Maurice Devos en zijn echtgenote Marie-Rose De Jonghe kennen de wijk Sint-Jozef als hun broekzak. Ze wonen dan ook al sinds 1977 in de Graaf de Mûelenaerelaan. "Mijn vrouw is een echte Sint-Jozefse, zij is hier opgegroeid. Ik ben in zekere zin maar een aangespoelde", lacht Maurice. "Zelf ben ik geboren in Oostende, maar dat is enkel mijn geboorteplaats; voor de rest heb ik niets met die stad. Mijn ouders zijn wel enkele keren verhuisd en zo bracht ik mijn jeugd door in onder meer Alveringem en Roeselare om dan op mijn 18de met het gezin naar de Brugse binnenstad te verhuizen. In die tijd werkte mijn vader bij het toenmalige Clayson in Zedelgem (dat nu CNH heet, red.). Mijn middelbare studies doorliep ik in Roeselare. Mijn ouders wilden me in het Klein Seminarie om voor priester te studeren, maar dat is toch wel een beetje anders gelopen (lacht). Neen, dat was helemaal niets voor mij."
...

Maurice Devos en zijn echtgenote Marie-Rose De Jonghe kennen de wijk Sint-Jozef als hun broekzak. Ze wonen dan ook al sinds 1977 in de Graaf de Mûelenaerelaan. "Mijn vrouw is een echte Sint-Jozefse, zij is hier opgegroeid. Ik ben in zekere zin maar een aangespoelde", lacht Maurice. "Zelf ben ik geboren in Oostende, maar dat is enkel mijn geboorteplaats; voor de rest heb ik niets met die stad. Mijn ouders zijn wel enkele keren verhuisd en zo bracht ik mijn jeugd door in onder meer Alveringem en Roeselare om dan op mijn 18de met het gezin naar de Brugse binnenstad te verhuizen. In die tijd werkte mijn vader bij het toenmalige Clayson in Zedelgem (dat nu CNH heet, red.). Mijn middelbare studies doorliep ik in Roeselare. Mijn ouders wilden me in het Klein Seminarie om voor priester te studeren, maar dat is toch wel een beetje anders gelopen (lacht). Neen, dat was helemaal niets voor mij."Maurice leerde Marie-Rose kennen in 't Putje aan 't Zand, indertijd heel populair als dancing. "Ik had toen lang haar, was nog veel slanker en zag er eigenlijk wel een beetje uit als een hippie. Dat was de tijd van de flowerpower, hé. In 1973 zijn we getrouwd. Mijn ouders verhuisden uit het huisje aan de Groenestraat en wij gingen er wonen. Ik weet nog altijd goed dat het huisje eigendom was van de directeur van de Brugse gevangenis Pandreitje, want we moesten daar iedere maand ons huurgeld van zo'n 900 Belgische frank gaan afgeven..." Maurice en Marie-Rose kregen in 1977 de kans om een huis te kopen in Sint-Jozef waar de roots van Marie-Rose liggen en twijfelden dan ook niet lang om zich aan de Graaf de Mûelenaerelaan te vestigen. Ze voedden er hun drie kinderen op en hebben altijd een goed contact met de buurt en de buurtbewoners gehad. Sint-Jozef is al bij al nog een jong stadsdeel van Brugge. In 1931 werd besloten tot de oprichting van een nieuwe parochie nabij het havengebied. De Brugse architect Jozef Viérin werd gevraagd om een parochiekerk te ontwerpen, waarvan de bouw eind 1934 kon beginnen. Op woensdag 14 april 1937 werd de kerk onder massale belangstelling ingewijd. "Het was uit die periode het ontstaan van Sint-Jozef dus dat het eerste feestcomité dateerde", vertelt Maurice. "Er werden toen allerlei stoeten en optochten georganiseerd. Zelfs koning Boudewijn is hier toen nog geweest. Van buurtfeesten zoals we die nu kennen was toen nog geen sprake. Dat feestcomité moet er ik doe een ruwe schatting zo'n 30 jaar geleden mee gestopt zijn. De reden was dat een van de bestuursleden om het leven kwam in een tragisch ongeluk. Er is toen enige tijd geen feestcomité meer geweest, maar in het jaar 2000 besloten enkele buurtbewoners onder invloed van Jean-Marc Soetaert de koppen eens bij elkaar te steken en een nieuw feestcomité op te richten. Ik was zelf ook bij de oprichters, samen met onder meer Hendrik Mortier, Dolores David en Gerard Mergaert. We deelden allemaal hetzelfde idee, dat het belangrijk is om voor leven te zorgen in de buurt; dat de mensen samengebracht moeten worden. Er gebeurde hier zo goed als niets meer en dat vonden we dus niet kunnen."De eerste activiteit van het nieuwe Feestcomité Sint-Jozef bestond uit een startreceptie in de parochiezaal, een rommelmarkt, een kunsttentoonstelling en diverse spelen. "Het belangrijkste initiatief van ons feestcomité is ongetwijfeld het jaarlijkse feestweekend, telkens in het laatste weekend van juni of het eerste van juli. Dat is een driedaagse, steevast geopend door de fanfare en met onder meer een catchwedstrijd - met Bernard Vandamme! - , volksspelen, wedstrijdjes kubbing, kinderanimatie en een schlagerfestival als ingrediënten. Dat vond lange tijd plaats op De Bilk, maar de jongste jaren moesten we uitwijken naar de site van De Grendel, tegen de grens met Koolkerke, maar voor alle duidelijkheid nog wel degelijk Sint-Jozef. Daarnaast zijn we met het feestcomité ook medeorganisator van de tweejaarlijkse Kasteelfeesten bij Kasteel Ten Berghe en we hebben ook al kerstconcerten georganiseerd. Met deze coronacrisis is het nu even bang afwachten of alles wel zal kunnen plaatsvinden." Of Maurice bepaalde zaken ziet in zijn buurt die hij zou willen veranderen, willen we ten slotte nog weten. "Goh, een moeilijke vraag, want we wonen hier bijzonder graag. Ik wil er trouwens samen met mijn vrouw nog eens op wijzen dat de reputatie van Sint-Jozef als moeilijke wijk, waar al eens gevochten zou worden, altijd sterk uitvergroot is geweest. Wij hebben dat nooit echt zo ervaren. Wat me wel stoort, is dat er soms nogal vlug en roekeloos gereden wordt hier in onze straat. Het zou misschien wel interessant zijn om er een eenrichtingsstraat van te maken om zo veel sluipverkeer weg te halen. Maar ze krijgen ons hier zeker niet weg. Sint-Jozef is en blijft een gezellige, volkse buurt."