Martijn Debbaut (25) wil straks oog in oog staan met Neymar

© Davy Coghe
Paul Cobbaert
Paul Cobbaert journalist

Het is Neymar Jr. in hoogsteigen persoon die hem selecteerde voor zijn tornooi. Hém, dat is Martijn Debbaut, een 25-jarige Oostendenaar. Regentaat lichamelijke opvoeding van opleiding, maar vooral: straatvoetballer van beroep. In juli trekt hij naar Brazilië om er voor het oog van het voetbalicoon zijn kunsten te tonen.

“Zot eigenlijk”, zegt Debbaut als hij op de Mercator aankomt. “Ik ben geboren en getogen in Oostende. Ik heb nooit elders gewoond. Ben dat ook niet van plan. Maar toch is dit mijn eerste keer op het schip. Shame on me. (lacht) Een prachtig schip trouwens.” Debbaut praat, terwijl hij kunstjes uithaalt met zijn bal. Een straatvoetballer, zo noemt hij zichzelf. Een voetbalkunstenaar is misschien een beter woord, werp ik op. Héérlijk wat ie allemaal kan. Check na het lezen van dit interview zéker zijn account op Instagram. “Het doet me wel wat, dit schip”, gaat hij verder. “Ik hou héél erg van de zee. Mijn opa was trouwens zeevaarder. Commandant van de RMT (veerdienst tussen Oostende en Engeland, red). Mijn broer werkt ook op zee. Voor baggerbedrijf Jan De Nul.”

Waarom we Debbaut uitnodigen op de Mercator? Omdat hij binnenkort, op 6 juli, naar Brazilië afreist voor een prestigieus voetbaltornooi, namelijk de wereldfinale van Red Bull Neymar Jr’s Five. Aan dat tornooi nemen 62 ploegen deel, 61 landenteams en 1 gemengd team, dat geselecteerd werd op basis van online inzendingen. Ze spelen vijf tegen vijf, tien minuten lang. Wie een doelpunt tegen krijgt, moet met een man minder verder. Debbaut is geselecteerd voor het gemengde team. “Red Bull, de sponsor van het evenement, selecteerde de zes beste spelers op basis van de online inzendingen. Neymar himself selecteerde de zevende speler voor dat team. En dat ben ik dus.”

Wat doet dat met je?

“Zie je niet dat ik nog altijd aan het stralen ben? (lacht) Een héél gelukkig gevoel. Gek zelfs. Ik vind het ongelooflijk dat ik naar Brazilië mag afreizen. Dat is tenslotte hét land van het sambavoetbal. Ronaldinho was vroeger mijn grote idool. Hij is de man die straatvoetbal op de kaart zette met zijn commercials voor Nike. Dus ja, dit is een droom die uitkomt.”

Wat zou Martijn missen van Oostende?

De zee

“Dat staat sowieso op één. De Noordzee is heerlijk. Ik ben gek van water. Noem het maar verliefdheid. (lacht) Hoe komt dat? Ik ben daarmee opgegroeid. Dat zit in mijn genen. Ik hield ervan als kind aan zee te spelen. Ik ben later ook redder geworden. Vandaag ga ik vaak lopen en wandelen op het strand. Om in conditie te blijven, maar ook om te ontspannen. De zee geeft rust. Dat is het mooie eraan. Vroeger voetbalde ik ook op het strand. Maar zand is geen ideale ondergrond voor bijvoorbeeld freestyle. Te hard eigenlijk.”

De charme

“Oostende straalt een aparte charme uit. Ik hou van deze stad. Ik zou niet graag verhuizen, zeg ik vandaag. Dat is moeilijk uit te leggen. (denkt na) Misschien is dat die vissersmentaliteit? De mensen zijn puur hier. Recht voor de raap ook. Ik hou daarvan. Ik vind dat ook charme hebben. Ik woon nu nog bij mijn ouders, maar ik denk eraan alleen te gaan wonen. Maar ik wil zeker in Oostende blijven.”

