Norbert is een geboren Deerlijkenaar. Het huis van zijn ouders, Gerard Depaemelaere en Hortence Segaert, stond op de Belgiek. Vlak achter hun huis werd de E17 aangelegd. "Het waren heerlijke jaren in die wijk. Ik liep school bij zuster Benigna in het kleuter en kende twee onderwijzers voor de zes leerjaren: meester Michel en meester Albert. Aan deze laatste dank ik mijn goede basiskennis Frans. Dit kwam mij hier goed van pas. Onze klasgroep telde heel wat 'Jozefs'. Ik denk aan Jozef Vandenbogaerde, Jozef Vergote, Jozef De Frene en zelfs twee Jozefs Delbeke in een klas met hooguit veertien jongens."
...

Norbert is een geboren Deerlijkenaar. Het huis van zijn ouders, Gerard Depaemelaere en Hortence Segaert, stond op de Belgiek. Vlak achter hun huis werd de E17 aangelegd. "Het waren heerlijke jaren in die wijk. Ik liep school bij zuster Benigna in het kleuter en kende twee onderwijzers voor de zes leerjaren: meester Michel en meester Albert. Aan deze laatste dank ik mijn goede basiskennis Frans. Dit kwam mij hier goed van pas. Onze klasgroep telde heel wat 'Jozefs'. Ik denk aan Jozef Vandenbogaerde, Jozef Vergote, Jozef De Frene en zelfs twee Jozefs Delbeke in een klas met hooguit veertien jongens."Op zijn twaalfde trok Norbert naar het VTI in Waregem en volgde er mechanica. Vierjaar later begon hij te werken bij Steverlynck in Vichte. "Ik werd er mecanicien voor het onderhoud van alle machines in de grote fabriek voor het verven van strengen, bobijnen en bomen. Ik weet nog dat mijn eerste werk het verhuizen van bobijnmolens was, als helper bij een Duitse technieker. In de jaren zeventig werkten er meer mensen in Vichte dan er woonden."Na negen jaar in de textielgemeente verhuisde Norbert mee naar Oostrozebeke waar het bedrijf een bestaande textielfabriek overnam. In 1988 keerde hij terug naar zijn roots en kwam naar de gebouwen van de vroegere VNV, waar Steverlynck een gedeelte aankocht. In 2007 werd het Finipur en ook daar bleef Norbert aan de slag. "Ik ben steeds mecanicien gebleven, ken het machinepark volledig en zag ook de grote evolutie in de machines en de textielproductie. Ik heb niet alleen machines verbouwd, maar er ook gemaakt. Door de elektronica zijn er minder problemen met het schakelen. Er is nu ook minder mankracht nodig; de meeste zaken gebeuren pneumatisch."Een man met een werkstaat van 50 jaar is een uitzondering. "Ik ben nog niet van plan te stoppen. Ik doe mijn werk graag en hier krijg je de nodige waardering en schouderklopjes. Een groot voordeel is dat het om een relatief klein bedrijf gaat waar je als mecanicien alles kan en mag uitvoeren. Er is geen specialisatie. Eigenlijk is het een ideale plaats voor startende technici om veel te zien en te leren. Jammer genoeg zijn er geen jongeren die starten."De communicatie op de werkvloer is van groot belang. "Ook daarin is er veel veranderd. Van aanspreken met 'meneer' tot het aanspreken met de voornaam. Er is een vlotte samenwerking in heel het bedrijf, dit komt de klanten ten goede en is ook bevorderlijk voor de sfeer op de werkvloer.""Ik heb veel gewerkt, lange dagen en ook zwaar werk verricht. Voor het onderhoud van een oven moesten wij alle delen manueel uit elkaar halen en reinigen. Nu liggen de tapijten die in het bedrijf aankomen op karren. Vroeger moest alles op de schouder gedragen worden. Ik heb steeds mijn conditie onderhouden. Ik voetbalde tot mijn 37ste bij de club van de Belgiek en later, toen ik in Vichte woonde, bij Molecule. Ik ga op werkdagen om 21 uur slapen en drink elke avond thee met daarin een lepel honing die ik bij een hobby-imker haal. En in de zomermaanden eet ik een minilepel koninginnenbrij om voorbereid te zijn op de winter."In de vakantieperiode werkt Norbert altijd. "Dit is een ideale periode om machines te verplaatsen of om nieuwe te plaatsen. Ik zorg er ook voor dat er voor de collega's die net als ik blijven werken 's morgens koffie klaar staat. Dit wordt sterk gewaardeerd." (Marc Vergote)