Met ruim tweeduizend zijn de Roemenen grootste allochtone bevolkingsgroep van Roeselare

Adriana Vainer, zelf een trotse Roemeense, begeleidt haar landgenoten in Roeselare. (foto SB) © (foto SB)
Philippe Verhaest

Acht jaar geleden streek de eerste Roemeense kracht in de Rodenbachstad neer en ondertussen zijn ze met ruim tweeduizend. Stuk voor stuk willen ze hier met hard werk een nieuw leven opbouwen, zegt Adriana Vainer van het interimkantoor Let’s Work. “Maar denk nu niet dat er bussen vol Roemenen naar Roeselare afzakken”, ontkracht ze.

Na de Belgen vormen de Roemenen de grootste bevolkingsgroep in Roeselare. In 2008 woonden er amper 48 Roemenen in de stad, maar volgens het jaarverslag burgerzaken van 2018 telt de stad nu 2.023 burgers van Roemeense origine. Sinds 2011 is hun aanwezigheid haast geëxplodeerd. Met dank aan het lokale kantoor van het interimbureau Let’s Work, dat zich toespitst op de Roemeense arbeidsmarkt. Adriana Vainer (43) is er divisiemanager van de afdeling International en kwam zelf als 14-jarige in Roeselare terecht. “Mijn papa was in 1988 als politiek vluchteling de eerste Roemeen in Roeselare”, legt ze uit. “De rest van ons gezin maakte in 1990 de oversteek.”

Na haar hogere studies trok Adriana opnieuw naar haar thuisland, waar ze een eigen winkel uit de grond stampte. “In 2010 kreeg ik echter steeds meer de vraag van vrienden en kennissen in Roemenië of er in mijn Belgische thuisregio geen werk was. Ik vertelde het verhaal aan mijn oud-klasgenote Stefanie Dutry, de zaakvoerder van Let’s Work. Zij zag er meteen muziek in en vroeg me om mee de internationale divisie op te starten. Een jaar later kon de eerste Roemeen via ons in Roeselare aan de slag, bij Dewulf Group. Hij werkt er nog altijd. Ons doel is nu al negen jaar om Roemenen hier op een legale en ethische manier aan het werk te zetten.”

Mijn eigen papa was in 1988 als politiek vluchteling de eerste Roemeen in Roeselare

Sindsdien is de trein niet meer gestopt. Jaarlijks helpt Let’s Work Roeselare zo’n 350 mensen met een Roemeense achtergrond aan een job in regio Roeselare. “Dat is een mix van mensen die we in Roemenië zelf contacteren en werkzoekenden die hier ter plekke ons kantoor bezoeken. Waarom Roeselare zo populair is voor Roemenen? Hier vind je enorm veel bedrijven die op zoek zijn naar sterke krachten en de mond-aan-mondreclame mag je niet onderschatten. De bedrijven vertellen elkaar onderling hoe tevreden ze zijn van hun Roemeense medewerkers. Dat zet veel in gang. Bovendien hebben wij de knowhow in huis en kunnen we de Roemenen in hun eigen taal helpen. Hier werken tien dames die de taal vloeiend spreken.”

Vooral technische profielen vallen in de smaak bij Roemenen die in regio Roeselare aan de slag willen. “Mecaniciens, lassers, elektriciens… Maar ook werken in de voeding is populair. Vooral de diepvriesgroentenbedrijven in de omgeving hebben Roemenen op de payroll staan.”

Intensieve begeleiding

Adriana en haar collega’s doen ook veel meer dan hun landgenoten enkel aan een job helpen, zegt ze. “Vanaf het moment dat ze een voet op Belgisch grondgebied zetten, zijn we er voor hen. We hebben zelf enkele huizen en appartementen in portefeuille die als eerste woning gebruikt worden. Dat zijn moderne en volledig uitgeruste panden en daar betalen de huurders ook de correcte prijs voor. Voor elk van hen is de verhuizing naar België één groot avontuur. Dan is het maar logisch dat we de nodige raad en daad geven.”

Let’s Work gaat met ‘haar’ Roemenen ook mee op zoek naar een definitieve woning en zorgt ervoor dat ze het Nederlands onder de knie krijgen. “Een basisvereiste voor ons, want alleen zo kan je je integreren. We werken ook samen met de vzw Roemenen in Roeselare. Zij laten hen de stad ontdekken, nemen hen bijvoorbeeld mee naar De Spil of ARhus… Wij staan erop dat elke Roemeense werknemer een meerwaarde vormt. Voor de lokale economie én voor Roeselare zelf.”

“Ze komen hier niet met busladingen aan”

Hoewel de Roemeense gemeenschap in de schaduw van de Sint-Michielskerk ondertussen ruim tweeduizend zielen telt, zoeken die elkaar niet constant op, valt te horen. “Ieder gaat zijn eigen weg, maar we kennen elkaar uiteraard. Er is bijvoorbeeld wel het jaarlijkse Sinterklaas- of kerstfeestje, maar we zoeken niet elk weekend contact. Dat hoeft ook niet. Wel leuk: met Pasen en Kerstmis is er in een klein Roeselaars kerkje een eucharistieviering in het Roemeens. Onze roots liggen nog altijd in een erg religieus land, hé.”

De komende jaren ziet Adriana de groep Roemenen nog toenemen. “Maar denk nu niet dat ze hier met hele busladingen naar toe reizen, hé. Dat klopt totaal niet. Het is eerder met mondjesmaat. Wij verbloemen de situatie ook niet. België is immers niet het land van melk en honing. Ook hier moet je belastingen betalen en schijnt de zon niet altijd.”