Vrienden

“Ik heb mijn hele leven in Oostende gewoond. Ik heb hier school gelopen, ik heb hier leren voetballen, eerst bij VGO en daarna bij KVO, ik ben hier redder geworden op het strand. Dat betekent dat ik mijn hele leven hier heb opgebouwd. Al mijn vrienden wonen hier. Hén zou ik zeker missen. Ik voel dat nu al als ik enkele weken weg ben. Ik was oprecht blij, toen ik terugkwam van het WK in Rusland. Zij geven mij een vertrouwd gevoel. Overal waar ik kom in Oostende, kom ik mensen tegen die ik ken. Ik heb dat nodig.”

Frituur Friethof

“Ik probeer te leven zoals een sportman. Maar ik ben geen pater. Af en toe een goed pak friet moet kunnen. Het Friethof in de Stuiverstraat is mijn favoriet. Héél goede frieten. Dik genoeg. Dunne frieten vind ik niet goed. Mijn vaste bestelling is een middel, met ketchup en mayonaise in potjes, een frikandel en een bicky cheese. Zonder augurken. (lacht plots luid) Ik had wérkelijk nooit gedacht dat ik dit ooit in een interview zou vertellen. Maar het is de waar.”

Wie is Martijn Debbaut?

Privé

Geboren op 20 maart 1994 in Oostende. Zoon van Jan Debbaut en Dominique Holthof. Woont in de Snepstraat. Studeerde aan het Sint-Andreasinstituut in Oostende en aan het Atlas Atheneum in Gistel. Heeft een bachelor in de verpleegkunde en een bachelor lichamelijke opvoeding op zak.

Loopbaan

Schitterde in Belgium’s Got Talent, samen met zijn vriend Thomas. Straatkunstenaar van beroep. Meer info vind je op https://martijndebbaut.be.

Is Neymar een idool?

“Jawel. Ik vind hem een heerlijke speler. Hij is een van de weinigen die nog samba durft te brengen op de mat. Ik vind dat getuigen van grote puurheid. Dat is uitzonderlijk.”

Hij is de voorbije weken wel van zijn voetstuk gevallen, onder andere door beschuldigingen in een verkrachtingszaak.

(blaast) “Ik kan daar weinig op zeggen. Hij heeft duidelijkheid gebracht in een online videoboodschap. Ik geloof in zijn onschuld. Ik denk dat het makkelijk is om zo iemand te beschuldigen. Nu goed, we moeten het onderzoek afwachten, hè.”

Ga je hem ontmoeten?

“Ik denk dat wel. Hij zal zeker aanwezig zijn. Het winnende team mag tegen zijn team aantreden. Hij heeft blijkbaar ook enkele spelers verzameld. Het is natuurlijk mijn ambitie om te winnen, en dus tegen Neymar te mogen spelen. We gaan in elk geval goed voorbereid zijn. We krijgen vooraf een intensieve trainingsstage van vijf dagen, zodat we elkaar leren kennen en op elkaar ingespeeld raken. Ik weet dat er in mijn team een Australiër en een Bosniër zitten, maar ik ken die mannen niet. Dat is een nadeel voor ons.”

Wou jij voetballer worden als kind?

“Jawel, dat was mijn grote droom. Voetbal was alles voor mij. Ik stond al op straat te jongleren, nog voor de school begon. Idem in de middagpauze. Idem na school. Ik ben begonnen bij VG Oostende. Op mijn negende trok ik naar KVO. Toen ik dertien was, mocht ik naar Cercle. Helaas moest ik daar een jaar later alweer vertrekken. Ik was te klein en te tenger. Ik ben pas later matuur geworden. Ik ben dan teruggekeerd naar KVO. Toen ik negentien was, heb ik mijn enkel gebroken. Dat was het einde van mijn carrière op het veld.”

Had jij de eerste ploeg kunnen halen?

