Melaatsentehuis krijgt grondige restauratiebeurt

Het Magdalenagasthuis aan de Nieuwe Gentweg is zowat de laatste kankerplek van de Brugse binnenstad, maar vanaf september komt daar verandering in. Het complex waar ooit lepralijders werden opgevangen en hout werd geraspt, wordt gerestaureerd, mede dank zij een inbreng van ruim 830.000 euro van de Vlaamse Regering.

© (Foto Davy Coghe)
© (Foto Davy Coghe)

Wie via de Garenmarkt naar de Nieuwe Gentweg rijdt, kan er niet naast kijken. Op de hoek met de Jacobinessenstraat staan het erg verloederde Magdalenagasthuis en de kapel Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth. Dit gebouw was jarenlang eigendom van het ministerie van Onderwijs en in gebruik door het Koninklijk Technisch Atheneum (KTA). In 2016 werd het stadsbezit met de bedoeling er een tentoonstellingshal ten dienste van de Brugse Musea van te maken. Ondertussen zijn de plannen gewijzigd. De uitbreiding van het Groeningemuseum komt op de gronden van het Sint-Andreasinstituut aan de Garenmarkt, terwijl de school verhuist naar de vroegere KTA-gebouwen.

“Toen de stad eigenaar van het gasthuis en de kapel werd, bleek duidelijk dat de gebouwen zich in een bijzondere slechte toestand bevonden”, aldus schepen voor patrimoniumbeheer Minou Esquenet. “Het regende binnen, de dakgoten stonden vol onkruid, het metselwerk was verweerd, het schrijnwerk was in slechte toestand en het interieur was doorheen de jaren erg verwaarloosd. Omdat er stukken naar beneden dreigden te vallen, werden langs de Nieuwe Gentweg enkele dakkapellen aan de straatgevel extra verankerd en ingepakt.”

Als alles naar wens verloopt, kunnen in september de restauratiewerken van het complex starten. Dat zal gebeuren naar de plannen van LMS Architecten Vermeersch uit Brugge. “Bij het maken van de restauratiekeuzes werd rekening gehouden met het feit dat de dakstructuur niet origineel is. Na de brand in 1928 werden de structuren volledig vernieuwd, maar niet gereconstrueerd”, aldus architect Maïté Vermeersch. “Zo werden in de kapel en de zijbeuk het oorspronkelijke ton- en spitstongewelf vervangen door een vlak plafond onder een eenvoudig zadeldak.”

Na overleg met de erfgoedconsulenten van zowel Erfgoed Vlaanderen als van de Stad werd daarom beslist om de gewelven te vervangen en de originele dakstructuren in ere te herstellen. Er staat in de kapel nog een waardevol 18de-eeuws portiekaltaar ter ere van de Heilige Maria Magdalena. Dat altaar is nu enkel zichtbaar vanaf de zolder omdat het voor de rest achter een binnenmuur verborgen zit. Bij de restauratie wordt die muur verwijderd en zal het altaar worden geconserveerd en gerestaureerd.

Toelage

De kosten voor de restauratie zijn geraamd op 1.778.738,73 euro (excl. btw). Zestig procent van de werken die voor subsidie in aanmerking komen of 831.217,10 euro worden door de Vlaamse Regering betoelaagd. Dat deelde Minister voor Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele tijdens een bezoek aan de site mee. Burgemeester en minister beklemtoonden dat de toelage er kwam onder andere door de inzet van gemeenteraadslid Pol Van Den Driessche.

“Na de restauratie blijven de historische gebouwen van het Magdalenagasthuis en de kapel Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth eigendom van de stad Brugge. Ze zullen in erfpacht worden gegeven aan de vzw Sint-Andreasinstituut die de gebouwen voor de school kan gebruiken”, aldus burgemeester Dirk De fauw. “Er is echter met de school overeengekomen dat de gebouwen buiten de schooluren voor publieksactiviteiten zullen kunnen worden gebruikt. Op die manier zullen de Bruggelingen met dit belangrijk erfgoed kennis kunnen maken.”

Geschiedenis

Het is gemeenteraadslid en historicus Pol Van Den Driessche die de geschiedenis van het complex schetste. In 1326 werd het passantenhuis Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth gesticht door Hughe van Meulebeke en Clais de Scavere met de bedoeling er pelgrims en daklozen op te vangen. In 1578 werden de gebouwen ingenomen door de Magdalenaleprozie. Die instelling bevond zich oorspronkelijk in Sint-Andries, net buiten de stadsomwalling, en diende om melaatsen en andere besmettelijke zieken op te vangen. In 1739 werd het complex omgevormd tot rasphuis, een tuchthuis waar veroordeelde misdadigers, maar ook landlopers en bedelaars, meekrap en brazielhout moesten raspen. Het eindproduct diende als rode kleurstof.

Op het eind van de 18de eeuw maakten de Fransen aan dit initiatief een einde en in 1802 werd het gebouw tot Sint-Elisabethschool omgevormd, bestemd voor arme meisjes of “les pauvres filles”. De kapel was ook korte tijd de kerk voor de Magdalenaparochie. Tegen het einde van de 19de eeuw werd de school afgeschaft en werd het complex een bedelaarswerkhuis en daarna, tot de Eerste Wereldoorlog, een zogenaamde staatsrefuge. Pas in de jaren 1950 kocht het ministerie van Onderwijs de gebouwen en nam het KTA er zijn intrek.

(CW)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.