. Tot vier jaar geleden was hij ook ondervoorzitter van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum. Nog steeds is hij lid van de redactie van het magazine van de vereniging.

Je hebt wel één en ander geschreven over de Eerste Wereldoorlog.

Ludwich Devlieghere: “Er zijn inderdaad artikels van mij verschenen in het magazine en ik heb ook meegewerkt aan een boekje over de Italiaanse krijgsgevangen, die net als de Russische krijgsgevangenen door de Duitsers tewerkgesteld werden in België. Zo ligt er een 50-tal in Houthulst begraven. Toen de mensen van het kenniscentrum van het IFFM dat verder wilden uitspitten, vroegen ze mij erbij omdat ik Italiaans kan. Zo heb ik naar een 50-tal archieven in Italië geschreven. Uit ons onderzoek bleek dat er ook in Antwerpen en op de Westerbegraafplaats in Gent Italiaanse krijgsgevangen begraven zijn. Uiteindelijk kwamen we uit op meer dan 300 Italianen.”

In archieven rondneuzen doe je wel graag?

“Absoluut. Ze ben ik ook onderzoek gaan doen naar mijn eigen grootvader vanaf het moment dat het archief van het Internationale Rode Kruis in Genève op internet kwam. Van alle Belgische krijgsgevangenen was bij het Rode Kruis bekend wanneer en naar waar ze verplaatst werden. Zo kon ik zien dat mijn eigen grootvader in oktober 1914 in Bornem krijgsgevangen werd gemaakt en dan naar verschillende plekken werd overgeplaatst. Wij wisten daar niets van. We wisten alleen dat hij vier jaar in Duitsland zat. Hij was al gestorven voor mijn geboorte. Mijn grootmoeder woonde bij ons, maar zei altijd: ‘over de oorlog moet je niet spreken’. Ook mijn grootvader had heel weinig verteld. Ik weet alleen dat mijn vader dikwijls zei dat hij kon tellen tot 100 in het Russisch. Dat had hij geleerd van Russische krijgsgevangenen.”

Ik heb heel veel goede herinneringen aan de schooltijd

Beschouw je jezelf als een echte kenner van de Eerste Wereldoorlog?

“Een echte kenner? Als je met de vrienden van het museum op stap gaat, dan zijn er daar tussen die als ze een kogel zien heel het verhaal van de veldslag kunnen vertellen. Dat kan ik niet. Maar ik ben heel geïnteresseerd in de verhalen errond.”

Doet de periode rond 11 november iets met jou?

“Door bij de Vrienden van het In Flanders Fields Museum te belanden is WO I echt een serieuze hobby geworden, dus sowieso is 11 november een bijzondere periode voor mij. Maar naar de Last Post gaan kijken zit er niet meteen in. Toen mijn vrouw (Vera Lannoo, red.) in de gemeenteraad zat, heeft ze dat een paar keer gedaan en ze vond dat zo’n vreselijke drukte, waar je zelf nauwelijks iets van ziet. Je kan het nu zo mooi vanuit je luie zetel thuis bekijken. Dus op 11 november is het bij ons een traditie geworden om de VRT op te zetten. We proberen af en toe wel nog eens naar de Last Post te gaan, maar liefst op de minder drukke periodes.”

Hoe blik je terug op je carrière als leerkracht in het Lyceum?

“Het aangenaamste is dat ik nog heel dikwijls herkend word als ik in Ieper rondloop. Ik heb heel goeie herinneringen aan de schooltijd. Het was een dankbaar publiek. De meeste leerlingen waren geïnteresseerd en daar kan je ver mee komen.”

Twee jaar geleden verhuisde je van Hollebeke naar Ieper. Waarom?

“Het huis en de tuin waren te groot. We woonden heel graag in Hollebeke, het is een heel aangenaam en levendig dorp, maar als je ouder wordt en minder mobiel is het gemakkelijker om in de stad te wonen. Echt aanpassen hoefde ik me niet te doen. Ik was voordien al bijna elke dag in Ieper en bij van alles betrokken. Ik was vroeger eigenlijk alles tegelijk. We waren ook sterk betrokken bij Hollebeke. We zaten in het oudercomité en samen met anderen organiseerden we er Erfgoeddag. Dat is nu weggevallen en dat mis ik een beetje. Ieper is nu dichterbij. Alles kunnen we te voet doen en dat was de bedoeling.”

Hoe gaat het met de gezondheid?

“Ik heb een heupoperatie gehad in 2019. Dat is goed, maar ik ben niet meer zo mobiel als vroeger. Als ik een beetje ver moet stappen gebruik ik nu mijn wandelstok. Al houdt dat me niet tegen om nog veel te wandelen. Zondag deed ik bijvoorbeeld nog een stadswandeling voor familie en dit heeft toch drie of vier uur geduurd. Natuurlijk ben ik dan een trotse Ieperling. Ieper is een mooie stad, een van de steden in Vlaanderen die je moet bezocht hebben en past zeker in het rijtje met steden als Brugge en Gent. Het is geen toeval de Engelsen zo graag terugkeren naar Ieper en ik hoor nu ook dat steeds meer Nederlanders de weg naar Ieper vinden en de stad weten te appreciëren. Volledig terecht!”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.