“Dat is moeilijk om te zeggen. Oostende speelde toen in tweede klasse. (denkt na) Ik denk van niet. Ik speelde voor de U19. Het verschil met de eerste ploeg is heel groot. Ik zou wellicht wel een niveau gehaald voor de lagere reeksen. Je denkt daar wel eens over na. Wat als die enkel niet breekt? Dat was een heel stom incident. Ik speelde een wedstrijdje pannavoetbal (de tegenstander poorten, red). Heel onschuldig dus. Ik moest twee keer geopereerd worden. Maar veldvoetbal was voortaan not done.”

En straatvoetbal?

“De ene dokter zegt van wel, de andere van niet. Maar ik kan het niet laten. Ik wil dit doen. Dit is mijn passie. Ik kan niet anders.”

Een straatvoetbalschool in België, daar droom ik van

Kom jij uit een voetbalgezin?

“Neen, helemaal niet. Mijn ouders zijn verpleegkundigen. Mijn vader is wel een grote voetbalfan, maar dat is dan ook alles.”

Wat zeiden je ouders toen je thuiskwam met de boodschap dat je straatvoetballer wou worden?

(lacht) “Dat was niet evident, hè. Ze stonden daar aanvankelijk sceptisch tegenover. Dat is ook normaal. Weinig mensen zien dat als een beroep. Weinig mensen doen dat ook. Ik zou wel eens de enige kunnen zijn in België. Maar mijn ouders hebben me wel altijd mijn ding laten doen. Wellicht zal in mijn voordeel gespeeld hebben dat ik ben blijven studeren. Ik heb een bachelor verpleegkunde én een bachelor LO behaald. Dat was belangrijk voor hen. Ze zien de laatste jaren wel dat ik effectief iets aan het bereiken ben. Ik ben héél gelukkig met wat ik vandaag mag doen in mijn leven.”

Kan je goed leven van straatvoetbal?

“Dat kan. Maar dat is niet makkelijk. Ik combineer dat momenteel met een halftijdse interimopdracht in het Pegasus (school in Oostende, red). Dat is eigenlijk ideaal. Dat geeft me ruimte voor opdrachten. Straatvoetbal is niet alleen show geven op Instagram. Ik doe freestyleshows, pannawedstrijden, workshops en privétrainingen.”

Martijn Debbaut (25) wil straks oog in oog staan met Neymar
© Davy Coghe

Je hebt wel meer dan 50.000 volgers op Instagram. Schuift dat goed?

“Niet rechtstreeks. Ik doe weinig directe sponsoropdrachten op sociale media. Dat is vooral belangrijk als platform. De mensen zien daar wie ik ben. In die zin is dat héél belangrijk.”

Was Belgium’s Got Talent je grote doorbraak?

“Ja, dat denk ik wel. Dat is nu vier jaar geleden. Ik heb daar de halve finale behaald. Dat heeft vele deuren geopend. Ik vernam dat er maar liefst twee miljoen mensen naar die live show keken. Gek.”

Je mocht daarna voor VTM naar het WK in Rusland.

(knikt) “Maar ik weet niet of er een directe link was. Ik denk dat niet. Aanvankelijk wou het programma Vollenbak Voetbal op VTM Kids een aflevering maken over mij. Een week later kreeg ik telefoon of ik niet zelf wou meewerken aan dat programma. Ze wilden namelijk iets uniek doen met het WK. En zo mocht ik naar Sotsji. Dat was een ongelooflijk avontuur. Ik moet mezelf soms in de arm knijpen.”

Je hebt daar de Braziliaanse international Casemiro door de benen gespeeld. Hoe heb je dat geflikt?

(lacht) “De Brazilianen zaten ook in Sotsji. We zijn daar nacht en dag gaan waken aan dat hotel. (lacht) Plots kwam Casemiro buiten gestapt. Om even te gaan wandelen. Wij zaten daar. Toen hij passeerde, heb ik een bal door zijn benen gespeeld.”

Casemiro kon er niet mee lachen. Een voetballer wordt nooit graag door de benen gespeeld, ook niet op straat

Kreeg je de security niet over je heen?

