"Wat wij hebben gedaan, moesten wij niet doen. Wat zij moeten doen, hebben zij niet gedaan." Het is een van terugkerende uitspraken van Gilbert Van Landschoot doorheen het gesprek. De passie voor de Tweede Wereldoorlog en tuinen zit er beroepshalve in. Gilbert zat beroepshalve in de handel van bomen en planten.
...

"Wat wij hebben gedaan, moesten wij niet doen. Wat zij moeten doen, hebben zij niet gedaan." Het is een van terugkerende uitspraken van Gilbert Van Landschoot doorheen het gesprek. De passie voor de Tweede Wereldoorlog en tuinen zit er beroepshalve in. Gilbert zat beroepshalve in de handel van bomen en planten."In het buitenland ontdekte ik nieuwe culturen en ik werd verliefd op de groene oases", zegt Gilbert. "Ook bij mij groeide lange tijd om bijzondere tuinen aan te leggen in Maldegem. Toen mijn vader Maurits op zijn sterfbed verklapte dat hij tijdens WO II, op eigen houtje weliswaar, had samengewerkt met de Canadezen (Maurits liet soldaten onderduiken, red.) beloofde ik hem om onze bevrijders blijvend erkentelijk te zijn." Op het domein van de familie Van Landschoot vind je dan ook een museum én vier prachtig aangelegd tuinen. In 1993 kreeg je de vraag om mee te werken aan een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de bevrijding van Maldegem. Daar ging je niet op in. Hoe kwam dat? "Toenmalig burgemeester Jean Rotsart de Hertaing en gemeenteraadslid Rene Van Parijs wilden een vrij beperkte tentoonstelling op het getouw zetten. Van bij de eerste contacten zaten we niet op dezelfde golflengte. Ik wou geen tentoonstelling met foto's van de oorlog en de bevrijding, maar een blijvend museum waar de mensen de oorlog konden voelen. Toen ook nog bleek dat er van de gemeente enkel logistieke steun te verwachten viel, heb ik samen met mijn familie besloten om zelf een museum uit te bouwen. Zo kon ik de belofte aan mijn overleden vader waarmaken. We deden een oproep naar oud-strijders en hun familie om uniformen, geweren en ander materiaal uit de oorlog ter beschikking te stellen voor het museum. De respons op die oproep was enorm. Met wat er binnenkwam en wat we zelf in de loop der jaren al hadden verzameld, hadden we meer dan voldoende materiaal om in 1994 ons Canadamuseum op Heulendonk te openen." Je breidde in 2004 het museum uit naar het Canada Poland War Museum? Waarom deed je dat? "In 1995 kwam officier tankcommandant Kapjus van de Poolse pantserbrigade op bezoek. Na zijn bezoek aan het museum wees hij mij op de belangrijke rol die generaal Maczek en zijn Poolse pantserdivisie hebben gespeeld bij de bevrijding van onze regio. Die Poolse inbreng wordt volgens hem geminimaliseerd omdat de Poolse soldaten onder het bevel van de Canadezen opereerden. Op het einde van zijn pleidooi vroeg hij mij om in het museum meer aandacht te besteden aan generaal Maczek en zijn leger." "Toen ik hem verzekerde dat dit zou gebeuren, beloofde hij mij zijn uniform uit de oorlog en andere materiaal aan het museum te schenken. Hij heeft niet alleen dat gedaan, hij heeft zijn wapenbroeders overtuigd om hetzelfde te doen. In 2004 konden we ons Canadamuseum met het nieuwe luik Maple Leaf tot Canada Poland War Museum omvormen." Je opent straks een nieuwe zaal als eerbetoon aan de Poolse generaal Maczek en zijn pantserdivisie. Waarom? "Omdat we over zoveel materiaal van Poolse soldaten beschikken, hebben we besloten om dat nog meer en beter in de kijker te plaatsen. Om de uniformen beter tot hun recht te laten komen, hebben we die op poppen aangekleed. Als we een foto hebben van de soldaat die het uniform gedragen heeft, zorgen we er tevens voor dat het hoofd van de pop op die soldaat lijkt. Dat is een van de zaken die ons museum zo bijzonder maakt. Hoe meer het bijzondere karakter van het museum in de verf wordt gezet, hoe meer belangstelling er komt. Samen met mijn dochter Alexandra hebben we nu ook speciale aandacht geschonken aan de jeugd. Ook zij moeten ervaren dat hun vrede en veiligheid zware offers heeft gekost. Voor de kinderen is er in het museum een speciale afdeling waar alles op kijkhoogte staat. Ook meer scholen vinden ondertussen hun weg naar Heulendonk." Op het einde van de jaren 70 besloot je om planterij De Coninck Dervaes over te nemen. Een goede gok want ondertussen beschik je over vier prachtige tuinen. Een mooie afwisseling met de gruwel van de oorlog... "Ik had toen wel gehoopt dat de gemeente een deel van het bedrijf zou overnemen om dat uitgebreid plantenerfgoed te beschermen. Toen dat niet gebeurde, heb ik een deel van de plantenvoorraad van de firma overgekocht en op ons domein geplaatst. Tijdens mijn bezoeken aan buitenlandse parken en tuinen heb ik mijn ogen en oren de kost gegeven, veel gelezen over de aanleg van tuinen en vragen gesteld. Toen ik ervan overtuigd was dat ik over de nodige kennis beschikte, ben ik in mijn vrije tijd begonnen met het maken van plannen voor verschillende soorten tuinen. Eens het kader van de tuinen was uitgetekend, begonnen wij met de aanleg ervan. Daarvoor kon ik rekenen om enkele vrijwilligers. In 1976 konden wij onze tuinen openstellen voor het publiek." "Het stond van bij het begin van de plannen vast dat die tuinen er niet zouden liggen voor mij en mijn familie maar voor iedereen. Ik wou de mensen in onze gemeente verschillende soorten tuinen laten zien. De Franse tuin heb ik gekozen omdat die met zijn kleurschakeringen romantiek uitstraalt. Met zijn landschappen, vijvers en watervallen is de Engelse tuin een streling voor het oog. Met zijn prachtige constructies en grote rotsblokken symboliseert de Japanse tuin de levenswijsheid van de mens. Tot slot, maar zeker niet minder mooi, is er ook nog de exotentuin met Menhirs en zijn kruidencirkel met magische krachten. Een wandeling door die tuinen brengt een mens tot rust." (Pol Veirman en Niels De Boysere) Lees het volledige West-Vlaamse bevrijdingsverhaal op www.kw.be/nieuws/geschiedenis/de-duitsers-weg-in-een-week-niet-in-knokke/article-longread-391837.html