In de zoektocht naar een eigen stekje begeven heel wat Kortrijkzanen en mensen van buiten de stad zich op immowebsites. Uit nieuw onderzoek van de Westrozebeekse professor sociologie Pieter-Paul Verhaeghe van de Vrije Universiteit Brussel blijkt dat mensen met een Marokkaanse naam het een stuk moeilijker hebben om in Kortrijk een huurwoning of -appartement te vinden.
...

In de zoektocht naar een eigen stekje begeven heel wat Kortrijkzanen en mensen van buiten de stad zich op immowebsites. Uit nieuw onderzoek van de Westrozebeekse professor sociologie Pieter-Paul Verhaeghe van de Vrije Universiteit Brussel blijkt dat mensen met een Marokkaanse naam het een stuk moeilijker hebben om in Kortrijk een huurwoning of -appartement te vinden. In 2019 voerde hij op verschillende tijdstippen in Kortrijk 299 academische praktijktesten uit. Concreet contacteerden professor Verhaeghe en zijn team immokantoren en particuliere verhuurders die hun te huren pand via Immoweb aanbieden per mail. "Altijd dubbel en telkens met dezelfde standaardvraag naar de mogelijkheid tot een bezoek aan de te huren woning. Het enige verschil tussen de twee 'kandidaten' was de naam: in de testgroep was dat een Marokkaans klinkende naam, in de controlegroep gebruikten we een Belgisch of Vlaams klinkende naam", aldus de professor sociologie. Bedoeling is om na te gaan of etnische discriminatie op de private huurmarkt voorkomt. Met andere woorden: hebben kandidaten met een Marokkaanse naam minder kans om te huren dan gelijkaardige profielen met een Belgische naam. "Dit soort test is een betrouwbare en objectieve methode om discriminerend gedrag te meten", benadrukt professor Verhaeghe. "Als je enkel op klachten van slachtoffers vertrouwt, blijft veel discriminatie onder de radar."De resultaten voor Kortrijk ogen niet meteen bijster positief. Kandidaten met een Marokkaanse naam worden in 23 procent van de gevallen gediscrimineerd door immomakelaars. "Die resultaten zijn vergelijkbaar met die van andere centrumsteden in Vlaanderen. Kortrijk doet het dus even 'slecht' als de rest", stelt Pieter-Paul Verhaeghe. In Brussel ligt het discriminatieniveau bij makelaars bijvoorbeeld op 20 procent, enkel Antwerpen deed het in 2018 met 30 procent nog slechter. Bij particuliere verhuurders ligt de discriminatie met 27 procent nog iets hoger, al is die groep in Kortrijk eerder klein. Immokantoren zijn in Kortrijk veruit dominant op de huurwoningmarkt.Philippe De Coene, SP.A-schepen van Sociale Vooruitgang in Kortrijk, schrikt naar eigen zeggen niet van de resultaten. "We moeten niet flauw doen of er doekjes om winden: er is wel degelijk een probleem in onze stad. Deze studie bevestigt wat wij als stad al langer vermoeden op basis van meldingen van slachtoffers van discriminatie", zegt hij. "Heel recent nog sprak ik met een vrouw die een Marokkaanse papa en een Belgische mama heeft. Toen zij met haar eigen familienaam interesse toonde in een huurwoning moest ze van het immokantoor in kwestie een resem documenten aanbieden vooraleer ze het pand mocht bezoeken." "Toen ze dezelfde aanvraag daags nadien op naam van haar moeder deed, mocht ze meteen komen kijken. Ik ben dus meer waard met een Vlaamse naam, zei ze. Dat is confronterend en heel pijnlijk. Neen, ik ben eigenlijk zelfs blij met deze studie. Nu hebben we objectief en duidelijk cijfermateriaal dat de vinger op de wonde legt. Je naam of afkomst zou nooit een rol mogen spelen om een woning te huren, laat staan te bezichtigen."Volgens schepen De Coene illustreert het rapport van professor Verhaeghe meteen waarom de stadscoalitie een discriminatietoets op de huurwoningmarkt opnam in het bestuursakkoord van de huidige legislatuur. Het woord 'praktijktest' neemt het stadsbestuur - deels onder druk van coalitiepartner N-VA die zich nationaal al vaker tegen de term kantte - liever niet in de mond. "De formulering is anders, maar in se komt het wel grotendeels op hetzelfde neer", aldus de schepen. "Wij willen zelfs nog verder gaan en onze discriminatietoets niet beperken tot enkel etnische achtergrond. Ook leeftijd, inkomen, religie of seksuele geaardheid kunnen gronden van discriminatie zijn. Ook die moeten we aanpakken."Naar de toekomst toe pleit professor Verhaeghe voor een tweeledige aanpak. "Enerzijds moet er ingezet worden op onafhankelijke, sensibiliserende praktijktesten in combinatie met juridische toetsen. Zo dwing je de immosector aandacht te besteden aan het probleem en heb je een stok achter de deur", zegt hij. "Anderzijds moet in opleidingen en bijscholingen van makelaars aandacht worden besteed aan bewuste en onbewuste discriminatie."Schepen De Coene wil in eerste instantie een 'open gesprek' met de sector op gang brengen. "Ik stel voor dat professor Verhaeghe in een open sfeer zijn studie komt toelichten in het bijzijn van de Kortrijkse makelaars. We moeten zoeken naar de voedingsbodem voor deze dubbele behandeling. Het probleem ontkennen heeft geen zin, het onder de mat schuiven nog veel minder. Om aan zelfregulering te doen - waar wij met onze discriminatietoets in Kortrijk toch naartoe willen - moet je natuurlijk eerst tot zelfinzicht komen."