“Neen, toch niet. Maar gelukkig ben ik geslaagd in mijn opzet. Stel je voor dat de bal niet door zijn benen was gegaan, of dat hij viel over die bal. Ik mag er niet aan denken. Al zou ik dan wel viraal gegaan zijn. (lacht) Ik had echter niet de indruk dat Casemiro ermee kon lachen. Een voetballer wordt nooit graag door de benen gespeeld, ook niet op straat.”

Jij hebt ook al met verschillende Rode Duivels wedstrijdjes panna gespeeld, in opdracht van sponsors. Wie wint dan?

“Ik. Dat is ook normaal. Ik ben daar dagelijks mee bezig. Ik heb al gewonnen van Vertonghen, Meunier en Batshuayi. Alleen Dembele kon ik géén panna zetten. Hij was écht goed, hoor. Dat was een gelijkspel.”

Mag ik dat vreemd vinden?

“Neen, toch niet. Panna staat los van veldvoetbal. Die mannen zijn technisch natuurlijk héél sterk. Dat zijn de beste voetballers ter wereld. Maar ik train elke dag op panna. Ik ken élke beweging. Ik zou ook van Hazard winnen, hoor.” (knipoogt)

Hoe lang kan jij dit werk doen?

“Ik hoop zo lang mogelijk, maar je bent afhankelijk van je lichaam. Je moet leven zoals een sportman. Ik eet gezond, slaap goed, beweeg regelmatig. Maar ik heb ook al dromen voor na mijn carrière. Ik zou graag een straatvoetbalschool oprichten. Dat bestaat nog niet in België. Ik wil jongeren warm maken voor dit vak.”

Wat zou Martijn missen van Oostende?

De zee

“Dat staat sowieso op één. De Noordzee is heerlijk. Ik ben gek van water. Noem het maar verliefdheid. (lacht) Hoe komt dat? Ik ben daarmee opgegroeid. Dat zit in mijn genen. Ik hield ervan als kind aan zee te spelen. Ik ben later ook redder geworden. Vandaag ga ik vaak lopen en wandelen op het strand. Om in conditie te blijven, maar ook om te ontspannen. De zee geeft rust. Dat is het mooie eraan. Vroeger voetbalde ik ook op het strand. Maar zand is geen ideale ondergrond voor bijvoorbeeld freestyle. Te hard eigenlijk.”

De charme

“Oostende straalt een aparte charme uit. Ik hou van deze stad. Ik zou niet graag verhuizen, zeg ik vandaag. Dat is moeilijk uit te leggen. (denkt na) Misschien is dat die vissersmentaliteit? De mensen zijn puur hier. Recht voor de raap ook. Ik hou daarvan. Ik vind dat ook charme hebben. Ik woon nu nog bij mijn ouders, maar ik denk eraan alleen te gaan wonen. Maar ik wil zeker in Oostende blijven.”

Vrienden

“Ik heb mijn hele leven in Oostende gewoond. Ik heb hier school gelopen, ik heb hier leren voetballen, eerst bij VGO en daarna bij KVO, ik ben hier redder geworden op het strand. Dat betekent dat ik mijn hele leven hier heb opgebouwd. Al mijn vrienden wonen hier. Hén zou ik zeker missen. Ik voel dat nu al als ik enkele weken weg ben. Ik was oprecht blij, toen ik terugkwam van het WK in Rusland. Zij geven mij een vertrouwd gevoel. Overal waar ik kom in Oostende, kom ik mensen tegen die ik ken. Ik heb dat nodig.”

Frituur Friethof

“Ik probeer te leven zoals een sportman. Maar ik ben geen pater. Af en toe een goed pak friet moet kunnen. Het Friethof in de Stuiverstraat is mijn favoriet. Héél goede frieten. Dik genoeg. Dunne frieten vind ik niet goed. Mijn vaste bestelling is een middel, met ketchup en mayonaise in potjes, een frikandel en een bicky cheese. Zonder augurken. (lacht plots luid) Ik had wérkelijk nooit gedacht dat ik dit ooit in een interview zou vertellen. Maar het is de waar.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.