Wanneer ben je gestart bij de gemeente?
...

Wanneer ben je gestart bij de gemeente? Ludwine: "Op 1 oktober 1978 ben ik contractueel in dienst getreden van het gemeentebestuur. Daarvoor had ik een korte interim als bediende in Roeselare. Op 1 september 1979 werd ik vastbenoemd in de functie van klerk. Na het afleggen van examens werd ik in 1986 bevorderd tot opsteller en in 2004 tot administratief deskundige secretariaat."Is jouw functie geëvolueerd?"Ik heb een hele evolutie meegemaakt. We waren in Ledegem amper met drie bedienden: één bediende burgerlijke stand, één bediende bevolking en ikzelf als bediende secretariaat. De financiële en technische dienst bevonden zich toen nog in Sint-Eloois-Winkel. Mijn taak was erg divers: secretariaatswerk (college-gemeenteraad-briefwisseling), pensioenaanvragen, aanvragen vergoeding minder-validen, militievergoeding (ja, toen gingen ze nog naar het leger), elke dag stempelcontrole van de werklozen, de landbouwtelling, telefoonverkeer, onthaal. Ik was zo'n beetje het manusje van alles. De middelen waren behoorlijk primitief: een mechanische schrijfmachine en een stencilmachine en dat was het.""Kopieermachines hadden we nog niet en we moesten ons voor duplicaten behelpen met het typen met carbonblad of op een stencilblad, om dan te dupliceren met de stencilmachine. Handig was dat niet, want er was altijd wel ergens een klieder inkt op het blad waardoor je eigenlijk nooit proper werk kon afleveren. De komst van onze eerste elektrische typmachine werd dan ook met toeters en bellen onthaald.""Nog later was de computer en alle digitalisering natuurlijk een hele vooruitgang. Maar het was aanvankelijk ook een ferme boterham om dat onder de knie te krijgen, want mijn generatie is daar niet mee opgegroeid. Ondertussen is die computer onmisbaar geworden op de werkvloer."Had je contact met de burgers?"Tot we in 2000 verhuisden naar het huidige gemeentehuis had ik heel veel contact met de burger bij het uitoefenen van alle bovenvermelde taken. Na de verhuis bestond mijn taak vooral uit secretariaatswerk en het organiseren van diverse gemeentelijke feestelijkheden. Daar miste ik soms wel het contact met de burger. Maar de organisatie van de feesten vond ik wel tof."Wat deed je het liefst en waren er ook minpunten? "Ik denk niet dat ik ooit één dag tegen mijn goesting ben gaan werken. Het is heel belangrijk je goed te voelen op de werkvloer, want je brengt er meer tijd door dan thuis. Ik heb dan ook altijd geprobeerd een goede collega en werknemer te zijn. Je hebt dat voor een heel stuk zelf in de hand, als je zelf hulpvaardig, vriendelijk en flexibel bent naar je collega's of werkgever toe. Je krijgt er dan ook veel waardering voor. Natuurlijk zijn er wel eens momenten waarop je je minder goed voelt of het werk niet vlot zoals je wil, maar het is overal wel eens iets. Ik ben ervan overtuigd dat het gras niet groener is aan de overkant."Je hebt ongetwijfeld wat leuke anekdotes..."Toen we nog in het oud gemeentehuis verbleven, hadden we geen weegschaal voor het wegen van onze briefwisseling, om ze voldoende te kunnen frankeren. Er zaten nogal eens zware stukken bij en die moesten we dan gaan wegen op de schaal van de beenhouwer aan de overkant van de straat. Er waren ook minder leuke momenten. Sommige werklozen, die vroeger naar de stempelcontrole kwamen, namen het mij nogal eens kwalijk als ik de stempel niet meer mocht geven toen ze te laat waren en dan briesten die soms dat ze mij wel zouden weten te vinden. Of die keer dat een werkloos koppel hevig ruziemakend naar de stempelcontrole kwam en de man met een hamer op het hoofd van zijn partner sloeg en zich daarna opsloot in het toilet, waardoor de politie er aan te pas moest komen."Heb je al plannen?"In het zwarte gat zal ik wellicht niet vallen. Ik heb te veel dingen waar ik naar uitkijk, waar ik vroeger geen of te weinig tijd voor had. Ik heb geen bucketlijst of grootse dromen, maar hoop nog vele jaren te kunnen genieten van reizen, vooral fietsvakanties, culinaire belevenissen en meer quality-time met mijn man, kinderen en zes kleinkinderen. De kleinkinderen niet meer kunnen zien en knuffelen begint door te wegen..." (EDH)