FC Transilvania, dat nagenoeg enkel uit Roemenen bestaat, treedt aan in het Roeselaars Liefhebbersverbond. (foto AD)
FC Transilvania, dat nagenoeg enkel uit Roemenen bestaat, treedt aan in het Roeselaars Liefhebbersverbond. (foto AD)© (foto AD)

Burgemeester Kris Declercq ziet Roemeense gemeenschap als toegevoegde waarde.

Voor burgemeester Kris Declercq is het duidelijk: wie de lokale economie komt versterken én zich integreert, is een toegevoegde waarde voor de stad en de regio. “En in het geval van de Roemeense gemeenschap is dat zo.”

Dat het contingent Roemenen de voorbije jaren alleen maar steeg, heeft volgens burgemeester Kris Declercq (CD&V) veel te maken met de bloeiende economie in en rondom de stad. “Het zijn burgers uit de Europese Unie die bewust naar hier verhuizen om te werken. Tegelijk zetten ze ook grote stappen op vlak van integratie. Roeselare heeft een Roemeense voetbalclub – FC Transilvania – die in het Roeselaars Liefhebbersverbond aantreedt, met Mutcha Transylvania telt onze stad nu ook een restaurant met Roemeense twist. Allemaal zaken die bewijzen dat ze actief deel willen uitmaken van het leven in onze stad. Ze vormen ook een belangrijke economische factor voor Roeselare. Tachtig procent van alle Roemenen is ook aan het werk én voelt zich Roeselarenaar. Je treft hen op alle grote feesten en evenementen: de Batjes, de kerstmarkt… De Roemeense Roeselarenaren zijn zonder meer volwaardige burgers van onze stad.”

Taal is belangrijk

Op regelmatige basis treedt de stad ook in dialoog met hen. “Op die manier kunnen we de noden en wensen in kaart brengen en luisteren naar hun verhaal. Er is een grote vraag naar intensieve begeleiding om de taal te leren en daar willen we de komende jaren extra op inzetten. Dat hebben we ook in ons bestuursakkoord opgenomen. Taal is ook erg belangrijk om je thuis te voelen. Pas dan ben je écht geïntegreerd. Die ondersteuning bieden we graag, want zij bewijzen op hun beurt onze bedrijven een dienst. In de regio rond Roeselare hebben we te maken met een arbeidskrapte en onder andere de Roemeense krachten vullen vacatures op die anders lang onbeantwoord zouden blijven. Onze bedrijven vragen erom, want ze vinden geen mensen. We hebben hen mee nodig om onze economie verder te doen bloeien. En harde werkers zijn altijd welkom in Roeselare. Laat dat duidelijk zijn. Het is ook mooi te zien dat ze ook zelf ondernemerschap tonen. Mutcha Transylvania en de Pretzel King zijn daar mooie voorbeelden van. Onze Roeselaarse commerçantenspirit werkt op die manier door.”

Restaurant met Roemeense tint

Sinds kort heeft Roeselare ook een restaurant met Roemeense inslag : de broers Darius en Alin Ciure namen het bekende restaurant Mutcha over van Siegfried Vercruysse en Broos Vyncke.

Alin is er 34. Hij was 25 jaar toen hij zijn geboorteland verliet en hier bij ons een job kreeg bij Golfkarton Soenen. Zijn jongere boer Darius (22) is sinds zijn achttiende in België. “Toen ik hier aankwam, heb ik meteen een cursus Nederlands van een jaar gevolgd en gedurende een half jaar kookopleidingen bij de VDAB. Daarna heb ik nog een horecaopleiding gevolgd in Oostende. Tijdens mijn stage in restaurant Mutcha heb ik de uitbaters Siegfried en Broos beter leren kennen en het klikte echt met hen. Wanneer ze me in augustus voorstelden om een vast contract te geven, heb ik dan ook niet geaarzeld. Na vijf maanden was ik al chef van de koude keuken en verantwoordelijk voorde desserts.”

En dan vertelde Broos plots dat hij ermee wilde ophouden. “Was me dat schrikken!”, vertelt Darius. “Ik had ze daar al eens over horen praten, maar ik dacht dat het gewoon gebabbel was, dat het nooit echt zou gebeuren. Ik heb dan heel even overwogen om de zaak over te nemen, maar ik schoof dat snel weer van me af. Ik was een jonge kerel uit Roemenië die de Nederlandse taal nog niet helemaal machtig was en ik zou een gastronomisch restaurant overnemen… Ik heb dan als chef in Mutcha nog de winterbar gedaan, maar ik mocht beginnen bij CD Construct. Dit bedrijf maakt mobiele en supermoderne keukens en ik had daar al een opleiding gevolgd om die keukens te demonstreren en te koken voor klanten. Ik moest enkel nog een rijbewijs halen en daarvoor keerde ik terug naar Roemenië. En uitgerekend tijdens het afleggen van mijn rijexamen kreeg ik plots een telefoontje van Siegfried. Met een voorstel om Mutcha over te nemen.”

“Na beraad met de familie heb ik de knoop doorgehakt: drie dagen later stond ik weer in Roeselare en was ik de nieuwe patron van Mutcha Transylvania.”

“We hebben zo snel mogelijk Nederlands geleerd en zowel mijn vrouw, mijn mama, mijn broer als ikzelf werken keihard. Maar we doen het graag omdat we zien dat wie werkt, geld verdient. België is een mooi land waar men kansen krijgt. En van discriminatie of racistische opmerkingen hebben we nog nooit last gehad. Neen, echt waar niet. In die negen jaar dat ik in België woon, heeft niemand miserie gezocht of mij verweten.” (PS)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.