Jos (77) heeft doctoraat af: “Maar de jury had het eigenlijk kunnen afkeuren”

Axel Vandenheede

Jos Drouillon heeft een stukje Kulak-geschiedenis geschreven: met zijn 77 jaar is hij de oudste persoon die aan de Kortrijkse universiteit doctoreerde. Zelf blijft hij er bescheiden bij. “Ik heb het gevierd met een glaasje fruitsap”, zegt hij.

‘Over het belang van het hoger technisch onderwijs in België en Vlaanderen voor de democratisering en de expansie van het hoger onderwijs (1962-1999). Een literatuurstudie’. Dat is de titel van het doctoraat van Jos Drouillon. Vorige week verdedigde de 77-jarige Kuurnenaar het met verve en mag zich nu doctor noemen. “Zenuwen heb ik niet gehad”, vertelt hij. “Ik was op alles voorbereid en wist dat de juryleden allen ook erg geïnteresseerd waren in de geschiedenis van het onderwijs. Ik heb de verdediging van mijn werk dan ook eerder gezien als een gesprek tussen gelijkgestemden.”

Jos heeft er zelf een lange carrière in het hoger technisch onderwijs opzitten: van 1974 tot 1995 was hij docent aan Hantal, daarna werd hij directeur van het HIVV (departement verpleeg- en vroedkunde van Katho, nu Vives). In 2006 ging hij met pensioen. Al is dat relatief. “Ik heb al een boek geschreven over de geschiedenis van het HIVV en daarna een biografie over zijn stichter André Vannecke. Daarvoor had ik boeken ontleend in de bibliotheek van Kulak. Toen ik die terugbracht, kwam ik op de parking Marc Depaepe tegen.”

Het licht gezien

“Hij heeft me uiteindelijk gevraagd of ik geen zin had om te doctoreren in het domein historische pedagogiek. Ik heb daar niet lang over moeten nadenken. Ik dacht in het begin dat ik al veel wist, maar naarmate ik me in de materie verdiepte, kwamen er meer en meer vragen naar boven. Op den duur voelde ik me onzeker. ‘Waar ben ik aan begonnen?’ dacht ik. Maar ik heb volgehouden en na een tijdje het licht gezien. Dat is de boodschap die ik wil meegeven aan personen die doctoreren: je mag niet opgeven.”

“Ik heb echt wel ‘getsjoold’ toen ik mijn besluiten moest neerschrijven”

Het ‘licht’ waarover Jos spreekt gaat over de aanpak van het doctoraat. “Jos wou een monografie over Katho schrijven en de geschiedenis van het hoger technisch onderwijs erbij nemen”, stelt promotor Marc Depaepe. “We hebben uiteindelijk de zaken omgedraaid: het uitgangspunt was het hoger technisch onderwijs in België en Katho komt er af en toe in voor.”

Ruim zes jaar was de 77-jarige Kuurnenaar bezig met zijn doctoraat. “Ik begon in oktober 2011 en in januari van dit jaar was het af. Ik ben een ochtendmens en daarom werkte ik voornamelijk in de voormiddag aan die studie. Achteraf bekeken heb ik relatief vlot mijn doctoraat kunnen schrijven. Behalve dan de conclusies. Een werk van bijna 600 pagina’s samenvatten in een bladzijde of zes, ik heb toen echt getsjoold. Ik ben daar bijna een maand mee bezig geweest.”

Dichter uit Kain

Het komt niet zo vaak voor dat doctoraten kanjers van 600 bladzijden zijn… Marc Depaepe: “De meeste zijn 250 tot 300 bladzijden. 300 is eigenlijk de limiet: als je die wil overschrijden, moet je toestemming vragen aan de jury. Eigenlijk hadden de juryleden dus kunnen zeggen dat ze Jos’ doctoraat niet wilden lezen wegens te lang. Gelukkig hebben ze dat niet gedaan. Het is natuurlijk wel zo dat je bij historische onderzoeken een verhaal vertelt en om dat goed te doen, heb je gewoon meer pagina’s nodig.”

Wat het volgende project wordt, weet Jos nog niet. “Ik zal eerst een beetje uitblazen. Al heb ik wel een projectje op het oog: Charles de Rouillon was een dichter in de 16de eeuw, afkomstig uit het Waalse Kain. Mijn familie heeft ook banden met Kain en mijn achternaam is een samentrekking van ‘de Rouillon’. Ik wil onderzoeken of er een familieband is”, besluit de kersverse doctor.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.