In mei nam boswachter Jan Allegaert van Agentschap Natuur en Bos ons mee naar broedhopen die langs de Leie werden geplaatst voor de ringslangen. "De kans dat je er één kan spotten, is heel erg klein", weet Jan Allegaert.
...

In mei nam boswachter Jan Allegaert van Agentschap Natuur en Bos ons mee naar broedhopen die langs de Leie werden geplaatst voor de ringslangen. "De kans dat je er één kan spotten, is heel erg klein", weet Jan Allegaert."Toch kwamen verschillende meldingen binnen dat er in de buurt van De Posthoorn slangen waren gesignaleerd. In mei hebben we die broedhopen opgemaakt, in de hoop dat de ring-slangen er hun eieren zouden leggen. Helaas is dat niet gebeurd. We hebben geen resten van eierschalen gevonden, wat het onomstotelijke bewijs zou zijn dat er zich hier ook een kolonie heeft gevestigd."Dergelijke kolonies zijn wel aangetroffen in Wielsbeke en in Wervik, wat erop wijst dat de slang - die trouwens volstrekt ongevaarlijk is - zich thuis voelt langs de West-Vlaamse Leie. De boswachter wil dan ook niet uitsluiten dat er geen slangen zitten. "We waren al wat laat met het installeren van de broedhopen", bekent hij. "Indien ze er in maart al waren geweest, hadden de slangen wellicht beter de weg naar de warme broeihaarden gevonden. Waar die precies liggen, willen we liever niet kwijt, de ringslang is een beschermde diersoort. We willen dat de kolonie zich in optimale omstandigheden kan ontwikkelen en dat kan het best in alle rust."De broedhopen zijn opgebouwd uit lagen van takken, maaisel, houtsnippers, hooi en paardenmest. Dat laatste zorgt ervoor dat er voldoende warmte geproduceerd wordt om de slangen te lokken en er hun eieren te leggen. "De hopen die er nu liggen, bieden ook voor volgend jaar nog de ideale plaats voor een eventueel slangennest. Daarna kan het verteringsproces niet meer de gewenste warmte fabriceren. Los van het feit of we volgend jaar eierschalen vinden, installeren we ook nog de jaren nadien dergelijke broedhopen", besluit boswachter Jan Allegaert. (SLW)