'Want vis is de Max!' Het enthousiasme bij Maxim spat er van af met een leuke slogan op zijn truck. Bij het beroep van marktkramer denk je nochtans niet aan twintigers die in alle vroegte met hun koopwaar op wekelijkse markten staan. Toch waagt hij zich aan deze uitdaging en dat op amper 27-jarige leeftijd. "Ik genoot een opleiding tot kok in Ter Groene Poorte in Brugge", steekt de ondernemer van wal.
...

'Want vis is de Max!' Het enthousiasme bij Maxim spat er van af met een leuke slogan op zijn truck. Bij het beroep van marktkramer denk je nochtans niet aan twintigers die in alle vroegte met hun koopwaar op wekelijkse markten staan. Toch waagt hij zich aan deze uitdaging en dat op amper 27-jarige leeftijd. "Ik genoot een opleiding tot kok in Ter Groene Poorte in Brugge", steekt de ondernemer van wal."Jarenlang heb ik in bekende restaurants als Ten Boo-gaerde (nu Mondieu, red.), Markt XI en Hof van Cleve bij Peter Goossens gewerkt. Eten speelde altijd al een grote rol in mijn leven. Het horecavak boeide me zeker wel, maar ik wou volledig op eigen benen staan. Mijn ouders Maurice (56) en Marleen (54) staan ook al meer dan 15 jaar op tal van markten met hun vishandel. Het ondernemerschap zit me dus in het bloed. Op een bepaald moment besloot ik mijn kans te wagen en een eigen viskraam in te richten. Ik investeerde in een marktwagen van zowat negen meter lang en begon op verschillende plaatsen aanvragen in te dienen om te mogen verkopen. (lacht) Nee, ik ben geen concurrent van mijn eigen ouders, want zij staan op andere markten dan ik."Vishandel Maxim vind je elke ochtend op dinsdag in Moeskroen, op woensdag in Torhout, op donderdag in Wenduine en sinds kort ook op vrijdag in zijn thuisstad Gistel. "Ja, het zijn best lange dagen. Op maandag ben ik al om 4 uur uit de veren en trek ik naar de vismijn van Oostende om producten in te slaan. Op dinsdag en woensdag bijvoorbeeld sta ik nog een uur eerder op om vis in te kopen en vervolgens naar Moeskroen en Torhout te rijden. In de namiddag maak ik tal van bereidingen zoals visgyros, salades, koude schotels en visschelpen, en 's avonds wacht me nog een stapel papierwerk. Ik doe alles alleen: van het inkopen tot het verkopen en het bereiden van gerechten. Het is hard werken, maar ik 'smijt' me volledig. Het leven is aan de durvers: als je iets wil bereiken, moet je er vol voor gaan", zegt Maxim."Veel mensen gaan tegenwoordig naar de supermarkt om onder meer vis te kopen. Dat is spijtig. Als ik zie aan welke extreem lage prijzen vis en schaaldieren in de schappen liggen, dan stel ik me toch ernstige vragen bij de kwaliteit", bemerkt Maxim. "Als marktkramer wil ik me onderscheiden met een persoonlijke service, producten van topkwaliteit en een mooie presentatie. Dat heb ik van de horeca mee." (knipoogt) De concurrentie is hard. "Niet alleen van supermarkten, maar ook tussen marktkramers onderling. Zo had ik een aanvraag gedaan om op de markt van Blankenberge te staan. De stad had die goedgekeurd maar enkele dagen voordien kreeg ik het bericht dat ik er toch niet mocht postvatten. Vreemd. Ik kan er enkel uit afleiden dat andere handelaars niet opgezet waren met mijn komst. Ik ben alvast heel blij dat onder meer mijn eigen thuisstad me als jonge starter een eerlijke kans geeft om mijn producten te verkopen. Ook in Moeskroen, Torhout en Wenduine vallen mijn producten en aanpak in de smaak." En dat lijkt te kloppen wanneer we de marktkramer in Torhout bezoeken. Klanten weten hem al snel te vinden en appreciëren zijn aimabele aanpak. Danny Dumoulin (57), die na 36 jaar zijn standplaats in Torhout aan Maxim overliet, is vol lof over zijn werkijver. "Maxim is een geboren marktkramer, dat zie je aan zijn manier van werken. Het is knap dat hij durft te ondernemen; mensen doen dat tegenwoordig veel te weinig. Normaal gezien verlies je bij een overname zowat een kwart van de vaste klanten, maar ik kan alleen maar vaststellen dat er net méér mensen de weg vinden naar het kraam op de markt." Manfred Christiaen van de Bond van West-Vlaamse Marktkramers besluit. "We merken toch wat startende marktkramers op, maar dan vooral in bijberoep en niet in hoofdberoep. Voor wie met voeding op markten staat, is er nog potentieel, vooral als je vernieuwend uit de hoek kan komen. Het zijn echter de marktkramen met niet-voeding die het moeilijker hebben." (TVA)