Wie vandaag rondwandelt in de Oud Hospitaalwijk kan er niet omheen: de woningen zien er beter uit, de bewoners verjongen en het is er almaar gezelliger toeven. Vroeger was het anders en gold de Oud Hospitaalwijk als een buurt waar de woonkwaliteit verre van top was. Het is dan ook één van de wijken waar de multibelacties sinds 2015 zwaar op inzetten. Bij deze gecoördineerde acties van wijkpolitiek, brandweer, inspectie- en stadsdiensten, worden jaar na jaar tientallen woningen ongeschikt of onbewoonbaar verklaard. De naam 'multibel' verwijst naar de herenhuizen die, vaak illegaal, werden opgedeeld in vier of zelfs vijf kleinere appartementen.
...

Wie vandaag rondwandelt in de Oud Hospitaalwijk kan er niet omheen: de woningen zien er beter uit, de bewoners verjongen en het is er almaar gezelliger toeven. Vroeger was het anders en gold de Oud Hospitaalwijk als een buurt waar de woonkwaliteit verre van top was. Het is dan ook één van de wijken waar de multibelacties sinds 2015 zwaar op inzetten. Bij deze gecoördineerde acties van wijkpolitiek, brandweer, inspectie- en stadsdiensten, worden jaar na jaar tientallen woningen ongeschikt of onbewoonbaar verklaard. De naam 'multibel' verwijst naar de herenhuizen die, vaak illegaal, werden opgedeeld in vier of zelfs vijf kleinere appartementen. "We gaan eigenlijk pro-actief te werk", duidt schepen van Wonen Kurt Claeys (Open VLD). "Door gericht actie te ondernemen en bijna wijk per wijk te controleren of woningen voldoen aan de wettelijke vereisten, of ze voldoende veilig en gezond zijn en of alle vergunningen in orde zijn, kunnen we heel wat probleemgevallen eruit halen." In 2019 werden in Oostende maar liefst 222 woningen als ongeschikt of onbewoonbaar bestempeld. Enkel in centrumsteden Antwerpen, Gent en Leuven lag dat cijfer hoger. In heel West-Vlaanderen gaat het om 885 ongeschiktheids- en/of onbewoonbaarheidsverklaringen.De multibelacties werpen volgens schepen Claeys duidelijk hun vruchten af. "Er kwamen heel veel minder goede situaties naar boven, maar door te controleren én de eigenaars of huurders ook wel goed te begeleiden, zien we absoluut goede resultaten. Het aantal woonentiteiten in panden ligt vaak lager, de kwaliteit is hoger en de woningen worden almaar vaker gekocht door jonge gezinnen. De renovaties en aanpassingen hebben ook een positief effect op het uitzicht van je stad. Het is belangrijk op dit thema te blijven hameren. In dat opzicht nemen we ons voor om de multibelacties nog gestructureerder aan te pakken. Het moet een vaste opdracht binnen de werking van de stad worden. Op die manier kunnen we de aanpak nog beter stroomlijnen en dus nog meer resultaten boeken." Vorig jaar vond in Oostende minstens om de twee weken een controle-actie bij een of meerdere panden in de stad plaats. Eigenaars wiens pand niet voldoet, krijgen een jaar de tijd om zichzelf opnieuw in regel te stellen. De stad paste in die zin ook het belastingsreglement aan. Vroeger werd de heffing meteen gedaan en moest je dus onmiddellijk na de onbewoonbaarheidsverklaring betalen. "Maar dat leidde tot heel veel bezwaren, beroepsprocedures en een hoop miserie", duidt schepen Claeys. "Mee op vraag van Wonen Vlaanderen hebben we die heffing aangepast. We zorgen dat mensen de tijd hebben om eventuele problemen op te lossen. Doe je dat niet, dan zijn we echter streng en wordt de belasting alsnog zonder pardon opgelegd. De focus ligt voor ons op de oplossing, dat is ook gewoon menselijker." "De multibelacties hebben zeker effect gehad", vertelt dokter Dominique Descamps, die al 44 jaar in de Stockholmstraat woont met zijn vrouw Chantal Van Iseghem en er 42 jaar als huisarts werkte. "De huisjesmelkers zijn verdwenen. Ze hebben moeten verkopen of renoveren. Jonge gezinnen, die vroeger rust zochten in Stene of in Bredene, blijven meer hier. Je ziet een bouwdynamiek, zeker in de Kaïrostraat. En omdat er meer eigenaars zijn en minder huurders, is er meer respect voor de eigen woonst."Toch is het nog niet allemaal rozengeur en maneschijn, vindt Dominique Descamps. "De buurt is opgewaardeerd, maar het nachtlawaai is niet verdwenen. Het bestaat nog, maar niet meer op straat. Mensen horen het nog altijd, maar bij hun buren, in de huizen zelf. De miserie zit nu meer in de donkerte. Mensen vinden geen identiteit, hebben geen werk, en vechten tegen zichzelf. Psychiatrische problemen, drugs... zijn nog altijd aanwezig, maar minder zichtbaar. Ook netheid laat nog te wensen over en de burgerzin kan beter. Maar het komt terug, stap voor stap."Bert Verlinde uit de Kaïrostraat ziet het somberder in. Hij woont sinds 2013 naast het pand waar daklozen onderdak vinden in een housing first-project. "Er zijn dag en nacht problemen met lawaai en overlast", klinkt het. "Mensen die 's nachts op mijn drempel zitten, rondslingerende blikken bier... Het project is goed op zich, maar er zou meer begeleiding moeten zijn. We schreven daarover al brieven naar de stad. Ook de drugsproblematiek is in dit stukje straat nog altijd aanwezig." Het is een zee van bloembakken aan en voor de gevel van Delphine Van den Berghe in de Romestraat. "Ik woon hier tien jaar", vertelt ze. "Het is verbeterd, er is minder lawaai en overlast. Mijn kleinkinderen durfden hier vroeger niet blijven slapen, nu wel. Maar de laatste tijd zie ik weer bewoners toekomen waar ik mijn bedenkingen bij heb. De huisjesmelkerij is nog niet helemaal weg. En mijn bloemen worden nog dikwijls gestolen. Zatlappen uit de buurt gooien ze op straat, anderen passeren met de wagen en nemen ze gewoon mee. Lange tijd hing ik een blad voor mijn deur: 'Blijf met je fikken van mijn planten'. Ik ben niet van plan om mijn bloemen binnen te halen, maar het maakt me wel nijdig."Wat verder in de Romestraat woont Gaetane De Gryse met haar kinderen Bodhi en Lisa en de hond Luna. "Ik woon al 20 jaar in deze straat", vertelt ze. "De buurt ziet er wel beter uit. Er zijn heel wat huizen opgeknapt, zoals vlak tegenover het mijne. Maar eigenlijk heb ik nooit problemen gehad, vroeger niet en nu niet. Nachtlawaai? Niet echt last van. Of het is een zeldzame keer. Eigenlijk zou ik wel liever op de buiten wonen, waar er meer groen is. Maar mijn partner en dochter zijn meer stadsmensen. En als ik dan toch in de stad moet wonen, vind ik het hier best oké." (Olaf Verhaeghe en Hannes Hosten)