Ondanks dalende kinderarmoedecijfers: “Terminuseffect Oostende blijft bestaan”

Patrick Blondé: “Het stadsbestuur moet blijven gaan voor meer Vlaamse en federale middelen.” © Peter MAENHOUDT
Edwin Fontaine
Edwin Fontaine Medewerker KW

Uit cijfers van Kind en Gezin blijkt dat de kinderarmoede in Oostende flink daalt. De stad Oostende heeft het over hun acties die de trend hebben gekeerd. Het armoedebeleidsplan wordt bijgestuurd en blijft het instrument in de strijd voor verdere daling. “Maar er is nog een lange weg af te leggen”, zegt Patrick Blondé van CKG Kapoentje, al jaren actief op het terrein.

Oostende heeft al jaren een hoog cijfer inzake kinderen die geboren worden in een kansarm gezin (zie tabel). Vroeger was dat één op drie, in de meest recente cijfers is dat één op vier. Burgemeester Bart Tommelein (Open VLD) : “Armoedebestrijding is een absolute prioriteit voor dit stadsbestuur.” Schepen voor welzijn en armoedebestrijding Natacha Waldmann (Groen) : “Voor het derde opeenvolgende jaar dalen de cijfers. Maar 26,9 procent is nog altijd veel te veel. Het is wel bemoedigend en een hart onder de riem dat ons armoedeplan effectief werkt. Toch is elk kind dat in armoede geboren wordt, er één te veel.”

Ons niet op borst kloppen

Het stadsbestuur verwijst naar 75 acties in de domeinen gezondheid, onderwijs, inkomen en huisvesting uit het armoedeplan, dat eind 2019 werd goedgekeurd. Concrete acties gaan onder meer over meer aandacht voor nieuwkomers, de tewerkstelling voor jongeren die uitstromen of de inzet van de brugfiguren in het onderwijs. “Dat armoedeplan werkt specifiek op die indicatoren van Kind en Gezin en we hopen met die acties effectief het verschil te kunnen maken. Uiteraard zitten we met bovenlokale factoren, waar we weinig controle over hebben. Dus we gaan ons niet op de borst kloppen, maar we zien wel dat de trend gekeerd is en we hopen nog meer bij te sturen met het armoedeplan. Het blijft belangrijk dat elk kind alle kansen krijgt om naar school te gaan en in een gezonde omgeving op te groeien. De stad wil daar haar schouders onder zetten.”

De daling was ook fors op 1 januari 2019, toen dit stadsbestuur nog niet aan zet was. “Ik heb niet gezegd dat dit ons werk is, maar de trend is wel gekeerd deze legislatuur. Uiteraard zijn er ook bovenlokale factoren waar we geen controle over hebben. Over de hoogte van de cijfers hebben we geen controle, maar het is wel bemoedigend om te zien dat die trend voorlopig toch is gedaald naar aanleiding van alle acties die we genomen hebben. Bovendien zijn we ons armoedebestrijdingsplan momenteel aan het evalueren met ons netwerk, waar we ook erg luisteren naar de armoedeverenigingen.” Oostende zit met haar cijfers op het niveau van 2012, terwijl er in Vlaanderen in tien jaar toch een stijging merkbaar is.

Nog veel werk

Bij CKG Kapoentje doen ze al 30 jaar aan kind- en gezinsondersteuning. De organisatie, die actief is in de jeugdhulp, ondersteunt jaarlijks honderden families, waaronder een groot aantal kansarme gezinnen. Directeur Patrick Blondé (CKG): “Het is goed dat de cijfers dalen. Er is heel wat in beweging en dat komt omdat het al 14 jaar hoog op de politieke agenda staat. En terecht. Samen met de stad zetten we er al twaalf jaar onze tanden in. Er is evenwel nog een lange weg af te leggen. Veel zaken heb je op lokaal vlak niet in de hand en we merken nog onvoldoende de daling op het terrein. Professor Wim Van Lancker van de KU Leuven stelt terecht dat de oorzaken van kansarmoede vooral door hogere overheden kunnen beïnvloed worden. Zoals bijvoorbeeld betaalbaar wonen, energieprijzen of de aanpassing van de minimumlonen. Een positieve ontwikkeling in Oostende is dat er nieuwe woongelegenheden bijkomen voor tweeverdieners, zoals de Oosteroever. Dat zorgt voor een betere mix bij de instroom. Dat betekent dat het aantal kinderen dat in kansarme gezinnen geboren wordt, verder kan dalen. Maar het terminuseffect Oostende blijft bestaan. Het stadsbestuur moet blijvend gaan voor meer Vlaamse en federale middelen om wonen, werk opleiding, kinderopvang op lokaal vlak te kunnen verbeteren. Geen enkele beleidsmaker kan voorspellen in welk soort gezinnen er meer of minder kinderen op de wereld komen.”

“De daling in heel Vlaanderen is wellicht ook niet vreemd aan de twee coronajaren, waarbij er minder instroom was van kwetsbare gezinnen uit andere regio’s. Het kan dus perfect dat de cijfers van 2022-2023 weer enorm stijgen. Die cijfers zijn trouwens een momentopname van bij de geboorte. Ik pleit ervoor om ook een vervolgstudie te doet om na te gaan hoe die kinderen het na drie jaar doen. En welk effect we lokaal realiseren met onze aanpak.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.