In West-Vlaanderen waren heel wat gemeenten vragende partij om zelf contacttracing te doen, maar daarvoor kreeg men lange tijd geen toestemming van Vlaanderen. Die komt er nu toch, al moet de concrete uitwerking eerstdaags nog vorm krijgen.
...

In West-Vlaanderen waren heel wat gemeenten vragende partij om zelf contacttracing te doen, maar daarvoor kreeg men lange tijd geen toestemming van Vlaanderen. Die komt er nu toch, al moet de concrete uitwerking eerstdaags nog vorm krijgen.Minister Wouter Beke (CD&V) kwam, geflankeerd door zijn partijgenoten en collega-burgemeesters Kris Declercq (Roeselare) en Jan Seynaeve (Wevelgem) in AZ Delta, het nieuws brengen. Toch ook wel een ommekeer, want aanvankelijk was de Vlaams minister niet happig op een tweesporenbeleid. Maar hij veranderde het geweer dus van schouder: "In het bestrijden van heropflakkeringen van COVID-19 spelen de lokale besturen en de zorgraden met hun netwerk een belangrijke rol. Veel lokale besturen willen die rol op een goede manier opnemen, maar niet iedereen heeft dezelfde noden. Daarom werden drie scenario's opgesteld. Om hun werk te vergemakkelijken zal het lokale niveau ook kunnen beschikken over individuele gegevens. Dit zal gebeuren met respect voor beroepsgeheim en patiëntenrechten.""Sinds een aantal verbeteringen aan het systeem van de centrale contactopsporing werden aangebracht, zijn de cijfers sterk verbeterd. Zo wordt vandaag bijna 75 procent van de indexpatiënten afgehandeld binnen 24u. 95 procent van de indexpatiënten wordt afgehandeld binnen 72 uur. Bij die laatste groep gaat het om mensen waar bijvoorbeeld telefonische contactname niet lukt, en field agents op het terrein langsgaan.""Sinds vrijdag beschikken lokale besturen via de Zorgatlas over gegevens op wijkniveau over de besmettingen in hun stad of gemeente. Als die er zijn. Om met deze gegevens nog meer te kunnen doen, zullen ook de individuele gegevens ter beschikking worden gesteld. Dit zal gebeuren via een medisch expert verbonden aan de zorgraad van de eerstelijnszone waaronder de stad of gemeente valt. Op die manier zijn ook uitdagingen rond beroepsgeheim en patiëntenrechten ondervangen."Lokale initiatieven en het centrale systeem van contact- en bronopsporing kunnen en moeten elkaar versterken. Er zijn daarvoor drie scenario's, die steeds op elkaar voortbouwen.Ten eerste vraagt men dat lokale besturen focussen op sensibilisering en handhaving van de coronamaatregelen, het belang van meewerken met contactopsporing en het volgen van de quarantaine regels. "Op lokaal niveau kent men het best de gemeenschappen en de verenigingen waar mensen actief zijn. Er kan ook ingezet worden op zachte handhaving, waarbij sociale diensten mensen zullen aanspreken die bijvoorbeeld alleen wonen en al iets ouder zijn. Bij de harde handhaving kan ook de politie langs gestuurd worden mocht blijken dat de quarantaine niet gerespecteerd wordt."Lokale besturen nemen ten tweede ook zelf een rol op in uitbraakbeheersing en werken complementair met de centrale contactopsporing. Dit gaat bijvoorbeeld over cluster- en bronnenonderzoek.Verder zetten de gemeenten een autonoom contactopsporingssysteem op. Dit is wel gekoppeld aan enkele specifieke voorwaarden m.b.t. vertrouwelijkheid, aansprakelijkheid en garantie op invoeren gegeven in het centrale systeem."Dit scenario is een antwoord op de vragen die gesteld zijn vanuit de regionale partners W13 en Midwest uit West-Vlaanderen. De voorbije dagen is dit technisch uitgewerkt, in overleg met Jan Seynhaeve, voorzitter van de conferentie van burgemeesters van Zuid-West-Vlaanderen en Kris Declercq, voorzitter van Midwest. Vandaag is afgesproken dat W13 en Midwest op deze manier zullen werken. Een kader werd hiervoor uitgetekend. De werking zal na 1 maand geëvalueerd worden."