Om de kust te beschermen tegen de stijgende zeespiegel wordt niet alleen met dijkversterkingen en zandopspuitingen gewerkt. Sinds drie jaar zijn er ook experimenten met levende organismen als verstevigers van de laagwaterlijn: zeewier- en zeegrasvelden, mosselbanken en schelkokerwormen. Dit alles gebeurt in het kader van het project 'Coastbusters', dat nu een vervolgfinanciering krijgt.
...

Om de kust te beschermen tegen de stijgende zeespiegel wordt niet alleen met dijkversterkingen en zandopspuitingen gewerkt. Sinds drie jaar zijn er ook experimenten met levende organismen als verstevigers van de laagwaterlijn: zeewier- en zeegrasvelden, mosselbanken en schelkokerwormen. Dit alles gebeurt in het kader van het project 'Coastbusters', dat nu een vervolgfinanciering krijgt. Coastbusters 2.0 werkt nu voort op één piste: de haalbaarheid van mosselen als biobouwer. Het project wordt gefinancierd door VLAIO (Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen), in het kader van de innovatie-roadmaps van de speerpuntcluster de Blauwe Cluster. De onderzoekspartners zijn de Vlaamse baggerbedrijven DEME en Jan De Nul, het technisch-textiel-bedrijf Sioen en de publieke onderzoeksinstituten ILVO en VLIZ.De Coastbusters-partners gaan er van uit dat natuurlijke riffen - indien deskundig gesitueerd en beheerd - kunnen helpen om zeezand te fixeren en golven af te zwakken. De kust wordt mogelijk beter en duurzamer beveiligd tijdens grote stormen.Vlaams minister van Innovatie Hilde Crevits: "Met Coastbusters hebben we de ambitie de zanderosie aan onze kust te verminderen, zodat er minder zandopspuitingen nodig zijn na stormen. Deze unieke samenwerking tussen het bedrijfsleven en onze kennisinstellingen krijgt dan ook terecht opnieuw Vlaamse steun. Met dit project maken we samen werk van innovatieve en natuurlijke kustverdediging.""In de zeeën en oceanen kunnen er soms spontaan bio-systemen ontstaan die een duidelijk kustverdedigend effect hebben. Vraag is dus of, en zo ja, hoe dergelijke natuurlijke kustverdedigers op de gewenste kwetsbare zones kunnen worden aangebracht en gestimuleerd om zichzelf in stand te houden", zegt Jan Seys (VLIZ).In het eerste Coastbusters-project werd voor drie levende organismen bestudeerd welk verstevigend gedrag ze zouden kunnen stellen in de Noordzee. De experimenten vonden plaats in De Panne (mosselen en wieren en eerste test met schelpkokerwormen) en in Bredene, Heist en Lombardsijde (schelpkokerwormen). Wat zeewier betreft, bleken de heftige omstandigheden in de Noordzee de vlotte ontwikkeling van een zeewier-rif te bemoeilijken. Het zeewier werd voorgezaaid op textielmatten en vervolgens op de zeebodem geplaatst. "Sioen zoekt naar mogelijkheden om deze onderzoekspiste verder te zetten", zegt Bert Groenendaal van Sioen.Voor de schelkokerwormen, die kokertjes vormen en zo in staat zijn om los sediment van een nat zandstrand te stabiliseren, was de vraag hoe ze verlokt kunnen worden om zich op een bepaalde zandstrook te vestigen en er de rest van hun leven te verblijven. "De larfjes moeten zich met hun tentakels kunnen vasthouden aan een reeds bestaand kokertje, of aan een schelp of een ander voorwerp", vertelt Alexia Semeraro van ILVO. "In dit onderzoek zijn er meerdere soorten textielmatten aangeboden aan de larven, zowel in ons aquacultuurlab als in het experimenteerveld buiten. Sommige matten bleken inderdaad geschikt om kolonisatie door de schepkokerwormen te bevorderen. Er is wel nog flink wat studiewerk, vooraleer schelpkokerwormen op grote schaal succesvol grote oppervlaktes laagwaterlijn koloniseren. ILVO bekijkt hoe we dat kunnen verder zetten.""Een opmerkelijke gunstige evaluatie kregen de eerste proeven met kunstmatig geïnduceerde mosselbedden", luidt het. "De uitgeteste methode om een mosselbed snel te laten aangroeien met aangepaste aquacultuurtechnieken bleek erg goed te werken. Bovendien wijzen de eerste observaties erop dat de beginnende mosselbank inderdaad een grotere biodiversiteit meebrengt."Dit alles wordt verder onderzocht in het kader van Coastbusters 2.0. Het testgebied wordt uitgebreid tot twee zones. Eén proefrif ligt op 2 km uit de kust, achter een zandbank, in minder zware weerscondities. Eén ligt verder in zee, op 5 km, voorbij een zandbank, waar er zwaardere weersomstandigheden zijn. 'Zo kunnen we de vorming en bestendiging van het mosselrif in de diverse omgevingen vergelijken."(HH)